Column

Afscheid van Rotterdam: sommige achterblijvers missen de krant al

Klagen over de culturele teloorgang van Rotterdam, het valt soms nog niet mee.

Niet als er vlak voor het Nieuw Rotterdams Café, waar ik een lezer spreek, net hoestend een enorme bus van het Scapinoballet inparkeert.

Dus verlaten cultuur en krant de Maasstad eigenlijk wel?

Nou ja, de krant dus wel.

En dat is een klap voor de culturele standing van de stad, vindt krantenlezer Ben van den Enden, die de ombudsman er een lange brief over schreef. „Een beetje alsof de Bijenkorf het voor gezien houdt”, zegt hij in het NRC (café).

Voor Van den Enden (66), oud-leraar Engels, was het vertrek van de krant zelfs reden om na 36 jaar zijn abonnement op te zeggen. Uit protest. „Ik wilde straffen”, zegt hij. „Een beetje theatraal, misschien.”

Terecht of niet, Van den Enden voelde zich in de steek gelaten door het vertrek van de krant die een vast onderdeel was geworden van zijn culturele zelfbeeld. „Alsof dit Emmeloord is. Trouwens, wat zou er op tegen zijn om de krant in Emmeloord uit te geven?”

Deze jarenlange lezer abonneerde zich in 1974 op NRC Handelsblad „als statussymbool”. „Ik wilde iets wat echt bij mij hoorde”, zegt hij. Als student in de jaren zeventig was hij wars van de op maatschappijkritiek en drugs gestookte tijdgeest. Maar hij leest ook al jaren de Volkskrant, De Groene Amsterdammer en internationale kranten. Naast hem ligt De Gids te wachten.

Rotterdam was voor hem een Wahlheimat, zegt de oud-leraar Engels. Hij groeide op in een katholiek milieu in Delft en leerde NRC Handelsblad kennen toen zijn vader overstapte van de Volkskrant naar de liberale avondkrant. „Hij betreurde weliswaar de goddeloosheid ervan, maar de krant was zakelijker dan de gechargeerde Volkskrant van toen, vond hij.”

Ook Van den Enden junior werd vooral aangesproken door de distantie en beschouwelijkheid van de krant en dan met name de essays in het ‘Cultureel Supplement’. Voor hem een baken in zijn werkomgeving Schiedam en Vlaardingen, „een regio waar de muze bepaald aan is voorbijgegaan”.

Over de inhoud van de krant is hij trouwens helemaal niet ontevreden. ,Jullie hebben zulke goeie stukken, maak je daar geen zorgen over.” Traag, een beetje laggard, dat was de krant altijd wel. Met het multiculturele drama bijvoorbeeld. „Toen dacht ik: hèhè, de vensters gaan eindelijk open. Elders stonden die natuurlijk allang open.”

De laatste tijd viel hem dan wel weer op dat de krant meer „parallel marcheert” met de concurrentie op de dagbladmarkt. Ook niet altijd leuk. „Om nou bijvoorbeeld van de weeromstuit Martin Bosma een column te geven, dat vond ik gekunsteld. Zoiets staat jullie niet.”

Anderen die de krant nu met lede ogen zien vertrekken zijn ‘stadshistoricus’ en publicist Jan Oudenaarden (69) en Paul van de Laar (53), bijzonder hoogleraar stadsgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit en directeur van het Museum Rotterdam, die erover twitterde.

Oudenaarden, auteur van het in NRC Handelsblad lovend besproken Wat zeggie? Azzie val dan leggie (1984), over het dialect van de stad, is er Rotterdams bondig over: „Kennelijk is Rotterdam niet goed genoeg meer voor de krant. Nou, dan is de krant ook niet goed genoeg voor mij.” Hij zegde op.

Hoogleraar stadsgeschiedenis Van de Laar, een geboren Amsterdammer die afstudeerde op de fusie van de Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Amsterdamse Algemeen Handelsblad in 1970, vindt de krant uitstekend, zij het „rommeliger” geworden. Toch was de verhuizing ook voor hem aanleiding om de balans op te maken, zegt hij.

Zeker weten? Nou, nee. „Volgens mijn vrouw hou ik het geen drie maanden vol zonder de krant”, zegt hij. Ze hebben erom gewed.

De Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij (68) blijft de krant trouw, al betreurt ook hij het vertrek van de krant – als is dat in zekere zin een omkering van de ‘verhuizing’ naar Rotterdam in 1970 en ook al blijven veel redacteuren in Rotterdam wonen. „Ja, maar het lijkt me goed voor de Amsterdammers dat ze af en toe eens van hun rots moeten komen naar de provincie”, zegt hij droogjes.

Ook de ervaren Rotterdamse journalist Hans Roodenburg (67, ex-Rotterdams Dagblad, ex-Het Vrije Volk, ex-Dagblad Scheepvaart en ex-Het Rotterdams Parool) blijft de krant lezen. Hij e-mailde: „Ik hoop alleen niet dat die zich nu vervreemdt van een van haar oorsprongen. Ik hoor wijlen redacteur Roel van der Heijden zich nog voorstellen in de haven: ‘Van der Heijden, NRC’. Toen was de haven nog bijna dagelijks een onderwerp in de krant.”

Aan de andere kant, de stadskenners zien heus wel, zij het met leedwezen, de aantrekkingskracht van Amsterdam, als brandpunt van de culturele en financiële sector. Oudenaarden: „De Kralingse elite hier heeft zijn eigen wereldje, niet echt vervlochten met de stad.”

En Van de Laar: „Wat de cultuurbijlagen betreft, zijn jullie altijd al een Amsterdamse krant geweest.” Al komt Rotterdam er soms bekaaid vanaf, vindt hij. „Als ‘lokaal nieuws’. Hoe moet het dan niet zijn voor een lezer in Groningen?”

Ja, ook opzegger Van den Enden begrijpt de stap wel: „De demografie van Rotterdam werkt niet in jullie voordeel.” Veel jongeren en lager opgeleiden, zegt hij, en „een te kleine wittewijnbrigade”.

Maar dan de hamvraag. Is er leven na het abonnement?

Van den Enden: „Nou, ik leef nog.” Een hervatting zit er niet in, maar wel „af en toe een weekendexemplaar voor een langere treinreis, met genoegen”.

Oudenaarden zegt: „Ik heb nog twee andere kranten.”

En Van de Laar: „We zullen zien of mijn vrouw gelijk krijgt.”

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie. Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl