Track & Trace

‘Pakketjes met kostbare inhoud zijn niet veilig bij PostNL”, beweerde De Telegraaf deze week op de voorpagina, „of iets aangetekend en verzekerd is, maakt niet uit.” De Federatie Goud en Zilver en haar achterban van juweliers en horlogemakers zou PostNL niet langer vertrouwen. Ook het Track & Tracesysteem, waarbij je de route van het pakket op internet kunt volgen, deugde volgens de krant niet.

Het bericht raakte bij mij met een felle tik een zenuw die al enkele dagen onrustig blootlag. Zie je wel, daar had je het gelazer. Je kunt nog zoveel reserves hebben over de berichtgeving van De Telegraaf, toch word je ongeruster als je eigen pakketje ook nog steeds niet aangekomen is. Ik ben niet van de Federatie Goud en Zilver, eerder van die van Koper en Tin, maar ik had wel iets waardevols naar mijn krant in Rotterdam (bijna Amsterdam!) gestuurd: een aangetekende envelop met mijn declaratiebonnen.

Het was een hele stapel omdat ik altijd zo lang mogelijk met declareren wacht. Het selecteren en optellen van al die bonnetjes blijft een van de naargeestigste nevenactiviteiten van mijn beroep. Opeens moet je je afvragen: wat deed ik ook alweer op 4 juli in café-restaurant De kombuis in O.? En waarom moest ik uitgerekend op 3 september zo nodig met de trein naar, of all de provincial places, Helmond?

Je ziet je bestaan gereduceerd tot morsige, verkreukelde bonnetjes. Niks geen meeslepend leven – alleen maar bonnetjes.

Wij journalisten hebben dit nota bene over onszelf afgeroepen. Van mijn begintijd herinner ik me dat je nooit bonnen hoefde in te dienen. De hoofdredactie annex directie vertrouwde ons op onze blauwe ogen. Je vulde zwierig één, meestal naar boven afgerond, bedrag in en de boekhouding deed de rest. Daar moeten te veel raadselachtige declaraties bij zijn geweest, want op zeker moment greep de leiding in.

Zo kwam de bon – om nooit meer weg te gaan.

Met declaratiebonnen moet je oppassen, voor je het weet brengen ze je ten val, zoals nu staatssecretaris Verdaas is overkomen. Hij heeft het gevaar onderschat, hij vergat dat de bon zich opeens met grof geweld tegen je kan keren.

Wat gebeurt er als de bon zoek raakt? Dan heb je een probleem dat je zelf moet proberen op te lossen. Ik had mijn vermiste envelop aangetekend naar Rotterdam gestuurd en het bewijsje bewaard. Maar wat bewees dat bewijsje? Misschien had ik wel de staart van een zieke otter in die envelop gestopt.

Dankzij het Track & Tracesysteem van PostNL kwam ik erachter dat mijn envelop op het postbusnummer in Rotterdam weliswaar gearriveerd was, maar niet geaccepteerd. Waarom niet? Dat was en bleef onduidelijk. Het was vervolgens naar een sorteercentrum in Arnhem gegaan, waar het nu ergens verweesd op de schappen lag te verkommeren.

De dagen vorderden. Mijn bonnen verbleekten, en ik mét hen toen ik de alarmerende berichtgeving van De Telegraaf las. Ik dacht nog niet eens zozeer aan het geld alswel aan al die vergeefs gemaakte rekensommen; uit misplaatste trots weiger ik met rekenmachientjes te werken. Plotseling meldde Track & Trace dat de envelop opnieuw naar de geadresseerde was gestuurd. Trees, waarom niet naar mij, vroeg ik me wanhopig af.

Gelaten wachtte ik af. En toen was daar opeens het verlossende mailtje uit Rotterdam: post is binnen.

Wie moet ik nu vertrouwen? De Telegraaf of PostNL? Als het om enveloppen-met-bonnetjes gaat, houd ik het op Trees.