Opruien op Facebook blijft onbestraft

Tot nu toe zijn 35 relschoppers veroordeeld voor de rellen in Haren. Hun oproepen op Facebook lieten politie en justitie buiten beschouwing, blijkt uit onderzoek van deze krant. Ten onrechte, oordelen strafrechtdeskundigen. „Dit moeten we veel harder aanpakken.”

Zijn vriendengroep was met de trein uit Hoogezand-Sappemeer naar Haren gekomen, vertelde Bastiaan de politierechter. Dat was op 21 september, de dag dat de 16-jarige Merthe in haar tuin in het villadorp een verjaardagsfeestje zou geven. Thuis hadden de jongens wodka ingeslagen, er was ook bier en toen Bastiaan in Haren uitstapte „gierden de adrenaline en de drank door mijn lijf”.

Hij belandde in een mensenmassa en werd door de mobiele eenheid teruggedreven. Kreeg een tik, raakte even buiten bewustzijn. „En toen werd ik kwaad”. Hij wurmde zich naar voren en gooide flessen, stenen en een dranghek richting mobiele eenheid. En later ging hij de opengebroken Albert Heijn binnen en „stond ik weer buiten met paar pakjes sigaretten”.

We zochten niet de sensatie, had Bastiaan de rechter kort daarvoor bezworen. De 19-jarige C1000-medewerker en zijn kennissen kwamen „gewoon kijken wat er in Haren ging gebeuren”. En daar hebben „we ons laten meeslepen”.

Kijken? Zich laten meeslepen?

Bastiaan vertelde de politierechter niet dat hij twee weken voor de rellen, op 8 september, zijn vriendengroep via Facebook had opgeroepen om naar Haren te komen en dat hij dat de dagen erna bleef doen. Hij vertelde de rechter ook niet dat hij op Facebook de waarschuwing van de burgemeester om niet te komen welbewust in de wind had geslagen. En hij zei in de rechtszaal evenmin dat hij een confrontatie met de politie had voorzien.

Dat blijkt uit onderzoek van deze krant in een database waarin 52.250 berichten van de inmiddels verwijderde Facebook-pagina over Project X Haren zijn opgeslagen door softwarebedrijf Clockwork. Een samenscholingsverbod, meldt Bastiaan op 18 september op de pagina, is geen probleem: „Ze hebben zo’n verbod ingeschakeld dat er geen groepen mensen in Haren rond mogen lopen. Hiervoor kun je opgepakt worden. Maar als je met 1 groep van 100 man komt, kunnen ze eerst niks doen, later komt er versterking.”

Honderdenzeven verdachten zijn tot nu toe aangehouden voor de rellen in Haren. De rechter veroordeelde 35 van hen voor openbare geweldpleging. Relschoppers met een strafblad kregen celstraffen, de meeste anderen werkstraffen, variërend van 30 tot 210 uur. En bijna allemaal moeten ze geld storten in een speciaal schadefonds – daders van achttien jaar en ouder 500 euro, minderjarigen 400 euro. Twintig relschoppers gingen tegen de uitspraak in hoger beroep.

Het onderzoek bleef beperkt tot strafbare feiten op de avond zelf. Oproepen van verdachten op Facebook en Twitter die eraan voorafgingen, hebben voor de bewijsvoering in de rechtbank geen enkele rol gespeeld. De politie heeft daar geen onderzoek gedaan, laat een woordvoerder van het Openbaar Ministerie desgevraagd weten. „Vanwege de omvang van de zaak ligt onze focus op strafbare feiten op de avond zelf. Opruiing vooraf is niet onderzocht en deze verdachten niet ten laste gelegd.”

Strafrechtgeleerden plaatsen daar vraagtekens bij. Henny Sackers, hoogleraar strafrecht: „Vanwege de maatschappelijke druk om verdachten snel op zitting te brengen, heeft men dit wellicht over het hoofd gezien. Maar ik vind het bijzonder jammer dat het Openbaar Ministerie onderzoek naar uitlatingen vooraf op sociale media heeft laten zitten. Het wekt de indruk dat we oproepen via Facebook en Twitter zien als Pietje Bell-gedrag.” Terwijl ook die oproepen hebben bijgedragen aan de escalatie, zegt Sackers. Niet voor niets sprak verantwoordelijk korpschef Oscar Dros een dag na de rellen over de „ongekende mobiliserende kracht van sociale media” .

