Hanepoten en kippeschrift

Ze kunnen het nog! Dat had ook de conclusie kunnen zijn van het onderzoekje dat de afgelopen week in het mobiele, want verhuizende, AW-lab werd uitgevoerd. Mensen die bij een krant werken kunnen nog schrijven met een pen!

Maar daar was het onderzoek niet voor opgezet. De vraag was: is er een wezenlijk verschil tussen mannelijk en vrouwelijk handschrift? De intuïtie zei: ja. De intuïtie zei: laat een aantal mannen en een aantal vrouwen iets opschrijven en je ziet direct welke handschriften van mannen en welke van vrouwen zijn. De intuïtie was er griezelig stellig in.

Maar de intuïtie is niet te vertrouwen en dus werd om te beginnen twintig NRC-redacteuren zonder verdere uitleg gevraagd allen met dezelfde pen (een zwarte Uni-ball Jetstream 1.0) de zin The quick brown fox jumps over the lazy dog op steeds een vers blanco blaadje te schrijven. Eén redacteur die deze zin niet kende en graag de bedoeling van het onderzoek wilde achterhalen, ontdekte dat er op YouTube een filmpje staat waarin een snel bruin vosje er daadwerkelijk in slaagt om over een nogal slome hond te springen (http://nrch.nl/n43). Daarmee is deze zin qua betekenis dus geen onzinzin meer: het is een ononzinzin geworden. Moge het Battus verheugen.

‘The quick brown fox...’ is natuurlijk ook een pangram; hij werd ingezet voor het geval er typisch vrouwelijke en mannelijke letters zouden bestaan die het handschriftonderzoek zouden kunnen vertekenen. Nederlandstalige pangrams zijn minder bekend en bevatten vaak verwijzingen naar sekse (‘Pechdag: sexy quizvrouw blijft mank’), wat hier onhandig leek, dus werd de Engelse ingezet.

De handschriften werden in willekeurige volgorde voorgelegd aan vijf mannen en vijf vrouwen binnen de firma NRC Media met de vraag aan te geven wat door een man en wat door een vrouw geschreven was – een te kleine steekproef, maar het gaat hier in eerste instantie om het idee. Het viel de handschriftbeoordelaars niet mee. Gemiddeld raadden ze twaalf van de twintig seksen goed; dat is een score van 60 procent, niet ver boven kansniveau.

Mannen en vrouwen deden het gemiddeld even goed, maar de spreiding was bij de mannelijke beoordelaars groter dan bij de vrouwen. Eén man had slechts drie fout, hetgeen volgens hemzelf te danken was aan zijn ervaring met liefdesbrieven. Maar er waren ook mannen met elf en twaalf fouten; die scoorden dus iets onder kansniveau. Er was geen enkele vrouw die dat deed. Het doet denken aan hetgeen de Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister zegt in Is There Anything Good About Men? – je treft zowel meer mannen aan de top van de samenleving aan als onderaan (onder daklozen en gevangenen). Mannen, zegt Baumeister, zijn beter én slechter dan vrouwen.

En waarop beoordelen mensen een handschrift als mannelijk of vrouwelijk? Vrouwen schrijven ronder dan mannen, zeiden sommigen, of netter. Intuïtie, zeiden anderen. Weer anderen wisten het niet. Het was niet makkelijk. Er waren vrouwen die door bijna iedereen als man gezien werden, en omgekeerd. Er waren er ook bij wie de meningen verdeeld waren of bij wie (vrijwel) iedereen het goed had. Van de handschriften op deze pagina zijn er twee van mannen, twee van vrouwen. Eén vrouw werd door iedereen als als vrouw herkend; van één man zag iedereen dat het een man was. Eén man werd door acht van de tien beoordelaars als vrouw gezien en één vrouw werd door acht van de tien beoordelaars als man gezien. Wie is wie? De oplossing staat er ondersteboven bij.

Onderzoek als dit is natuurlijk vaker gedaan. Het is zelfs verrassend om te zien hoe vaak. Het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Applied Psychology drukte tot drie keer toe een artikel af met de titel ‘Sex differences in handwriting’: in 1926, 1929 en 1931, van drie verschillende (teams van) auteurs. In 1934 volgde van nóg een andere auteur in hetzelfde tijdschrift het toepasselijk getitelde artikel More on sex differences in handwriting. Sindsdien dook de vraag eens in de zoveel tijd weer eens op in de wetenschap, zoals hij ook plotseling weer in het AW-lab bovenkwam. Over het algemeen wordt de sekse van de schrijver in bijna tweederde tot driekwart van de gevallen goed geraden. Er zijn verschillen, concluderen de onderzoekers dan. Maar die zijn niet groot; je kunt er weinig mee. In feite kunnen we het handschrift bijschrijven in de lange lijst van overschatte sekseverschillen.

Het oudst gevonden wetenschappelijke artikel over sekse en handschrift is uit 1903: ‘La graphologie et ses revelations sur le sexe, l’age et l’intelligence’ van de Franse psycholoog Alfred Binet. Hij liet grafologen en leken handschriften op voornamelijk echt verzonden enveloppen beoordelen, nadat hij daaruit de exemplaren had verwijderd die ‘te vrouwelijk’ waren wat ‘hun vorm en hun parfum’ betreft. De grafologen deden het wat beter dan leken. Naar intelligentie keek hij ook. ‘Het lijkt me niet onmogelijk’, schrijft de grondlegger van de IQ-test, dat de grafologie de experimentele psychologie een goede intelligentietest kan bieden.’ Het is er niet van gekomen.

    • Ellen de Bruin