Waarom doet de KNVB niets?

Wedstrijden afgelasten helpt niet tegen voetbalgeweld. De KNVB moet dringend vernieuwen, stelt amateurscheids Erik Reijtenbagh.

Het afgelopen weekend werd het amateurvoetbal opgeschrikt door de dodelijke mishandeling van een grensrechter in Almere. Net als vele andere voetballiefhebbers ben ik door deze zaak getroffen. De afgelopen jaren heb ik als gelegenheidsscheidsrechter gefloten in verschillende competities, zowel jeugd als senioren. En helaas: ook mijn ervaringen zijn niet al te positief.

Ik fluit nog weleens veteranenvoetbal in een herencompetitie, dat gaat over het algemeen heel prima, hoewel er ook op dat niveau (40+) spelers zijn die hun agressie niet weten te beheersen. Ik heb dat vaak genoeg zelf ondervonden, bijvoorbeeld in de vorm van elleboogstoten en natrappen. Daarnaast fluit ik bij toerbeurt de D’tjes. Ik ben echter gestopt met het fluiten van seniorenvoetbal. Simpelweg omdat ik me vaak verbaal bedreigd voelde: bijna iedere wedstrijd was het wel een keer raak.

Deze week las ik in de kranten dat de KNVB geen middel zegt te schuwen in het vinden van oplossingen. Maar de KNVB heeft geen idee waar men het moet zoeken. Directeur Amateurvoetbal, Anton Binnenmars, maakte deze week in een uitzending van De Wereld Draait Door een onthande indruk. De KNVB is in zekere zin zelf oorzaak van het probleem. De bond heeft namelijk geen enkele visie op het terugdringen van agressie, en lijkt zich te verschuilen achter het argument dat het geweld ‘een maatschappelijk probleem’ is.

De ‘oplossing’ is nu dat dit weekend alle amateurwedstrijden worden afgelast. Maar hoe daarna verder? Mensen zijn kort van memorie. Voor je het weet gaat alles weer zijn gangetje. Dit gangetje van de KNVB bestaat uit jaarlijks meer dan achthonderd gerapporteerde gewelddaden (of is ‘misdrijven’ een beter woord?). En het aantal niet gerapporteerde excessen moet een veelvoud zijn.

Natuurlijk kan de KNVB niet alles oplossen. Een deel van het probleem ligt bij de ouders. De afgelopen jaren heb ik ook vaak de F’jes en E’tjes gefloten. Die kleine jongens zelf zijn op zich het probleem niet; sommige ouders daarentegen wel. Die wakkeren de agressie aan met hun geschreeuw en commentaar.

Er is weleens een ouder zomaar tijdens de wedstrijd het veld ingelopen om mij als scheidsrechter terecht te wijzen: zeer intimiderend. Na de wedstrijd werd mij door andere ouders aanbevolen: ‘je kunt beter maar even in het clubhuis gaan zitten, voordat je naar huis gaat’, want ik zou bij de uitgang worden opgewacht.

Als kinderen thuis niet gewend zijn om begrensd of gesanctioneerd te worden, gaan ze elders makkelijker over de schreef. Een belediging in het veld of bestraffing door een scheidsrechter werkt dan als een narcistische krenking, met een agressieve ontlading als gevolg.

De ongebreidelde agressie is typisch iets van voetbal. Bij hockey – waar ik ook weleens heb gefloten – speelt dat niet. Ik weet dat veel ouders hun kinderen van voetbal halen vanwege de agressie. Die jongens gaan dan hockeyen.

De KNVB doet nu niets aan cultuurverandering; hooguit aan harder straffen achteraf. En dan nog: het gros van het wangedrag blijft ongestraft. Na afloop van de wedstrijd wordt er vaak, hup, een handtekening onder het wedstrijdformulier gezet – zelfs als er iets is voorgevallen. Ook Richard Nieuwenhuizen, de grensrechter die dit weekend overleed na een mishandeling op het veld, wilde geen aangifte doen. Ik vermoed dan ook dat de ware omvang van het probleem veel groter is dan de plusminus achthonderd gerapporteerde gevallen.