Strafrechtdeskundige Peter Tak gaat nog een stapje verder. Het Openbaar Ministerie, zegt de hoogleraar, had wel degelijk de uitlatingen op Facebook moeten betrekken bij het onderzoek naar de verdachten want „dit kleurt het strafbare feit”. Oproepen op sociale media zetten het delict in een ander daglicht en maken een hogere straf mogelijk. Ze laten zien dat daders afspreken, tevoren rellen plannen. Dat valt „met een beetje goede wil onder opruiing.”

Bastiaan is niet de enige veroordeelde relschopper van wie de politie zijn oproepen op Facebook niet bij het onderzoek betrok. Mbo-student Nathan (19), die met twee vrienden in de auto van zijn moeder uit Amstelveen naar Haren kwam, en die straatklinkers, een hek en grind naar de mobiele eenheid gooide, liet zich vooraf ook op Facebook gelden. „Bazen!”, zette hij op 20 september onder de post ‘we zijn er klaar voor, dht hgz’ – een afkorting die staat voor ‘danger hardcore team hoogezand’. „Alles voor de wijk!”, reageerde een vriend. „Maar dan ook echt alles!”, zet Nathan daaronder.

Of neem de twintigjarige student verpleegkunde Robin, die 60 uur werkstraf kreeg. Hij roert zich vanaf 9 september op Facebook. Een hondengeleider zag hem op 21 september een steen rakelings langs het hoofd van een ME’ er gooien. Diensthond Rico zette daarop zijn kaken in Robins been. Tegenover de rechter ontkent Robin stellig iets te hebben gegooid: „Ik was op weg naar huis” – zijn advocaat houdt het op een persoonsverwisseling.

Maar op Facebook zinspeelt Robin op rellen. Als iemand bijvoorbeeld meldt dat de Stationsweg afgesloten zal zijn: „Met wat? Een hek? Moet met 25.000 man wel lukken om een hek aan de kant te krijgen haha.” Op de noodverordening reageert hij met „1312’’, hooligantaal voor ‘all cops are bastards’. En bij een link naar een artikel dat bericht dat er geen feest zal zijn: „Nou en. Komen doen we toch wel.” En: „Het is toch leuk om te doen wat niet mag?”

De roep om onderzoek naar opruiing op sociale media bij de rellen in Haren klemt des te meer omdat de politie in andere zaken wel gespitst is op strafwaardige tweets en Facebookberichten, zeggen de strafrechtgeleerden. Denk aan de ‘Facebookmoord’ in Arnhem. Of een twitteraar die tijdens het wereldkampioenschap voetbal in Zuid-Afrika opriep om te gaan rellen na een wedstrijd van het Nederlands elftal – „Morge relle op jonckbloetplein #!!!” . Hij werd hard aangepakt. De WK-finale bracht hij in voorlopige hechtenis door en in een snelrechtprocedure legde de rechter hem een werkstraf van 100 uur op wegens opruien in het openbaar.

Beelden van Stuk.tv legden Bastiaans optreden vast. De politierechter in Groningen veroordeelde hem vorige week vrijdag tot 210 uur werkstraf en het storten van vijfhonderd euro boete in het aparte schadefonds. Vanwege „uw prominente bijdrage aan het buitensporige geweld”, motiveerde rechter P.H.M. Smeets deze straf die hoger uitviel dan de officier van justitie had geëist. „U maakte zich niet schuldig aan diefstal maar aan plundering, en u bekogelde de mobiele eenheid.”

Een gemiste kans, vindt strafrechthoogleraar Tak, is dat bij de relschoppers in Haren voorbij wordt gegaan aan opruien. Ook valt hem op dat de rechters in deze zaak „uitermate laag” straffen. Hoge boetes juicht hij toe, maar werkstraffen zijn niet de sanctie voor dit soort delicten. Je moet daders, zegt hij, hun spullen afnemen: hun mobiele telefoon, hun iPad, computer, desnoods scooter of auto. Tak: „Ráák de mannen en vrouwen die hebben staan rellen in Haren. Dit is iets anders dan diefstal en mishandeling. Dit is oeverloze verveling, en het uitlokken van gezag en proberen de politie in het nauw te brengen. Dat is heel gevaarlijk. Dat moeten we veel harder aanpakken.”

Overigens laten Bastiaan, Robin en Nathan de dag na de rellen niets meer van zich horen op de Facebookpagina. De relschoppers blijven oorverdovend stil.