Oproepen relschoppers Haren in social media telden niet als bewijs

Op Facebook en Twitter werd door relschoppers opgeroepen naar Haren te gaan, maar die uitingen werden niet betrokken in het justitieel onderzoek en telden dus ook niet mee in de strafmaat. Foto ANP / Catrinus van der Veen Op Facebook en Twitter werd door relschoppers opgeroepen naar Haren te gaan, maar die uitingen werden niet betrokken in het justitieel onderzoek en telden dus ook niet mee in de strafmaat. Foto ANP / Catrinus van der Veen

De uitingen van veroordeelde relschoppers op Facebook en Twitter hebben geen rol gespeeld in de bewijsvoering tijdens de rechtszaken. Dat blijkt uit onderzoek van nrc.next. De krant heeft onderzoek gedaan in een database waarin 52.250 berichten staan van de inmiddels verwijderde Facebook-pagina over Project X Haren, die zijn opgeslagen door softwarebedrijf Clockwork.

Het politieonderzoek bleef beperkt tot strafbare feiten op de avond zelf. Oproepen van verdachten op Facebook en Twitter die eraan voorafgingen, hebben tijdens de bewijsvoering in de rechtbank geen enkele rol gespeeld, laat een woordvoerder van het Openbaar Ministerie desgevraagd weten.

“Vanwege de omvang van de zaak ligt onze focus op openbare geweldpleging de avond zelf. Opruiing vooraf is hier niet onderzocht.”

Uit de informatie in de database blijkt dat verschillende veroordeelde relschoppers op Facebook en Twitter oproepen deden om naar Haren te komen, en bewust waarschuwingen van de politie in de wind sloegen of zelfs uit waren op een confrontatie met de rechter. Zo schrijft Bastiaan, veroordeeld tot 210 uur werkstraf en het storten van vijfhonderd euro boete in het aparte schadefonds, op 18 september:

“Ze hebben zo’n verbod ingeschakeld dat er geen groepen mensen in Haren rond mogen lopen. Hiervoor kun je opgepakt worden. Maar als je met 1 groep van 100 man komt kunnen ze eerst niks doen, later komt er versterking.”

Alles voor de wijk

Bastiaan is niet de enige veroordeelde relschopper van wie de politie zijn oproepen op Facebook niet bij het onderzoek betrok. Mbo-student Nathan (19) die met twee vrienden uit Amstelveen naar Haren kwam in de auto van zijn moeder en die straatklinkers, een hek en grint naar de mobiele eenheid gooide, liet zich vooraf ook op Facebook gelden. “Bazen!”, zette hij op 20 september onder de post ‘we zijn er klaar voor, dht hgz ’ – dat staat voor ‘danger hardcore team hoogezand’. “Alles voor de wijk!”, reageerde een vriend. “Maar dan ook echt alles!”, zet Nathan daaronder.

De twintigjarige mbo-student verpleegkunde Robin, hij kreeg 60 uur werkstraf, roert zich vanaf 9 september op Facebook waar hij zinspeelt op rellen. Als iemand bijvoorbeeld meldt dat de Stationsweg afgesloten zal zijn, zegt hij:

“Met wat? Een hek? Moet met 25.000 man wel lukken om een hek aan de kant te krijgen haha.”

Op de noodverordening reageert hij met “1312’’, hooligantaal voor ‘all cops are bastards’. En bij een link naar een artikel dat bericht dat er geen feest zal zijn: “Nou en. Komen doen we toch wel.” En: “Het is toch leuk om te doen wat niet mag?”

Henny Sackers: bijzonder jammer

Strafrechtgeleerden plaatsen er vraagtekens bij dat deze uitingen niet meetelden tijdens de rechtszaken. Henny Sackers, hoogleraar strafrecht:

“Bijzonder jammer dat het Openbaar Ministerie onderzoek naar uitlatingen vooraf op sociale media heeft laten zitten. Het wekt de indruk dat we oproepen via Facebook en Twitter zien als Pietje Bell-gedrag.”

Terwijl ook die oproepen hebben bijgedragen aan de escalatie, zegt Sackers. Sprak verantwoordelijk korpschef Oscar Dros na de rellen niet over de “ongekende mobiliserende kracht van sociale media” ?

Peter Tak: gemiste kans

Strafrechtdeskundige Peter Tak gaat nog een stapje verder. Het Openbaar Ministerie, zegt de hoogleraar, had wel degelijk de uitlatingen op Facebook moeten betrekken bij het onderzoek naar de relschoppers want “dit kleurt het strafbare feit”. Oproepen op sociale media zetten het delict in een ander daglicht en maken een hogere straf mogelijk. Ze kunnen laten zien dat daders afspreken, van te voren plannen en vallen “met een beetje goede wil onder opruiing.”

Een gemiste kans, vindt strafrechthoogleraar Tak, het feit dat bij de relschoppers in Haren voorbij wordt gegaan aan opruiing op sociale media. En de rechters, zegt hij, straffen in deze zaak al “uitermate laag”. Werkstraffen zijn niet de sanctie voor dit soort delicten. Je moet daders, zegt hij, hun spullen afnemen: hun mobiele telefoon, hun ipad, computer, desnoods scooter of auto. Tak:

“Ráák de mannen en vrouwen die hebben staan rellen in Haren. Dit is iets anders dan diefstal en mishandeling. Dit is oeverloze verveling, het uitlokken van gezag en proberen de politie in het nauw te brengen. Dat is heel gevaarlijk. Dat moeten we veel harder aanpakken.”

Voor de rellen in Haren zijn tot nu toe 107 verdachten aangehouden. De rechter veroordeelde 35 van hen voor openbare geweldpleging. Relschoppers met een strafblad kregen celstraffen, de meeste anderen werkstraffen variërend van 30 tot 210 uur. En bijna allemaal moeten ze geld storten in een speciaal schadefonds – daders van achttien jaar en ouder 500 euro, minderjarigen vierhonderd. In elk geval twintig relschoppers gingen tegen de uitspraak in hoger beroep.

Lees meer hierover vanmorgen in de digitale editie van nrc.next