Wie Beck wil horen, moet Beck spelen

Zanger Beck dwingt de luisteraar in een actieve rol: zijn nieuwe liedjes zijn er in bladmuziek. En hoe klinkt het? De band awkward i bestudeert de sleutels en noten.

Partituur Becks ‘Old Shanghai’

De nieuwe muziek van Beck, twintig nieuwe nummers, die gisteren verschenen, zijn niet verkrijgbaar als cd, mp3, of via Spotify. De Amerikaanse zanger, die begin jaren negentig doorbrak met de hit Loser en een dozijn goed ontvangen cd’s maakte, brengt zijn meest recente creaties uit als bladmuziek.

Song Reader, te koop via boekenuitgever Faber and Faber, zijn liedjes in de vorm van bladmuziek. In een tijd waarin muziek van internet stroomt als water uit de kraan is dat een statement, omdat het terugwijst naar het tijdperk vóór de opnametechniek, toen populariteit en inkomsten van een liedschrijvers werden bepaald door het aantal exemplaren van het partituur dat ze verkochten. Door dit medium nieuw leven in te blazen trekt Beck een lange neus naar iedere muzikant en platenmaatschappij die zich sinds de digitale revolutie afvraagt waar het geld vandaan moet komen en of het klassieke ‘album’ nog bestaat.

Het is een statement omdat hij de luisteraar in een actieve rol dwingt. Wie Beck wil horen, moet Beck spelen. Voordat in 1878 voor het eerst geluidsopnamen werden gemaakt, was muziek per definitie een actief medium. Er was pas muziek als iemand het ter plekke uitvoerde. Mensen kwamen samen, zongen, speelden, creëerden. Het resultaat kon niet worden vastgelegd. Toen geluidsopnamen mogelijk werden, werd samen zingen op feesten, begrafenissen of in religieuze context een zeldzaamheid. Musiceren werd iets voor professionals.

Het mooie van Becks initiatief is dat hij twee werelden met elkaar verzoent: die van de negentiende eeuwse uitvoerende-cultuur en die van hedendaags internet. Mensen kunnen zijn muziek niet passief ondergaan, dus worden ze verleid om eigen versies te spelen. En doordat opnametechniek inmiddels simpel is en voor iedereen toegankelijk, verschijnen op internet de filmpjes en interpretaties nu al sneller dan Beck zal kunnen beluisteren.

Tot zover de theorie.

De notenschrift-leek, intussen, heeft het moeilijk. Want hoe klinkt ‘De nieuwe Beck’? Djurre de Haan, zanger/gitarist van awkward i, en Diederik Nomden, producer/gitarist van awkward i en voorman van zijn eigen band Royal Parks, bieden uitkomst. In hun eigen studio in Amsterdam zitten ze, te midden van drums, gitaren, veel snoeren en een paar computers, met de partituur van Becks liedje Old Shanghai op de grond en bestuderen sleutels en noten.

Beiden zijn liefhebber van Becks werk en kennen zijn stijl. De Haan pakt een ukelele, Nomden een gitaar. „De noten zijn bedoeld voor ukelele, kijk daar staat het”, Nomden wijst op de bovenste notenbalk. „Maar ik kan ze omzetten naar gitaar.” Ze neuriën eerst de melodie en beginnen dan te zingen. Nomden de hoofdlijn, De Haan tweede stem. „When you’re walking in old Shanghai/ lanterns under the nightsky.” Het ritme is ‘slow swing’, de ukelele priegelt.

Op de zes pagina’s partituur staan ook arrangementen voor blazers, zoals tuba en trompet. De Haan zingt als een jazztrompet: „pep-peep-pep”. Het resultaat lijkt op een liedje uit de jaren twintig, uit de bluesy krochten van New Orleans. „Het is typisch Beck, deze stijl”, zegt Nomden. „Hij houdt van die swing uit het begin van de vorige eeuw.” „Maar hier zit een rare overgang”, De Haan wijst op een notencluster. „Dat lijkt meer iets voor Belle & Sebastian. Het is te modern voor die tijd, een beetje geforceerd.”

Ze spelen het lied nog eens, in twee minuten. De Haan: „Het kan eindeloos doorgaan, er zit niet echt een einde aan.” Volgens Nomden is het een simpel liedje, al telt hij zo’n twaalf verschillende akkoorden. „Maar het is geen hogere wiskunde, hoor, de akkoorden zijn onderling verwant. Muzikanten kunnen dit makkelijk spelen. Beck benoemt de instrumenten, het tempo en de arrangementen uitvoerig. Als je het bekijkt dringt zich meteen een sfeer op.”

Zijn de aanwijzingen dwingend? Nomden: „Ik denk dat ze een knipoog zijn naar de tijd dat muziek zo werd uitgebracht. Toen waren die opmerkingen nodig om het nummer nauwkeurig te kunnen uitvoeren. Beck kennende mag zo’n liedje een heel eigen leven gaan leiden.”

Andere composities die al op internet zwerven zijn Do We? We Do, Rough On Rats, en het novelty-deuntje There’s A Sarcophagus In Egypt With Your Name On It, met als ritme-aanwijzing ‘sfinx-like’. Uit de versies op de website van Song Reader blijkt het nostalgische idee van bladmuziek vaak te leiden tot een nostalgische uitvoering. Do We? We Do wordt door verschillende mensen uitgevoerd als westerndeuntje met pingelende barpiano. Tussen alle banjo’s en toetsen is de versie van een muzikant onder de naam Automatic Toys verfrissend. Met suizende elektronica en zware bassen houdt Automatic Toys de westernstijl in ere maar voegt er een duistere ondertoon aan toe: Depeche Mode meets Ennio Morricone.

De eclectische interpretaties passen op hun beurt goed in Becks oeuvre. Sinds het begin van zijn carrière heeft Beck (1970) geslalomd tussen traditioneel en hedendaags. Hij begon als folky straatmuzikant, en eerde de oude blueshelden van begin vorige eeuw, maar kon ook uit de voeten met hiphop en eigentijdse elektronica. Dat is te horen in zijn eigen composities en in zijn werk als producer/remixer voor uiteenlopende muzikanten als Charlotte Gainsbourg, minimalcomponist Philip Glass en de Zweedse sirene Lykke Li. Beck denkt niet in categorieën. Nomden wijst naar songreader.net: „Zo wil Beck het: al die versies van zijn nummer, dat is toch veel leuker dan die ene die je zelf maakt!” De Haan: „Dit is een heel goed idee. Jammer dat hij het al bedacht heeft.”

Song Reader van Beck is verkrijgbaar via uitgeverij Faber and Faber. Zie ook songreader.net.

    • Hester Carvalho