‘Stille’ malaria is gevaarlijk

Niet alleen de mug maar ook de mens zelf draagt bij aan de verspreiding van malaria. Mensen met een ‘stille’ malaria-infectie hebben niet of nauwelijks last van ziekteverschijnselen, maar kunnen wel de parasiet verspreiden naar anderen, des te meer doordat zij gewoon deelnemen aan het dagelijkse leven. Dat schreven Britse en Nederlandse onderzoekers onder wie Teun Bousema gisteren in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications.

Mensen met een stille malaria-infectie (naarmate je ouder wordt, vermindert de ernst van de ziekte) hebben vaak heel weinig malariaparasieten in hun bloed. Zo weinig dat ze meestal gemist worden bij de controle van het bloed op parasieten, al meer dan een eeuw de standaardmethode om malaria-infectie vast te stellen. Maar uit berekeningen van Bousema en zijn collega’s blijkt nu dat deze ‘onzichtbare’ malaria-infecties wel voldoende parasieten in hun bloed hebben om een mug te infecteren die de ziekte daarna naar een ander kan overbrengen.

Deze zogeheten submicroscopische infecties treden vooral op in gebieden waar de infectiedruk van malaria laag is. De kans bestaat dan dat de ziekte ‘ondergronds’ gaat, waarschuwen de onderzoekers, en dat bestrijdingscampagnes al gestopt worden voordat de parasiet is uitgeroeid. Dat zagen ze bijvoorbeeld in Soedan, waar parasieten tijdens het droge seizoen niet meer in het bloed te zien zijn, maar nog wel konden worden aangetoond aan de hand van hun DNA. Ook bij een studie naar een nieuw antimalariamiddel in het noorden van Tanzania leek de malaria bedwongen, maar bleven submicroscopische infecties bestaan.