Waar de moppen kloppen

Nog één keer de Taalunie. Toen Jeroen Brouwers die organisatie vijf jaar geleden verbaal kielhaalde na een conflict over de hoogte van de Prijs der Nederlandse Letteren dacht ik nog dat hij overdreef. Het kon toch niet zo zijn dat de domheid uit de Belgenmoppen en de gierigheid uit de Hollandermoppen in de Taalunie een monsterverbond waren aangegaan?

Toch wel. Vrijdag werd de Prijs der Nederlandse Letteren in het Paleis op de Dam uitgereikt aan Leonard Nolens. Aldaar werd ook de uitslag van een jongerenwedstrijd openbaar gemaakt. Een groepje leerlingen van DE! Kunsthumaniora uit Antwerpen bleek de winnaar, met een reclamefilmpje over het werk van Nolens. Zo kregen de jongeren tussen de pracht en praal hun prijs: een iPad. Eén iPad. Met z’n zessen. Als wijlen prins Bernhard in de zaal had gezeten had hij zijn kamerheer naar de Apple Store gestuurd om vijf extra iPads te halen – maar nergens in de Taalunie zit kennelijk iemand die zegt dat als het aantal prijswinnaars verzesvoudigt, dat er dan ook zes gadgets moeten komen. Het zal wel tegen de regels geweest zijn; die waren ook al heilig in de ruzie met Brouwers.

Werk aan de winkel voor de nieuwe Taaluniebaas Geert Joris, die al zei dat zijn handen jeukten. Ik kan het me voorstellen, want ik hoorde hoe de Prijs der Nederlandse Letteren wordt toegekend. Niet in een reeks van vijf juryvergaderingen waarin het aantal kandidaten op basis van leeswerk en argumenten geleidelijk wordt teruggebracht, maar in één enkel beraad. Vooraf worden er geen namen uitgewisseld, er is geen lijstje schrijvers aan de hand waarvan de juryleden zich (al dan niet opnieuw) in een voorgedragen oeuvre kunnen verdiepen. Nee, ze komen elk met namen naar de vergadering en praten door tot er een winnaar is. Er hoeft, kortom, niet gelezen te worden. Zo krijg je geen debat over literatuur, maar over literaire reputaties en dat is precies niet waar een prijs voor bedoeld is.

Nu mag iedereen zijn prijswinnaar op zijn eigen labbekakkerige wijze uitkiezen, maar als je vervolgens het staatshoofd in de mond legt dat het hier ‘de belangrijkste onderscheiding op dit gebied’ betreft, wordt het beschamend.

Overigens was het dankwoord van Leonard Nolens al even prachtig als zijn poëzie. Ik lees al een week dagelijks in zijn Manieren van leven. Gedichten 1975-2011. Hij verdient een betere prijs.