De AWBZ en de historie

Woorden als „historisch”, „doorbraak” en „schokkend” vielen deze week in de Tweede Kamer toen bij de behandeling van de begroting voor Volksgezondheid de ingrepen in de AWBZ ter sprake kwamen.

Al volgend jaar wordt op basis van besluiten die nog ten tijde van het vorige kabinet zijn genomen, een begin gemaakt met het scheiden van wonen en zorg. Nieuwe cliënten zullen vaker dan voorheen een indicatie krijgen om niet naar een zorginstelling te verhuizen, maar thuis te blijven wonen.

Het nieuwe kabinet heeft verdere versobering op het oog. In het regeerakkoord is voor wat betreft de AWBZ een kernzin dat de zorg „wordt beperkt tot degenen die het echt nodig hebben”.

Onderzoek van het Centraal Planbureau heeft uitgewezen dat de explosieve groei van de zorgkosten lang niet alleen door de vergrijzing wordt veroorzaakt. Voor ouderenzorg geldt dat ruim eenvijfde van de kostenstijging door overheidsmaatregelen is veroorzaakt. Bij gehandicaptenzorg is dat zelfs ongeveer eenderde. Met andere woorden: politici hebben met de beste bedoelingen, zoals er dan bij hoort te worden gezegd, de regelingen steeds aantrekkelijker gemaakt, waardoor steeds meer mensen er een beroep op doen.

Gevolg: volksverzekering AWBZ, die grotendeels en verplicht door alle belastingbetalers wordt gefinancierd, via een premie van 12,15 procent, neemt een steeds grotere hap weg uit de collectieve middelen. Vanzelfsprekend ten koste van andere uitgaven. In 2011 stroomde 22 miljard euro de AWBZ binnen, dat was nog altijd 3,3 miljard te weinig om de uitgaven te dekken.

De Algemene wet bijzondere ziektekosten werd in 1968 ingevoerd om niet particulier verzekerbare ziektekosten te dekken. Sindsdien is de AWBZ uitgedijd en uitgedijd. Er was alleen even een kentering in 2008 toen het Rijk via de Wet maatschappelijke ondersteuning een deel had overgeheveld naar de gemeenten, waartoe het kabinet-Rutte II in veel grotere mate zijn toevlucht zal nemen.

Een goed voorbeeld van een regeling waarbij het aanbod in hoge mate zorgt voor het scheppen van een vraag, en zo kan ontsporen, is het persoonsgebonden budget (pgb), betaald uit de AWBZ.

Mensen kregen daarmee meer vrijheid om buiten de gevestigde kanalen en de ‘bureaucratie’ zelf zorg in te kopen. Dit op persoonlijke behoeftes toegesneden karaker maakt het pgb razend populair én hoog gewaardeerd. In 1996 maakten 5.400 mensen gebruik van het pgb voor een bedrag van ruim 100 miljoen gulden. Dat was minder dan het begrote bedrag. Nu gebruiken 133.000 cliënten een pgb en kost het 2,3 miljard euro.

De keerzijde van dit ‘succes’ is dat de regeling door de grote, contant uitgekeerde bedragen aanlokkelijk is voor fraude.

Dat staat overigens los van ander twijfelachtig gedrag dat de pgb-regeling uitlokt. Familieleden die zorg aanvankelijk ‘gratis’ verleenden en nu betaald worden uit een pgb, plegen geen fraude. Dat een pgb voor hen inkomen vertegenwoordigt, wekt wel bevreemding. Dat het een belangenconflict schept, ook. Zoals staatssecretaris Van Rijn (Volkgezondheid, PvdA) deze week in een brief over de aanpak van de fraude aan de Tweede Kamer opmerkte: het voelt niet goed wanneer ouders een financieel belang hebben bij de zwaarte van aandoeningen van hun kind.

De fraudegevoeligheid van pgb's is al geruime tijd bekend. Zo nu en dan pakt justitie spectaculaire gevallen van oplichting en fraude, niet alleen van criminele organisaties, soms ook van gecertificeerde hulpverleners.

Hoeveel pgb-fraude er echt is, is onduidelijk doordat er geen parallelle belangen zijn tussen ministerie en zorgverzekeraars. De verzekeraars moeten de opsporingskosten van fraude betalen en vinden verdacht weinig. Zij ontvangen niet de opbrengst van de ontdekte fraude, die vloeit naar de staatskas.

Zo is de pgb een schoolvoorbeeld van een regeling die makkelijk uit de hand kan lopen. Dat is symptomatisch voor de AWBZ. Die inderdaad toe is aan ‘historische’ ingrepen. Dat is niet alleen een opvatting van de regeringscoalitie van VVD en PvdA, maar ook van oppositiepartijen als CDA, D66 en GroenLinks. Hoezeer ze ook over – soms belangrijke – details van mening verschillen. Laat de AWBZ terugkeren naar zijn oorspronkelijke doelstelling en geef burgers hun eigen verantwoordelijkheid terug.