De kloof tussen weten en doen

Met ruim 1.400 TED-filmpjes beschikbaar, meer dan 20 miljoen publicaties op Google Books en straks met de ‘Universiteit van Nederland’ online, groeit een generatie op die zich nooit meer kan verweren met het hulpeloze: „Hoe moest ik dat nou weten?” De belofte waarover ik begin jaren ’90 als jonge journalist futuristische stukjes mocht tikken; dat het ‘world wide web’ zou zorgen voor ‘information at our fingertips’, is in amper twintig jaar realiteit geworden.

De toegang tot zo veel informatie, kennis en wijsheid heeft voor- en nadelen. Een voordeel is dat je voor het meeste bureauonderzoek de deur niet meer uit hoeft. Een nadeel is dat je vaak niet weet waar je beginnen moet. Op mijn digitale to do-lijstje staat bijvoorbeeld: colleges van Michael Sandel bekijken, en: Blogs van Umair Haque lezen. Maar alleen deze twee voornemens kosten me al 13 uur en die heb ik nu even niet.

Vraag: helpt al deze kennis die voorhanden is ons ook verder? Mijn antwoord: minder dan ik hoopte. We zijn ons – ik baseer me voor het gemak even op mijn persoonlijke waarneming – niet noemenswaardig gezonder, slimmer, gelukkiger of economisch verstandiger gaan gedragen sinds de komst van internet. Door het kijken van Sandel en het lezen van Haque verandert mijn mening misschien wel, maar mijn handelen nog niet.

Psychologen noemen dit de ‘intention-behavior-gap’: de kloof tussen voornemen en uitvoering. Een van de eerste onderzoekers die zich hierin verdiepte was de Amerikaan Richard LaPiere. Hij volgde en observeerde tussen 1930 en 1932 een Chinees echtpaar tijdens een reis door de VS. Bij hun bezoek aan 251 restaurants en hotels werd het echtpaar één keer geweigerd. Maar toen LaPiere later de horeca-uitbaters per brief vroeg of ze een Chinees echtpaar zouden ontvangen, antwoordde 91 procent negatief (over discriminatie in de VS ooit meer). Eén horecabaas schreef: „Dat hangt van de omstandigheden af.” Waarschijnlijk het meest correcte antwoord.

Bijna tachtig jaar na LaPiere is het gat tussen intentie en gedrag nog altijd een belangrijk onderwerp in de psychologie. We weten nu bijvoorbeeld dat context een essentiële rol speelt. Een intentie vormen in de ene context en die uitvoeren in een andere, is voor de menselijke soort een zware opgave. Alleen achter je computerscherm vind je X, maar samen met collega’s doe je Y. Op de weegschaal vind je jezelf te zwaar, tijdens de maaltijd schep je nog eens op.

Wat helpt is je voornemen expliciet richten op de context waarin je je gedrag wilt uitvoeren. Een ‘implementatie-intentie’ formuleren, noemt psycholoog Peter Gollwitzer dit. Zo’n implementatie-intentie kan bijvoorbeeld luiden: „Tijdens het kerstdiner bedien ik mijzelf en neem ik bij elke gang een halve portie.”

Goed. Voor betekenisvolle omwentelingen – vrede op aarde; onafhankelijk worden van fossiele brandstoffen; slank, fit en gelukkig in 2013 – kom je er niet met het bekijken van internetfilmpjes of het lezen van wetenschappelijke artikelen. Daarvoor zijn permanente veranderingen in gedrag noodzakelijk.

Aan de andere kant. Een deel van de kennis waarop dit stukje is gebaseerd, heb ik ooit tijdens colleges tot me genomen. Maar het meeste komt uit artikelen die ik – vaak na tips van collega’s – via het web en in online databanken heb gevonden.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft iedere week over management en leiderschap.

De column van Marike Stellinga komt vandaag wegens ziekte te vervallen.