Column

Fraudekul

Sinds professor Diederik Stapel zijn bedenksels heeft opgebiecht, staat de krant bol van jammerklachten. Prompt meldde zich een tweede fantast, de Rotterdamse professor Poldermans. Een derde, professor Roos Vonk, heeft haar “eigen menselijke gebreken pijnlijk in beeld gekregen”, vond ze. Na nog een paar kleine knoeiers volgt nu het Stapel-rapport van de Commissie Levelt met de omineuze titel: ‘Falende wetenschap’ (etc.). Nu weet iedereen het zeker: Stapel is slechts het topje van de ijsberg; de rotte appels liggen hoog opgestapeld in de universitaire mand.

Waarom is dit fraudekul? Omdat echte fraude zeldzaam is en blijft in de wetenschap. Onderzoekers werken in een glazen huis, waarvan de gordijnen nooit lang dicht kunnen worden gehouden. Wetenschap trekt vooral brave types die willen weten hoe het zit; die behagen scheppen in het tegenspreken van autoriteiten en het onderuit halen van gevestigde theorieën. Een competente fraudeur weet dat en mijdt zo’n huis vol pottenkijkers.

Ik geef college over fraude in de wetenschap en de recente voorbeelden zijn schaars. Alle boeken behandelen dezelfde gevallen, vaak van lang geleden toen iedere controle ontbrak en het nog gebruikelijk was om de slordige werkelijkheid wat te verfraaien. Inmiddels gebeurt dat nauwelijks meer. Iedere ervaren onderzoeker reageert ongelovig als een promovendus met de perfecte proef aan komt zetten, zeker als die ook nog zijn lievelingstheorie bevestigt. De werkelijkheid is niet perfect. Onderzoekers houden van experimentele punten die niet precies op de lijn liggen, van uitbijters, die laten zien dat dit echte resultaten zijn.

Ik zie nog het artikel voor me in de PNAS, een respectabel tijdschrift, met alle punten op de lijn. Wij hadden zelf zulke proeven gedaan, technisch lastig, en dus vol uitbijters. Ik schreef een briefje naar de baas van het lab, maar die onnozele hals dacht dat zijn postdoc een geniale experimentator was die proeven deed waar anderen slechts van konden dromen. Toen toch maar een officiële klacht ingediend. Het artikel werd teruggetrokken (en nog twee andere). De postdoc verdween naar een mooie carrière buiten de wetenschap, waar zijn inventiviteit minder gehinderd werd door pottenkijkers.

De moraal is simpel. Er zijn altijd wel onderzoekers die denken dat ze weten hoe het zit en dat het zonde is om al die vervelende proeven te doen. Meestal begaafde, charismatische mensen die hun omgeving om de vinger winden en die plausibele ideeën hebben over hoe het zou kunnen zitten. Vandaar dat hun giswerk een tijd onopgemerkt kan blijven, maar in mijn vak, de biochemie, zijn interessante voorspellingen bijna altijd fout. Optimistische interpretaties hebben daarom een korte levensduur.

Stapel is uiteraard uniek. Er zijn eerder gewetenloze oplichters geweest die voor eigen roem of gewin de zaak flesten, maar Stapel is een stap verder gegaan. Hij heeft systematisch zijn eigen promovendi opgelicht en vier jaar laten werken aan onderzoek dat nu de prullenmand in kan. Onervaren onderzoekers die hoog opkeken tegen hun prof werden rücksichtslos medeverantwoordelijk gemaakt voor frauduleus onderzoek. Ze werden ‘op zeer geraffineerde wijze om de tuin geleid’, zoals de commissie Levelt schrijft. Dat is schokkend en bijkans zonder precedent.

De commissie Levelt, die de Stapelbeerput zo grondig en zorgvuldig heeft leeggeschept, krijgt nu de wind van voren van sociaal-psychologen die hun vak wel erg negatief belicht vinden. Professor Bram Buunk beklaagde zich op tv over het ‘slordige onderzoek’ van de commissie naar de status van zijn vakgebied; hij vond dat ‘nergens op slaan’. Wel een curieuze reactie. Buunk is de sociaal-psycholoog die Stapel naar een leerstoel in Groningen heeft gehaald en hem daar zes jaar lang van nabij heeft meegemaakt. Als er één man is die Stapel had kunnen doorzien is het Buunk wel. Zijn beschuldiging dat de supercommissie met twee oud-presidenten van de KNAW – Levelt en Drenth – zijn vak ‘slordig’ heeft onderzocht is ook onjuist: Levelt c.s. doen nadrukkelijk ‘geen uitspraken over de sociale psychologie als zodanig’.

Hoe nu verder? Gaat Stapel zijn leven beteren? Ik vrees van niet, want echte fantasten zijn onverbeterlijk. Er is wel eens een zielige fraudeur die per ongeluk op het verkeerde pad raakt, niet meer om kan keren, en eindigt met zelfmoord. Niet de paar aartsfantasten die ik in 50 jaar heb meegemaakt. In mijn vak koesteren we Mark Spector, die als een ware Van Meegeren spectaculaire proefresultaten wist voor te toveren. Na zijn ontmaskering verdween hij uit zicht om tien jaar later op te duiken in een operatiekamer waar hij hartoperaties uitvoerde zonder vooropleiding. Weer iedereen bij de neus genomen.

Voorlopig volgt Stapel dit spoor. Nauwelijks was het rapport Levelt uit, of Stapel verscheen op prime time tv bij de NOS om onweersproken zijn nieuwe boek te promoten. Wel verpakt in larmoyante spijtbetuigingen, maar toch weer iedereen te slim af. De Nederlandse hartchirurgen mogen wel oppassen. Voor ze het weten staat Stapel aan de operatietafel met het mes in de hand op weg naar een nieuwe bliksemcarrière.