Brieven

De Telegraaf

is absoluut niet de VVD-huiskrant

Frans Dekkers uit Eindhoven heeft natuurlijk volkomen gelijk als hij zich verbaast over de kwalificatie van De Telegraaf als ‘huiskrant’ van de VVD (Opinie&Debat, 1 december). Hoe vaak deze krant de standpunten van de VVD ook mag verwoorden, de ‘huiskrant’ van deze partij is zij niet (en nooit geweest).

„Die term is wat losjes, maar nog niet onjuist”, reageert NRC Handelsblad op Dekkers’ verwijt. De krant baseert zich op het hoge percentage VVD-stemmers onder de Telegraaflezers (34). Al was het 54 procent geweest, daarmee is De Telegraaf nog geen huisorgaan. Hiervoor heeft de krant vanaf de oprichting in 1893 de onafhankelijkheid toch echt te hoog in het vaandel staan. Niet de VVD of enige andere partij, maar de lezer is haar baken. Dit verklaart ook waarom zij de partij gemakkelijk laat vallen als dat zo uitkomt. In een column kan deze kwalificatie straffeloos worden gebruikt, maar de politieke redactie had beter moeten weten.

Mariëtte Wolf

Mediahistoricus, in 2009 gepromoveerd op de geschiedenis van De Telegraaf, Amsterdam

Die smartphone zit ook de opvoeding in de weg

Het stuk van Mohammed Benzakour over smartphones, die rust en contact verdrijven, is me uit het hart gegrepen (Opinie&Debat, 1 december). Het meest stuitend aan de smartphoneverslaving vind ik de aanblik van ouders met jonge kinderen die, de kinderwagen voortduwend, niet met hun kind communiceren of oogcontact maken of de blik van hun kind proberen te volgen, maar permanent naar hun schermpje staren.

Vanochtend nog zag ik een medewerkster van een kinderdagverblijf op een bakfiets, met drie peuters erin, die al trappend aan het sms’en was. Ook hier weer geen gesprekje, liedje of aandacht voor de kinderen, maar asociaal in elk opzicht, vooral in de zin dat ze met andermans kinderen aan het verkeer deelneemt zonder op te letten.

Ook erg: een gezin met twee kinderen van rond de tien jaar luncht in een cafeetje, waarbij de ouders beiden gedurende de hele maaltijd gefixeerd waren op hun smartphone, terwijl hun kinderen in stilte voor zich uitkeken. Geen communicatie met je kinderen, hun aanwezigheid negeren – wat een armoe.

Hoe zullen die kinderen zich voelen? Hoe zullen ze zich later gedragen in gezelschap van anderen? Het laat zich gemakkelijk raden.

P.H. Verduin

Oegstgeest

Strafrecht is best effectief

Folkert Jensma wijdde zijn column voor de tweede keer aan de beperkte reikwijdte van het stafrechtelijk systeem (Opinie&Debat, 1 december). Acht miljoen misdrijven monden uit in circa 200.000 sancties. Er zijn op zijn minst drie redenen om af te dingen op dit verhaal.

In de eerste plaats is de criminaliteit niet alleen kwantitatief toegenomen, maar ook kwalitatief veranderd. Uitgaansgeweld, cybercrime en drugscriminaliteit zijn relatief nieuwe en moeilijk te rechercheren fenomenen. Strafrechtelijke handhaving is lastiger geworden.

Een tweede reden is dat een veroordeelde verdachte veelal niet één, maar wel tien, vijftig of zelfs een paar honderd delicten op zijn naam heeft staan. De Nederlandse politie rechercheert niet door. Ze verzamelt bewijs voor ‘een flinke douw’ en steekt dan liever tijd in de opsporing van een volgende verdachte.

De derde reden is misschien wel de belangrijkste. In het algemeen geldt: hoe zwaarder het delict, hoe groter de kans op vervolging. Ligt de gemiddelde pakkans op ruim 20 procent, voor moord en doodslag ligt het percentage bijvoorbeeld tegen de 90.

Hans Boutellier

Bijzonder hoogleraar veiligheid & burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam

    • Mariëtte Wolf
    • P.H. Verduin