Bij ons in de club

Sociëteiten, ooit bolwerken voor old boys, spreken tot de verbeelding van een jonger publiek. Een bezoek aan besloten clubs in Amsterdam en Londen.

Sociaal psycholoog Rosa Polak (26), lid van Sociëteit De Kring: „Het voelt als mijn tweede huiskamer.”

Aan het interieur is niet te zien dat de Industrieele Groote Club moderniseert. De clubzaal heeft nog altijd donkere lambrisering, leren zetels en belletjes in de pilaren voor het oproepen van de geüniformeerde bediening. Sinds jaar en dag ontmoeten ondernemers en de top van het bedrijfsleven elkaar in deze monumentale sociëteit aan de Dam in Amsterdam. De wortels gaan terug tot 1788.

Maar recent is er het een en ander veranderd in de Groote Club. Sinds dit voorjaar is het dragen van een das bijvoorbeeld pas verplicht vanaf vijf uur ’s middags. Leden zijn nu overdag welkom met hun laptop, waardoor de club steeds meer zzp’ers aanspreekt. In plaats van een drie-gangenlunch kunnen ze nu een broodje eten. Er komen ook niet langer alleen old boys door de ballotage. De gemiddelde leeftijd van de leden is onder de vijftig jaar gezakt, het jongste lid is een jaar of 25.

De Groote Club is zeker niet de enige besloten sociëteit die een jonger publiek trekt. In een tijd waarin privacy steeds schaarser wordt en vluchtige virtuele vriendschappen overheersen, groeit de behoefte onder twintigers en dertigers aan een plek om ongezien en ongestoord in eigen kring te zijn. De meeste sociëteiten veranderen voorzichtig mee met hun jongere leden, zonder hun traditionele karakter uit het oog te verliezen.

De Groote Club overweegt zelfs een vrijdagmiddagborrel, speciaal voor jonge leden en hun introducés. Dat zegt het jongste bestuurslid, Alexander Marquenie. De 29-jarige medewerker van ABN Amro werd lid van de Groote Club om nieuwe mensen te leren kennen. „Je hebt hier een zeer hoge concentratie van mensen met een bepaalde maatschappelijke status en een interessant verhaal”, zegt Marquenie. Wekelijks ontvangt de Groote Club sprekers als Wouter Bos en Frans van Houten, de CEO van Philips. Met zo’n vrijdagmiddagborrel hoopt Marquenie het voor drukke, jonge leden makkelijker te maken om zulke evenementen te bezoeken.

Ook Sociëteit De Kring heeft met succes een jonger publiek binnengehaald. De negentig jaar oude sociëteit aan het Leidseplein in Amsterdam opende een populaire nachtclub in eigen huis, Club UP. Ook de jazzavonden op woensdag trekken veel jonge gezichten. En de contributie voor leden onder de 35 is verlaagd van 350 euro naar 100 euro. Maatregelen die drempelverlagend werken, zegt sociëteitslid Rosa Polak. De 26-jarige sociaal psychologe merkt dat haar vrienden graag geïntroduceerd worden bij De Kring. „Onze maandelijkse jongeledendiners zitten altijd vol.” Jonge leden mengen makkelijk met oudere. Zo raakte Rosa Polak bevriend met de 79-jarige kunstliefhebber Otto Schaap, nadat ze aanschoof aan de lange, smalle ledentafel in het restaurant. Op vrijdagavond dansen jonge en oude leden in De Kring door elkaar alsof iedereen even oud is.

Tutoyeren

Een wijdverbreid misverstand over besloten clubs is dat het daar puur om netwerken zou draaien. „Dat is de verkeerde reden om lid te worden. Alleen met je visitekaartje bereik je niets in het leven”, zegt voorzitter Frans Rienstra van de Industrieele Groote Club. Volgens hem is de kracht van een sociëteit ook gelegen in de discretie en het mystieke. „Maar onze club is niet onbereikbaar. We zijn geen elite meer. Er komt hier een mix van mensen die elkaar inhoudelijk iets te vertellen heeft. Juist in deze tijd is de behoefte groot om elkaar in persoon te ontmoeten, in een besloten setting.”

Ongeschreven regels zorgen ervoor dat de eigen sfeer van een club intact blijft. Zo bestaat binnen De Kring het gebruik niet naar elkaars beroep te informeren. Leden tutoyeren elkaar, bellen niet en laten hun fotocamera thuis. Wat binnen gezegd wordt blijft binnen.

„Het voelt als mijn tweede huiskamer in Amsterdam”, zegt Rosa Polak. „In De Kring denk ik nooit ‘wat moet je van me’ als iemand met me gaat praten. Een heel verschil met de kroeg.” Polak komt van kinds af in De Kring, omdat haar vader en grootvader ook al lid waren. „Sommige mensen worden lid van het corps, wij van De Kring.” De Kring is een besloten vereniging voor kunstenaars, wetenschappers en kunstminnende leden, waaronder veel acteurs, advocaten, regisseurs en journalisten.

