De Marokkaanse bestuurders: het is een opvoedingskwestie

Mustafa Boukarfi en Mimoun Baghal zijn bestuurders van SV Nieuw West. Bijna 100 procent van hun jeugd is Marokkaans.

Het is donders moeilijk, zegt de tweede voorzitter. Je vraagt nogal wat, zegt de jeugdvoorzitter.

In het clubhuis tussen de besneeuwde velden van sportpark Eendracht in Amsterdam-West zitten Mustafa Boukarfi en Mimoun Baghal aan een tafeltje met koffie en thee. Marokkanen en voetbal – dat zijn beladen woorden geworden; enkele verdachten van de dood van de grensrechter in Almere hebben een Marokkaanse achtergrond. En bij Nieuw West spelen vooral Marokkaanse voetballers. Van de circa 400 leden spelen er zo’n 250 in de jeugd.

Wat er zo moeilijk is? Dat het een kwestie van opvoeding is, zeggen ze. En dat je daar bij een club maar zo weinig greep op hebt. „Toen ik voetbalde hadden wij respect voor trainers en scheidsrechters”, zegt Boukarfi. „Dat was vanzelfsprekend. Ik keek op tegen alle volwassenen.” Nu ervaren ze dat scheidsrechters en trainers dat respect van jongeren moeten verdienen. Daar kun je al aan zien dat het geen cultureel, geen Marokkaans probleem is, zegt Boukarfi. Natuurlijk hebben ze gehoord dat PVV-leider Wilders een Kamerdebat wilde over het „Marokkanenprobleem”. Boukarfi: „Waar was Wilders toen bekend werd dat de moordenaar van Marianne Vaatstra een Friese boer was?”

Boukarfi vertelt over een keer dat zijn zoon nog bij de E’tjes zat. „Ik stond bij een uitwedstrijd naast de moeder van het andere team te kijken. Het was een hartstikke leuke wedstrijd. Die vrouw zei ineens dat haar zoon de hele nacht geen oog had dichtgedaan. Waarom, vroeg ik. Omdat hij vandaag tegen een team van Marokkanen moest spelen, zei ze.”

Kom bij Boukarfi en Baghal niet aan met Marokkanenprobleem. De jeugdelftallen van hun club zijn voor bijna 100 procent Marokkaans. „En we hebben de laatste vier jaar geen incident van betekenis gehad”, zegt Baghal.

Vier jaar geleden wel. Na een wedstrijd in november 2008 gaf een trainer van wat toen nog Sporting Maroc heette, een kopstoot aan een scheidsrechter. Die scheidsrechter had volgens de trainer echt beroerd gefloten. „Hij liep op hem af”, zegt Boukarfi, „en zei er wat van. Hij kreeg meteen een rode kaart.” Toen heeft de trainer de scheidsrechter een kopstoot gegeven. Niemand die het snapte. Een keurige, beleefde man, eigen baas, actief op allerlei maatschappelijke terreinen. „Hij heeft zich daarna uit bijna alle functies teruggetrokken”, zegt Boukarfi.

Het jaar erop veranderde het bestuur de naam van Sporting Maroc in Nieuw West. Dat was niet om het incident, zeggen ze. Met het stadsdeel was afgesproken dat enkele voetbalclubs uit de buurt zouden fuseren tot één vitale vereniging. En dan was Sporting Maroc geen naam waarmee je niet-Marokkanen aantrok.

Sindsdien is SV Nieuw West snel gegroeid. Het clubhuis is te krap, het dak lekt, maar er is voorlopig geen geld voor reparaties. Boukarfi en Baghal steken per week vijftien à twintig uur in de club, naast hun banen als machinist bij de NS (Boukarfi) en ambtenaar bij de gemeente Amsterdam (Baghal). De betrokkenheid van de ouders kan beter, zeggen ze. Maar dat hebben alle verenigingen, weten ze: moeite om vrijwilligers te vinden die de jongens willen trainen, en dat ook goed willen doen. Vaak moeten ze zelf fluiten of vlaggen, soms moeten ze uit het publiek iemand aanwijzen. Dat is wat Baghal bedoelt als hij zegt: je vraagt nogal wat van de ouders. Scheidsrechters, niet alleen van hun club, worden voor van alles en nog wat uitgemaakt. Voor rotte vis. Klootzak. Of thuisfluiter. En soms nog terecht ook.

    • Bas Blokker
    • Michiel Dekker
    • Brian van der Bol