Expats zijn hier niet meer zo welkom

Het kabinet heeft de fiscale voordelen voor ‘schaarse’ buitenlandse werk- nemers in Nederland versoberd. Dat brengt sommige expats en bedrijven in een lastig parket.

Illustratie Pepijn Barnard

Stel: bedrijf dat computersoftware ontwikkelt zoekt programmeur met specifieke, schaarse vaardigheden. De programmeur is op de Nederlandse arbeidsmarkt niet te vinden en het bedrijf moet op zoek in het buitenland. Maar ook daar is deze werknemer gewild. Om deze buitenlandse concurrenten te verslaan, moet de Nederlandse softwareontwikkelaar wat extra’s uit de kast halen.

Gelukkig heeft hij een middel in handen om het voor deze buitenlandse specialist aantrekkelijker te maken zich in Nederland te vestigen. Dat is de zogenoemde ‘30 procentregeling’, ook wel ‘expatbelasting’ genoemd.

De regeling werkt drempelverlagend: de fiscale wetgeving biedt bedrijven en instellingen de mogelijkheid buitenlanders een salaris te bieden dat deels onbelast uitgekeerd mag worden. Het fiscale voordeel komt deze buitenlandse werknemers tegemoet in de extra kosten die zij maken, doordat ze in Nederland komen wonen: Extra Territoriale kosten (ET-kosten). Hieronder vallen onder andere kosten wegens extra reizen en dubbele huisvesting.

De regeling komt op het volgende neer: onder bepaalde voorwaarden (zie kader Strengere voorwaarden in expatregeling) komen buitenlandse werknemers in aanmerking voor een tegemoetkoming. Wanneer de expat minimaal 35.000 euro bruto per jaar verdient, kan hij een deel van zijn loon netto laten uitbetalen, tot maximaal 30 procent van het salaris.

Iemand met een salaris van bijvoorbeeld 60.000 euro kan 18.000 euro onbelast uitgekeerd krijgen. Over de overige 42.000 euro moet hij gewoon belasting betalen. De regeling is gunstig voor zowel de werkgever (die over een deel van het salaris geen loonbelasting betaalt) als de werknemer (die netto meer overhoudt).

Binnen het Nederlandse bedrijfsleven wordt gretig geprofiteerd van de regeling. In 2009 ontvingen 39.521 ‘ingekomen werknemers’ het voordeel. Daarom ontstond vorig jaar veel onrust toen staatssecretaris Frans Weekers van Financiën voorstelde de regeling aan te scherpen. Volgens hem was de regeling „uitgehold” en werkte zij discriminerend tegenover Nederlandse werknemers.

Waar voorheen naar opleiding, salaris en werkniveau werd gekeken om te bepalen of een buitenlandse werknemer ‘deskundig’ was, stelde Weekers voor om voortaan diens salaris als leidraad te nemen. Hij wilde de salarisdrempel verhogen. Lag die eerst op 50.619 euro inclusief de 30 procentvergoeding, Weekers wilde haar op 50.619 euro exclusief de vergoeding leggen.

Ook moesten ‘ingekomen werknemers’ van Weekers voortaan aan de nieuwe ‘150 kilometerbepaling’ voldoen. Deze houdt in dat zij ten minste 16 van de 24 maanden vóór hun tewerkstelling in Nederland buiten een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens moeten hebben gewoond. De veronderstelling is dat zij binnen deze afstand het fiscale voordeel niet nodig hebben, omdat hun reiskosten beperkt zijn en zij in het land van herkomst (in casu België, Duitsland of Luxemburg) kunnen blijven wonen. Hun werkelijke ET-kosten kunnen zij wel vergoed krijgen.

Als gevolg van de wijzigingen zouden veel buitenlandse werknemers niet meer in aanmerking komen voor de fiscale tegemoetkoming. Bedrijven die veel met expats werken, vreesden een exodus van hun buitenlandse werknemers. Zij verenigden zich en startten een lobbycampagne bij staatssecretaris Weekers.

De lobby had gedeeltelijk succes. Want de salariseis werd uiteindelijk niet verhoogd, maar juist verlaagd. Daarentegen bleef de gewraakte 150 kilometerbepaling wel overeind. Het is juist deze eis die momenteel het grootste obstakel vormt.

Door de 150 kilometerbepaling worden voornamelijk bedrijven geraakt die veel met Belgen en Duitsers werken, stelt Wim Weijnen, directeur van de Limburgse Werkgevers Vereniging. „Ik krijg van mijn leden signalen dat deze eis een grote belemmering vormt voor het aantrekken van personeel uit de omliggende landen. Naarmate je meer in de grensregio zit, put je meer uit het omringende buitenland.”