Terwijl De Kring en de Industrieele Groote Club vernieuwen, houdt de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae alles juist bij het oude. „Veel jonge leden hebben wij niet en dat is begrijpelijk”, zegt voorzitter Arie van den Berg . „In 1849 werd Arti al beschouwd als een club van biljartende oude heren.” Doordat het gebouw aan het Rokin in eigen bezit is, hangt het voortbestaan van Arti niet af van de baromzet. „We zijn een kunstenaarsvereniging met een sociëteit, geen gezelligheidsvereniging. Onze maatschappelijke functie gaat niet over dansen op vrijdagavond. Als hier een DJ zou komen, verlaten leden op leeftijd de zaal”, zegt de 64-jarige Van den Berg.

Beeldend kunstenaar Jan Robert Leegte (39) erkent de kloof tussen jong en oud binnen de vereniging. Hij werd op zijn dertigste lid. „Ik voelde me een vreemde eend in de bijt. Het Arti-leven begon zich pas te ontvouwen toen ik 35 werd.” Nu is hij verantwoordelijk voor de programmering. Dat bij Arti het aantrekken van jongere leden geen speerpunt is, hoeft niet te betekenen dat de vereniging uitsterft. „Het natuurlijke moment om lid te worden is nu eenmaal niet op je twintigste”, zegt Leegte.

Het lidmaatschap van een sociëteit opent ook deuren in het buitenland. Bij de ingang van De Kring hangt een handig lijstje met verwante sociëteiten. Leden zijn welkom in elkaars clubs. Dat heet ‘reciprociteit’. De Groote Club heeft zulke banden met 150 clubs over de hele wereld. Leden van Arti zijn onder andere welkom bij the Arts Club, een Londense sociëteit uit 1863. In Engeland beleven besloten clubs al langer een opleving. The Arts Club, ooit de hangplek van Dickens, Wilde, Monet en Rodin, loopt in deze beweging voorop.

Receptionistes in strak gesneden grijze uniformen begroeten leden met hun naam. In de salon, waar de wanden bespannen zijn met kasjmier, wordt op zachte toon gepraat. Een heer in driedelig kostuum die rechtstreeks uit de jaren dertig lijkt te komen, wordt vergezeld door een veel jongere vrouw. „Chivas Regal for the gentleman. Tall glass, lots of ice!” roept ze. In de half open keuken bereidt topchef Raphael Duntoye hun lunch.

„Het hoort bij ons aangenamer te zijn dan in welke publiek toegankelijk plaats ook”, vertelt Brian Clivaz, managing director van de club. „Onze leden betalen om hier hun geld uit te kunnen geven. Een van de belangrijkste voordelen is de vertrouwelijkheid en de privacy die we bieden. Publiciteit zoeken we niet op. Wel zo fijn voor onze beroemde leden.”

Juist in tijden van economische tegenslag doen besloten clubs het goed, zegt Clivaz. „In een recessie blijven er nog altijd zeer rijke mensen over. Bij ons kunnen ze zich ongezien overgeven aan conspicuous consumption. Niemand vindt het hier patserig als je een fles Dom Perignon bestelt.”

Vorig jaar is The Arts Club radicaal verbouwd en verjongd, met actrice Gwyneth Paltrow als mede-investeerder. In de nachtclub onderin het gebouw kan tot drie uur ’s nachts gedronken en gedanst worden. Mark Ronson, de producer van wijlen Amy Winehouse, brengt als director of music moderne artiesten binnen, zoals elektropop-ster Sam Sparro. Leden kunnen de volgende ochtend ontbijten met viennoiserie uit eigen bakkerij.

Met de modernisering is The Arts Club een klein beetje toegankelijker geworden. Voor leden onder de dertig is de jaarlijkse contributie gehalveerd naar 750 pond. Aspirant-leden moeten van oudsher worden voorgedragen en een band aantonen met kunst, literatuur of wetenschap. Sinds de heropening zijn hier mode, film, muziek en dans aan toegevoegd.

De nieuwe populariteit van besloten clubs blijkt ook uit de groei van Soho House, in 1995 opgericht als modern antwoord op de stijve en vergrijzende sociëteiten in Londen. De club is uitgegroeid tot een keten met huizen in New York, Toronto, Berlijn en Hollywood. Leden komen voornamelijk uit de media- en modesector en worden toegelaten om hun ‘cool factor’. Verschillende vestigingen hebben een zwembad op het dak. Het dragen van een das wordt er niet op prijs gesteld.

    • Ebele Wybenga