Een ban gebroken, Anand wint weer

T oen wereldkampioen José Raúl Capablanca in 1927 in Buenos Aires begon aan zijn match tegen Alexander Aljechin, gold hij als een vrijwel onverslaanbare schaakmachine. In de tien jaar daarvoor had hij zware toernooien gespeeld, hij had zijn titel veroverd in een match tegen Lasker, hij had net in New York een toernooi gewonnen met 2,5 punt voorsprong op Aljechin, en in die tien drukke jaren had hij maar drie serieuze partijen verloren, vooral door achteloosheid en een gevoel van onkwetsbaarheid.

In die match tegen Aljechin verloor hij de eerste partij, een schokkende sensatie. Daarna leek hij de natuurlijke orde te herstellen door twee partijen te winnen, maar later verloor hij twee partijen achter elkaar.

Garry Kasparov schrijft in zijn boek My Great Predecessors, deel 1, dat er toen in Buenos Aires het verhaal de ronde deed dat iemand die al heel lang niet spreken kon, een fan van Capablanca, bij het vernemen van dit schokkende bericht uitriep: „Dit kan niet waar zijn!” Vervolgens verloor hij zijn door de emotionele schok herstelde spraakvermogen weer door verdriet.

Zo was het dus in 1927 als de wereldkampioen verloor, maar tegenwoordig is het omgekeerd. We hebben met Anand een wereldkampioen die lange tijd niet meer kon winnen.

Woensdag was in de London Chess Classic de eerste rustdag. Wie de vrije dag gebruikte om de statistiek bij te houden, zag dat Anand al 17 partijen met klassieke bedenktijd achter elkaar had gespeeld zonder er een te winnen. Hij had er dit jaar sowieso weinig gewonnen, een in de Bundesliga en een in zijn WK-match tegen Gelfand.

Natuurlijk, hij had sterke tegenstanders en hij verloor ook zelden, maar al kan ik niet in de ziel van Anand kijken, ik stelde me voor dat het onvermogen om te winnen stevig aan hem knaagde. Maar donderdag werd de ban dan toch gebroken. Nadat hij maandenlang vergeefs rotsblokken had proberen te verplaatsen in zware gevechten, won Anand nu in een lichtgewicht partijtje spelenderwijs van de Engelsman Gawain Jones.

Lammen wierpen hun krukken weg, blinden hervonden het licht in hun ogen. Nou ja, misschien niet echt, maar het was toch wel een grote opluchting dat onze wereldkampioen weer eens won. Je wilt graag dat de baas zijn kracht nog kan tonen.

Na die ronde van donderdag stond Magnus Carlsen bovenaan in de London Chess Classic, met slechts de adem van Vladimir Kramnik nog in de nek. Voor Carlsen is winnen zo natuurlijk als ademhalen.

Tijdens het toernooi konden de Noorse kranten op de voorpagina het nieuws melden dat Carlsen het ratingrecord van Kasparov had gebroken en daarmee de hoogste rating uit de schaakgeschiedenis had bereikt.

Bravo! Muggenziften over ratinginflatie doen we een andere keer.

Magnus Carlsen-Gawain Jones, London Chess Classic 2012

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Dxd4 a6 5. h3 Pc6 6. De3 g6 7. c4 Lg7 8. Le2 Pf6 9. Pc3 0-0 10. 0-0 Pd7 11. Tb1 a5 Jones dacht lang na over 11...Pc5 12. b4 Lxc3, waarna Carlsen een pion had willen geven met 13. Dxc3. 12. b3 Pc5 13. Lb2 f5 14. exf5 Lxf5 Zwart heeft actieve stukken, maar als wit die activiteit in toom houdt, heeft hij kans op voordeel door zijn solide pionnenstelling. 15. Tbd1 a4 16. La3 Da5 Ook het stukoffer 16...axb3 17. Lxc5 bxa2 kwam in aanmerking. 17. Pb5 axb3 18. axb3 Nu kon zwart zonder te offeren verder spelen met 18...Tf6. Wit kan dan geen materiaal winnen, want na 19. Lxc5 Te6 20. Dd2 dxc5 21. g4 heeft zwart 21...Dxd2 22. Txd2 Txe2 23. Txe2 Ld3 met ongeveer gelijk spel. 18...Dxa3 Zwart waagt een sprong in het duister. Hij offert zijn dame voor twee stukken. 19. Pxa3 Txa3 Dit dameoffer was al eens voorgekomen in een partij tussen twee vrij onbekende spelers (Rombaldoni- Sorcinelli, Bergamo 2009) wat Carlsen en Jones vast niet wisten. Vooral Jones had veel tijd gebruikt. 20. Pd2 Ld4 21. Dg3 Le5 Dit vond Carlsen niet goed; hij was blij met de zet f4 die hij gratis kreeg. 22. f4 Lf6 23. Lg4 Pd4 24. Kh1 Lc2 25. Tde1 Kh8 26. Te3 h5 27. b4

27...h4 Hierna wint wit zonder grote problemen. Veel lastiger zou het zijn na meteen 27...Pd3. Na de partij keken de spelers eerst naar 28. Le6, maar dan komt 28...h4 29. Dg4 Pf2+ 30. Txf2 Txe3 en nu zijn behalve zijn loper ook wits dame en koning in moeilijkheden. Er dreigt bijvoorbeeld 31...Tg3. Ook 28. Pe4 h4 29. Dh2 Pf2+ geeft wit geen voordeel. Ten slotte vond Carlsen de beste zet 28. Ld1, wat hem na 28...Pf5 29. Dxg6 inderdaad voordeel geeft, maar lang niet zo groot als in de partij. 28. Df2 Pd3 29. Dg1 Wit moet zich even vreemd opvouwen, maar hij staat materiaal voor en zwart is uitgepraat. 29...Pf5 30. Lxf5 gxf5 31. Pf3 Tc3 32. c5 Lb3 Met 32...dxc5 33. bxc5 Tc4 (of 33...Txc5 34. Txd3) zou zwart iets meer tegenstand kunnen bieden, maar ook dan zou hij verloren staan. 33. Pe1 Ld4 34. Pxd3 dxc5 35. Df2 Tf7 36. Tc1 cxb4 37. Txc3 bxc3 38. De1 Zwart gaf op.