De afgestofte Assepoester

Assepoester is niet alleen lief en zielig, maar in de nieuwe Cinderella ook boos en onderdrukt. Het Nationale Ballet maakt van het oude sprookje een modern verhaal. Met een prins die meer een Harry dan een William is.

Choreograaf Christopher Wheeldon

‘Amélie Poulain? Really?” Choreograaf Christopher Wheeldon kijkt verrast op als hij hoort dat deze naam op de grafsteen van de moeder van Assepoester staat. Dat had Julian Crouch, de decorontwerper van Cinderella, hem nog niet verteld. De verwijzing naar het geluk verspreidende serveerstertje Amélie uit de Franse succesfilm bevalt hem wel. „De moeder waakt, zelfs over het graf heen, over het geluk van Assepoester, dat zal het wel zijn. Uitstekend”, besluit hij, „I like it”, om vervolgens naar de bespreking met de dirigent van Holland Symfonia te spurten.

De Britse choreograaf wóónt dezer dagen praktisch in het Amsterdamse Muziektheater, waar donderdag zijn nieuwe productie van Cinderella van Het Nationale Ballet in première gaat. Zoals altijd is de creatie van een avondvullende voorstelling een zenuwslopende, gecompliceerde onderneming. En zoals altijd is er te weinig tijd. „Ga maar na”, zegt Wheeldon, die zich overigens niet beklaagt over de circa vijftien weken repetitietijd die hij heeft gekregen, „bij de musical hebben ze drie weken toneelrepetities voor alleen de techniek, hier moeten we het doen met vijf dagen op het toneel voor álles.” Alles, dat is drie akten in elf scènes, met wisselende decors en belichting, een groeiende boom met magische krachten, enorme maskers, een volledig orkest, 65 dansers (van wie 14 ook als poppenspeler optreden), 11 kinderen van de Nationale Ballet Academie en 3 figuranten, gekleed in ongeveer 320 gloednieuwe kostuums: tutu’s natuurlijk, maar ook fantasierijke Victoriaanse creaties, sprookjesachtige vogels met kleurige pluimstaarten, gouden harnassen uit de Verenigde Staten, pruiken uit Bali, een maliënkolder gebreid door een ‘mannetje’ uit Groot-Brittannië, exclusief ontworpen gouden spitzen en een Russisch-orthodox priesterkleed van... eBay.

Cinderella – Het Nationale Ballet prefereert de Engelse titel – mag met recht een internationale productie worden genoemd. Delen van het ballet werden in Amerika door het San Francisco Ballet gemaakt en bij het Amsterdamse collega-gezelschap ingestudeerd. Als de jongste interpretatie van het sprookjesballet op 1 januari voor het laatst in het Muziektheater is gedanst, worden kostuums, rekwisieten en decors met gezwinde spoed gereinigd, waar nodig hersteld, en ingepakt, om vervolgens te worden verscheept naar San Francisco, waar het balletgezelschap aldaar de creatie van Wheeldon zijn Amerikaanse première geeft.

Cinderella is pas zijn tweede avondvullende ballet – voor het Londense Royal Ballet maakte hij vorig jaar Alice’s Adventures in Wonderland – maar de choreograaf blijft schijnbaar rustig in het trans-Atlantische logistieke labyrint. „Wat ik van Alice heb geleerd is dat je moet accepteren dat de première niet het voltooide product is. Je kunt zoiets groots niet meteen goed krijgen. De kritiek dat Alice te overladen was, te druk, vond ik terecht. Ik sleutel nog steeds aan die productie.”

In Cinderella streeft hij opnieuw naar een cinematografische ervaring, met veel dynamiek en snelheid (en video), toegesneden op een hedendaags publiek. „Ik probeer een complete wereld te creëren, niet dans na dans na dans. En geen knullen in muizenpakken die een grote pompoen over het toneel trekken, of dansende theepotten”, zegt hij, verwijzend naar traditionele Russische versies van het sprookjesballet.

Wat hij en ontwerper Crouch wel willen, stelde de decorafdeling van het Muziektheater voor de nodige uitdagingen. De tafel in de keuken van Assepoesters stieffamilie bijvoorbeeld. „Die moet verrijdbaar zijn, maar wel met stoelen eromheen die ook los kunnen en toch stabiel genoeg zijn om erop te kunnen springen”, legt eerste rekwisiteur Peter Paul Oort uit. Om dat gevaarte soepel te laten rijden én remmen op de verende balletvloer, is geoefend met een kar van honderd kilo en zijn speciale wieltjes ontworpen. Het vraagstuk van de los-vaste stoelen is opgelost met kleine bakjes aan het ‘chassis’, waarin de stoelpoten kunnen worden geplaatst. Oort is tevreden over het resultaat, zeker in deze hectische periode waarin de vijftienkoppige decorafdeling aan nog drie producties werkt. Gelukkig is de samenwerking met Crouch, die met Cinderella zijn eerste balletontwerp aflevert, soepel verlopen. En dat, verzucht Oort, is wel eens anders – hij murmelt iets over de nieuwe Guillaume Tell van De Nederlandse Opera.

