Overleg Rusland en VS over toestand in Syrië

Terwijl de oorlog steeds dichter bij Damascus komt, zijn er tekenen dat president Assads steunpilaar Rusland wat afstand begint te nemen van Syrië. De Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, overlegde gisteren in Dublin in de marge van een veiligheidsconferentie met zijn Amerikaanse ambtgenoot en tegenpool Hillary Clinton en VN-bemiddelaar Lakhdar Brahimi over de Syrische crisis.

„De ontwikkelingen op de grond in Syrië accelereren, en we zien dat op veel verschillende manieren”, zei Clinton voor de bijeenkomst. „De druk op het regime lijkt in en rond Damascus toe te nemen.” Washington waarschuwde eerder deze week over aanwijzingen te beschikken dat het Syrische regime zich mogelijk opmaakt in laatste instantie chemische wapens in te zetten. Maar daarvan is geen verdere bevestiging, en Damascus heeft met kracht ontkend gifgas te willen gebruiken.

Over de bijeenkomst in Dublin kwam niet veel naar buiten. „We hebben geen sensationele beslissingen genomen”, zei Brahimi, die in september aan het werk ging als bemiddelaar. „We hebben een beetje gepraat over hoe we hopelijk een proces kunnen uitwerken dat Syrië terughaalt van de rand”, zei hij na afloop. Hij zei dat men was overeengekomen te blijven samenwerken.

Rusland en de Verenigde Staten staan sinds het begin van de opstand tegen Assads regime lijnrecht tegenover elkaar. Met zijn veto dwarsboomde Rusland overeenstemming in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over een gemeenschappelijke benadering van de kwestie-Syrië, of zelfs een veroordeling van de gewelddadige aanpak van betogers. Tegelijk bleef Moskou wapens leveren aan zijn bondgenoot.

Maar voor het nieuws over de ontmoeting in Dublin naar buiten kwam publiceerde het Russische persbureau Interfax de conclusie van een bondgenoot van president Poetin dat de Syrische regering niet langer kan functioneren. „We hebben geprobeerd de voorwaarden in Syrië te creëren voor de interne krachten om de situatie onder controle te krijgen”, zei Vladimir Vasilijev, fractievoorzitter van president Poetins partij in het parlement. „Maar onze invloed op het leiderschap is helaas erg beperkt.”

Intussen probeert Washington zo snel mogelijk de nieuwe Syrische oppositiecoalitie te versterken. De eenheid binnen de nieuwe coalitie is nog steeds wankel. Volgende week komen internationale bondgenoten in Marokko bijeen met oppositievertegenwoordigers om te werken aan een stevige interim-regering.

Daarnaast maken de VS zich steeds meer zorgen over de rol van het extremistische Nusra Front in de opstand tegen het regime. Er is sprake van dat deze goedgeorganiseerde en bewapende groep op de Amerikaanse lijst van terreurorganisaties wordt geplaatst. (Reuters. AP, AFP)