De grensrechter: ik heb boter op mijn rug, alles glijdt eraf

Nederland, Duivendrecht, 07-12-2012. Ab Dambrink, grensrechter. Foto ivm verhaal over voetbalgeweld nav het doodschoppen van een grensrechter in het amateurvoetbal. Foto: Olivier Middendorp

Ab Dambrink (62) uit Duivendrecht, grensrechter. Maakt dit seizoen de overstap naar juniorenscheidsrechter.

‘Ik denk dat na het drama in Almere sommige grensrechters met lood in hun schoenen op het veld stappen. Zeker in de onderste regionen en bij de jeugd. B’tjes en A’tjes zijn tegenwoordig ook gewoon volwassen kerels, alleen dan in de puberteit. Zo gedragen ze zich ook. Het hangt van de begeleiding af hoe het op het veld gaat.

„Ik heb zelf nooit één klap gekregen. Dat komt denk ik vooral voor in de lagere amateurklassen. Wel komen spelers vaak naar je toe om verhaal te halen over een beslissing. Dat hoort bij het spelletje. Ik heb één keer rapport moeten opmaken over een duw in mijn rug na een rumoerige wedstrijd. De waarnemer van de KNVB noemde het een molestatie, maar zo heb ik dat niet ervaren.

„Ik neem mijn pet echt af voor de scheids- en grensrechters in de derde klasse en lager. Dat zijn vaak onbetaalde vrijwilligers met hart voor de zaak. Ze zijn niet altijd op de hoogte van de regels en krijgen van alles naar hun hoofd geslingerd. Die mensen moeten het echt helemaal alleen doen. Je moet de scheldwoorden zo snel mogelijk vergeten, want anders is je wedstrijd weg. Ik heb boter op mijn rug gekregen, alles glijdt eraf.

„Dit seizoen ben ik weer scheidsrechter bij de jeugd. Vooral de contacten met spelers vind ik daarin leuk. Het uitleggen aan junioren waarom je een beslissing hebt genomen, zonder er een praatsessie van te maken. Mijn ervaring is dat de moeilijkste ploegen juist de lagere seniorenteams zijn, met voetballers die ooit hoger hebben gespeeld en alles beter weten.

„Als scheidsrechter verander ik in een heel ander persoon. Ik ben een aardige jongen, maar in het veld ben ik fanatiek en streng. Dat moet ook, je moet keihard zijn. Te vaak hoor ik een commentator op tv zeggen na een overtreding: het zal wel meevallen. Dan denk ik: je hebt er geen verstand van. Als scheidsrechter moet je de regels toepassen, dan ontstaat er ook geen onrust op het veld.

„Ik houd van het menselijke aspect. Ik heb een keer een jongen op het veld gefeliciteerd toen hij zijn honderdste doelpunt maakte voor de club. Of iemand gecomplimenteerd die werd getergd door zijn tegenstander en niet wraak nam door te schoppen, maar door te scoren. Officieel mag je als grensrechter geen contact hebben met het publiek. Ik maakte een keer een praatje met een man die me grappend lange kousen aanbood omdat het zo koud was als het spel stillag. Dat werd me in een rapport kwalijk genomen, maar ik vind het juist de charme.

„Zo lang er onderling respect is tussen de ploegen is er niks aan de hand. Maar er hoeft er maar eentje bij te lopen die de vorige avond wat verkeerds gedronken heeft en daar nog last van heeft. Sommige spelers versjteren de boel bewust. Het is de kunst die eruit te pikken. Ik heb wel eens tegen een aanvoerder gezegd: als ik jou was zou ik die jongen wisselen, anders gebeurt er straks een ongeluk of geef ik hem rood.

„Voor scheidsrechters is houding belangrijk. Sommigen stappen het veld op met een houding van: wie doet me wat? Zelf ben ik altijd onbevangen geweest. De zaterdagmiddag is voor mij nog steeds heilig.

„Ik vind het te kort door de bocht te zeggen dat er iets mis is in het amateurvoetbal. Elk weekend zijn er dertigduizend wedstrijden, met minimaal tweeëntwintig spelers en wat publiek eromheen. Ga eens na hoeveel mogelijke incidenten je dan hebt, met misschien wel meer dan een miljoen mensen. Elk incident is er één te veel, maar in hoeveel gevallen gaat het echt mis? We moeten niet iets veranderen in het amateurvoetbal, maar in de maatschappij.”