Navraag bij enkele grote bedrijven in Brabant en Limburg levert niet direct het bewijs op dat zij veel hinder ondervinden van de kilometerrestrictie. Philips stelt geen „op cijfers onderbouwd antwoord” te kunnen geven. Het Heerlense chemie- en biotechnologieconcern DSM weigert „bedrijfsspecifieke gegevens” beschikbaar te stellen.

Toch ondervinden organisaties in Limburg wel degelijk hinder van de bepaling, stelt Weijnen. „Hoe kennisintensiever de organisatie, hoe meer de afgelopen jaren is geprofiteerd van de regeling. Bedrijven als Medtronic (wereldleider op het gebied van medische technologie, red.) en DSM, maar ook de Universiteit van Maastricht, kunnen daarom veel last krijgen van de wijzigingen.”

„Tot nu toe vormden de wijzigingen nog geen breekpunt bij het aantrekken van werknemers binnen de 150 kilometerzone”, zegt Bert Corten, directeur van Medtronic. Momenteel maken veertig werknemers gebruik van de regeling. Volgend jaar wil Medtronic zich sterker op de Duitse markt oriënteren om ook daar personeel te werven. Corten: „Ik verwacht dat de eis daar wel een barrière gaat vormen. Er is een stimulans nodig om Duitsers met specifieke kennis naar Nederland te halen. Duitsers verdienen in de regel netto minder in Nederland dan in Duitsland, dus om hen over te halen voor een Nederlands bedrijf te gaan werken, is een 30 procentregeling essentieel.”

„Er doen zich wel degelijk problemen voor, dat merk ik in de dagelijkse praktijk”, zegt Harm Prinsen, partner bij Deloitte Belastingadviseurs. Zijn kantoor ondersteunt op dit moment enkele werknemers die een proces hebben aangespannen wegens discriminatie door de kilometerbepaling. Zij komen uit het grensgebied en hebben in de nieuwe situatie geen recht meer op de 30 procentregeling. „De eis treft vooral mensen die daadwerkelijk verhuizen. Zij maken net zo goed hun kosten. Het is vanuit Aken naar Groningen verder dan vanuit Lille in Noord-Frankrijk naar Tilburg. Onbegrijpelijk.”

Het Amsterdamse softwareontwikkelaar Guerrilla Games bevindt zich niet in de grensstreek, maar kampt met andere obstakels. Het aantrekken van buitenlandse werknemers wordt bemoeilijkt door de nieuwe regelgeving. „Mensen die hier solliciteren, hebben een rekensommetje gemaakt van wat ze kunnen verdienen”, zegt Delano Lobman van Guerrilla Games. „Vroeger zaten ze er niet ver naast, nu vaak wel, omdat ze geen 30 procent meer krijgen, maar bijvoorbeeld 15 procent. En kandidaten stellen het niet letterlijk, maar mijn gevoel zegt dat er daardoor wel een aantal mensen zijn afgehaakt.”

Fiscaal jurist Henk Amorison van Hillbrook Expatriate Tax Solutions stelt dat de nieuwe kilometerbepaling haar doel voorbij schiet. „Het kilometercriterium moet voorkomen dat buitenlandse grenswerkers Nederlandse werknemers in de grensregio’s verdringen op de arbeidsmarkt. Nu zijn echter alle schaarse en specifiek deskundige werknemers de dupe die binnen die 150 kilometerzone worden geworven en in Nederland gaan wonen. Zij hebben dezelfde extra kosten als de specifiek deskundige werknemer uit Londen of Parijs die naar Nederland verhuist en wél gewoon onder de 30 procentregeling valt.”

Amorison stelt daarom een tegenbewijsregeling voor: „Laat werkgever en werknemer bewijzen dat de werknemer daadwerkelijk over specifieke deskundigheid beschikt die schaars aanwezig is op de Nederlandse arbeidsmarkt. Hanteer daarvoor desnoods de voorwaarden van vóór 2012, of scherp deze nog extra aan.”

Amorison sluit niet uit dat (gedupeerde) buitenlandse werknemers juridische procedures zullen winnen. „Aan de ene kant zou dat prettig zijn voor de echte schaarse en specifiek deskundige werknemers die binnen de 150 kilometerzone vallen. Het nadeel is dan wel dat weer misbruik van de regeling dreigt en dat alsnog Nederlandse werknemers worden verdrongen door buitenlandse grensarbeiders. Het wordt dan tijd voor een moderne 30 procentregeling die aantrekkelijk blijft voor het bedrijfsleven en voor Nederland als kennisland, die door de Europese Unie is goedgekeurd en die niet misbruikt kan worden.”

    • Jorg Leijten