Gemanicuurde kruidnageltjes

legt uit hoe Argentijnen het maximale halen uit een Franse druif.

Welbeschouwd is de van oorsprong Franse malbecdruif door Argentinië geannexeerd. Nu is het wel vaker voorgekomen dat vreemde mogendheden er met wijnerfgoed uit Frankrijk vandoor zijn gegaan. Zo lijfde de Australische wijnindustrie Rhônedruif syrah in, om deze om te dopen tot shiraz en te promoveren tot de nationale trots van het land. Inmiddels maakt Chili wereldwijd goede sier met ‘hun’ carmenère, een voormalige hulpdruif uit de Médoc. En Loireproducenten kun je niet helser maken dan door ze te wijzen op het feit dat Marlborough in Nieuw Zeeland regelmatig wordt gezien als ‘the sauvignon blanc capital of the world’.

Wat de malbec betreft moeten de Fransen misschien de hand in eigen boezem steken. Om te beginnen kun je je afvragen waarom de Fransen de druif ooit hebben aangeplant. Vaak wordt de druif gekarakteriseerd als een soort merlot, maar dan lomper en bonkiger. Voorts is de malbec gevoelig voor malheur: een schimmelinfectie heeft-ie zo te pakken. En spontaan rijp worden is er niet bij. Eigenlijk voelt de druif zich alleen thuis in een warm en droog klimaat. Waarom er dan een fanclub van producenten in de noordelijk gelegen Loire actief is (waar de druif cot of côt heet), is een legitieme vraag. En men kan zich er eveneens over verbazen dat wijnmakers in het koude, regenachtige Bordeaux er ooit iets in hebben gezien. En ook in Cahors (waar hij auxerrois heet) gedraagt de druif zich nukkig, want ook daar behoort het aankondigen van warmte en droogte niet tot het standaardrepertoire van de lokale weerman.

Het mag duidelijk zijn dat Franse malbec meestal geen wijn opleverde waar velen reikhalzend naar uitkeken. Dat het ook anders kan, bewees Nicolás Catena, een Argentijnse wijnmaker uit Mendoza. In 2006 ontmoette ik hem toen hij voor het eerst Nederland aandeed. Catena (thans 72) wordt zowel nationaal als internationaal gezien als dé malbec-ambassadeur: een pionier die de druif in Argentinië een nieuwe carrière schonk als premiumwijn, ofschoon de druif in zijn nieuwe habitat ook gewoon onderaan diende te beginnen. Toen Franse wijnmakers moesten vluchten voor de phylloxera, de druifluis die in de negentiende eeuw de Europese wijngaarden teisterde, en de malbec als handbagage mee naar Argentinië namen, produceerden zij er niet meer dan nederige tafelwijn mee. Catena zag echter meer in de malbec en zond ’m in de jaren tachtig van de vorige eeuw op hoogtestage in de Andes. Hij ontdekte dat onder andere de intensiteit van het zonlicht in de hooggelegen wijngaarden (1.200-1.500 meter) meehielp om tot heerlijke resultaten te komen. Malbec rijpte er fraai. En zijn anders vaak zo mopperige tannines ontwikkelden er zelfs een zonnig humeur.

De malbec groeide uit tot de nationale druif van Argentinië. Thans met fans over de hele wereld. Die houden van sappige, gulle wijnen met veel zwart en rood fruit, flink wat specerijen, vaak ook met een zacht mondgevoel. Afgelopen week was er weer eens een lid van de Catena-familie in Nederland. Dit keer niet Nicolás zelf, maar zijn dochter Laura, die het wijnstokje van hem aan het overnemen is.

Samen proefden we haar Malbec 2010, gemaakt van ‘high altitude grapes selected bij Laura Catena’. De malbec blijkt ook bij haar in goede handen. Opgepoetste kersen, hoogglans tannines, gemanicuurde kruidnageltjes, zacht en soepel als een suèdejas met rood fluwelen voering. Geen rafeltjes, geen haakjes, nergens ruwheden. Misschien is het enige dat niet klopt aan deze wijn een kleinigheid op het etiket. Volgens Laura Catena is de malbec in 1852 in Argentinië geïntroduceerd. Jancis Robinson houdt het in haar nieuwe druivenbijbel ‘Winegrapes’ op 1868.

Catena reageert geschrokken: „Dan staat het ook niet goed in mijn nieuwe boek Argentine wine!” Ik troost haar met de mededeling dat de drinkers het haar zullen vergeven.

    • Harold Hamersma