Waarom doet de KNVB zo weinig? De bond heeft toch het mandaat om de spelregels te bepalen? Als liefhebber en scheidsrechter wil ik graag enkele voorstellen doen om het geweld in het voetbal een halt toe te roepen.

Ten eerste: de KNVB moet veel meer aandacht besteden aan de opleiding van de scheidsrechters voor de lagere elftallen en klassen. Daar worden veel wedstrijden geleid door scheidsrechters die hiervoor geen training of cursus hebben gevolgd. Meestal zijn het oud-voetballers, maar een goed paard maakt nog geen goede ruiter.

Goede leiding in het veld werkt deëscalerend. Slechte leiding daarentegen is vaak olie op het vuur. Op alle verenigingen is het zo dat de hogere teams in de hogere klassen door de KNVB opgeleide scheidsrechters krijgen toegewezen. Maar voor de andere niveaus geldt: iedereen die een vlag of fluit vast kan houden, mag, vanaf een bepaald niveau, vlaggen of fluiten. Ik heb zelf onlangs nog bij de D’tjes meegemaakt dat een ouder moest vlaggen, zonder dat hij wist wat buitenspel was. Dat geeft tijdens de wedstrijd veel consternatie, zowel binnen als buiten de lijnen.

Bij hockey is dat veel beter georganiseerd. Je kunt pas een wedstrijd fluiten als je een cursus hebt gevolgd op de club en een examen hebt gedaan. Je wordt geregistreerd bij de bond en je krijgt een scheidsrechterpas.

Vaak hebben de amateurscheidsrechters – ouders of mensen van de thuisspelende club – niet eens kaarten op zak. En als kaarten wel worden getrokken, worden ze na de wedstrijd vaak weer niet gerapporteerd op het wedstrijdformulier, uit angst voor verdere escalatie. Dat is de praktijk. Kortom: van de dertigduizend wedstrijden die er ieder weekend worden gespeeld, hebben de meeste spelers niets te vrezen als het gaat om sancties.

Bij de opleiding en begeleiding van scheidsrechters is dus veel winst te behalen. Daarnaast zie ik een oplossing in de invoering van een nieuwe kaart: de oranje kaart, die getrokken moet worden bij iedere vorm van verbaal geweld. De sanctie: tien minuten van het veld (om af te koelen en te bezinnen).

Het voetbal kan leren van rugby: dat is een harde sport, maar wel gebaseerd op zelfbeheersing. Protest tegen de scheidsrechter wordt er niet geduld. Doe je dat wel, dan sta je er tien minuten naast of ze krijgen een penalty tegen. Excessen komen bij het rugby niet voor.

De oranje kaart vult het gat op tussen de rode en de gele kaart: de oranje kaart wordt getrokken zodra er sprake is van verbaal geweld jegens de scheidsrechter, grensrechter, medespeler of tegenspeler. Spelers die drie keer in een wedstrijd een oranje kaart krijgen, hoeven niet meer terug te komen. De wedstrijd wordt gestaakt zodra vijf spelers van dezelfde partij een oranje kaart hebben gekregen. De tegenpartij heeft dan reglementair gewonnen met 3 - 0.

Het sterke van deze oranje kaart is dat de straf meteen wordt uitgevoerd. Door meteen te sanctioneren, kun je het gedrag van de speler beter beïnvloeden. Daar komt nog de groepsdruk bij, omdat de speler ook zijn team dupeert met zijn gedrag. Sommige spelers die hun agressie niet goed beheersen, hebben hulp van buiten nodig. De oranje kaart kan fungeren als het externe geweten op het veld.

Het voetbal is een conservatief bolwerk. Met zoiets als een camera in de doelmond heeft men al de grootst mogelijke moeite. Maar de KNVB zal nu durf moeten tonen. Met de oranje kaart en met betere begeleiding van scheidsrechters kan agressie op het veld beteugeld worden. Dan is voetbal niet langer een gelegenheid om frustraties en agressie bot te vieren, maar een oefening in omgangsvormen. De beschaving moet terug op het veld.

Erik Reijtenbagh is organisatiepsycholoog en eigenaar van The Talent Factor. Hij is gelegenheidsscheidsrechter en veteraanvoetballer bij Koninklijke HVV in Den Haag. Zijn zoontje (11) voetbalt bij de D7 van HVV.