Verdaas trad terecht af...

Co Verdaas verliet de politiek gisteren door de achterdeur. De afgetreden PvdA-staatssecretaris van Landbouw legde niet eerst verantwoording af in de Tweede Kamer en wenste evenmin vragen te beantwoorden op een persconferentie. Hij liet het eufemistisch bij de verklaring dat „er discussie mogelijk is over mijn feitelijke woonplaats en daarnaast over de rechtmatigheid van de door mij ingediende declaraties reiskosten woon-werkverkeer”.

Zijn aftreden was vermoedelijk de verstandigste van alle beslissingen die Verdaas als staatssecretaris heeft genomen. Veel zullen het er niet zijn geweest, want langer dan één maand en één dag heeft hij dit ambt niet bekleed.

Desondanks liet de Rijksvoorlichtingsdienst gisteren een bericht uitgaan dat de koningin Verdaas „op de meest eervolle” wijze ontslag had verleend, „onder dankbetuiging voor de vele en gewichtige diensten door hem aan Haar en het Koninkrijk bewezen”. Hoe standaardzinnen tot holle frases kunnen verworden.

De Tweede Kamer stelde in een spoeddebat gisteren terecht de rol ter discussie die premier Mark Rutte als formateur van zijn tweede kabinet heeft gespeeld, evenals het optreden van PvdA-leider Diederik Samsom, die Verdaas had voorgedragen.

Daarin heeft Samsom niet in alle opzichten een gelukkige hand gehad, zo bleek al eerder. In strijd met de partijcode dat grootverdieners in de (semi)publieke sector niet in aanmerking komen voor een kabinetsfunctie, werd PGGM-topman en PvdA’er Martin van Rijn toch staatssecretaris. Op die code valt veel aan te merken, maar een partij die hem hanteert, hoort zich er wel aan te houden.

Duidelijk is ook dat Rutte als formateur scherper had moeten zijn toen Verdaas werd voorgedragen en Samsom hem een, naar nu is gebleken, onvolledig dossier over de kandidaat had overhandigd. Zeker, kandidaat Verdaas draagt zelf de verantwoordelijkheid voor de onjuiste of onvolledige informatie die hij verstrekte over zijn declaraties en woonadres. Daarom is hij gisteren ook terecht afgetreden. Maar formateur Rutte had zich beter niet blind of doof kunnen houden voor de berichten in de media die daarover al voor de formatie de ronde deden.

De ChristenUnie gaf gisteren in het debat de aanzet om de discussie te heropenen over de vraag of kandidaat-bewindslieden niet eerst door de Tweede Kamer moeten worden gehoord, voordat ze worden benoemd. D66 is hier al langer voorstander van. Of de affaire-Verdaas daarmee was voorkomen, is nog maar de vraag. Maar een dergelijke procedure is, in navolging van het Europees Parlement, zeker het overwegen waard.