In de studio zijn de dansers al aan het repeteren voor de keukenscène. Onvermoeibaar werkt Wheeldon aan details: de timing van het oprijden van de tafel, het afkeurende gebaar van de stiefmoeder, hoe zij de suikerpot moet weggrissen, de fantasieën en frustraties van Assepoester, die door vier beschermengelen wordt geholpen en opgetild.

Anna Tsygankova, momenteel de absolute ster van Het Nationale Ballet en eerste bezetting voor de rol van Assepoester, zuigt zijn aanwijzingen op. „Bij Chris zit achter elke beweging een zin”, legt ze uit. „Terwijl je danst, spreek je die voor jezelf uit. Zo kun je de betekenis achter elk gebaar overbrengen. Het maakt de choreografie levendig en overtuigend. Ik merk dat ik tegenwoordig ’s avonds, als ik zit te lezen, steeds afdwaal en in mijn hoofd aan het dansen ben. Die ervaring heb ik lange tijd niet meer gehad.”

De Siberische ballerina heeft geen moeite om als moderne vrouw in een sprookjespersonage te stappen. „In mijn eigen leven trek ik geen strikte grens tussen realiteit en sprookje. Ik geloof in krachten die ons sturen, zoals in dit ballet de beschermengelen Assepoester begeleiden en ondersteunen. Toch ligt deze versie dichter bij het echte leven dan de producties die ik ken uit Rusland. Er komt geen goede fee met een toverstaf in voor, het is minder Disney-achtig. De stiefzusters zijn gemeen én grappig, Assepoester is niet alleen maar lief en onderdrukt, maar ook boos en gefrustreerd. Heel menselijk dus.”

Iets soortgelijks geldt voor de prins, zegt Wheeldon. Die wordt door het hof waar hij opgroeit in een keurslijf gedwongen, terwijl hij verlangt naar een normaal bestaan. „Net als Assepoester wil hij, zij het om andere redenen, uit zijn milieu losbreken. Het is een moderne prins.” Een vergelijking dient zich aan: „Meer een Harry dan een William.”

Anders dan de Assepoester van Sir Frederick Ashton, die Het Nationale Ballet tot voor kort op het repertoire had, volgt Wheeldons Cinderella niet het oorspronkelijke sprookje van Charles Perrault, maar de latere versie van de gebroeders Grimm, die realistischer en duisterder is. „We overwegen nog of we de afgehakte tenen uit het Grimm-sprookje zullen opnemen. Het beeld trekt me wel aan”, grijnst hij.

Schuldig voelt hij zich niet over de ‘vadermoord’ die hij met zijn nieuwe Cinderella pleegt. Wheeldon is opgegroeid in de Britse traditie van het verhalende ballet, waarvan Ashton de prominentste vertegenwoordiger was. De eerste glimp die hij als kind van ballet opving, was dan ook een beroemd werk van Ashton, La fille mal gardée. „Ik vond vooral de kippen in de eerste akte geweldig”, herinnert hij zich. Maar al zit het hem in het bloed, als choreograaf had hij wel enige aarzeling ten aanzien van het genre. „Omdat het verschrikkelijk moeilijk is. Als je een abstracte eenakter maakt, zijn de mogelijkheden oneindig. Je kunt alles zelf verzinnen. Maar met zoiets als Cinderella moet je het verhaal goed vertellen. Als het publiek met vraagtekens naar huis gaat, heb je het niet goed gedaan. Ik maak dit niet voor een publiek van insiders, maar gewoon voor paps en mams die de kinderen met Kerst mee naar ballet nemen. Het moet dus boeiend zijn, entertaining én choreografisch rijk, maar wel op een hedendaagse manier.”

Sommigen stellen zich de vraag of verhalende choreografieën, laat staan sprookjesballetten, überhaupt nog wel van deze tijd zijn. Wheeldon is daar in de loop der jaren anders over gaan denken, mede doordat hij te vaak choreografieën ziet waarin dans tot een vorm van hogere atletiek is verworden. „Dansers van nu kunnen alles, maar als ze met al hun geweldige isolaties, torsies en hoge benen geen emotionele weerklank veroorzaken bij het publiek, is het niets. Daarom is het tegenwoordig een uitdaging voor dansers om hun technische talenten te gebruiken om iets te zeggen over een personage, een situatie, een idee over de condition humaine.” Hij waagt er een voorzichtige stelling aan: „In de klassieke dans zijn we langzamerhand op een eindpunt gekomen van de technische mogelijkheden. Verhalende balletten zijn misschien juist de toekomst!”

Het Nationale Ballet met Cinderella. Amsterdam, Muziektheater, 13/12 t/m 1/1. www.het-ballet.nl