'Onrust Tunesië geen contrarevolutie'

In Tunesië gaan jongeren opnieuw de straat op uit protest tegen hun slechte economische situatie. Maar verbetering kost tijd, zegt de regering.

President of the Tunis section of the Tunisian Bar Association Abderrazak Kilani gives a speech during a meeting with Tunisian lawyers as they show their solidarity with the residents of Sidi Bouzid on December 29, 2010 in Tunis following days of rioting in Tunisia by mostly jobless and frustrated young people protesting violently against the government. Unrest has gripped the central Sidi Bouzid region since the attempted suicide on December 17 of a 26-year-old university graduate, who was forced to sell fruit and vegetables on the streets to make ends meet. AFP PHOTO FETHI BELAID AFP

Bijna twee jaar na het begin van de ‘Arabische Lente’ is het in Tunesië weer onrustig. In dezelfde verwaarloosde steden in het binnenland waar destijds de opstand tegen sterke man Ben Ali begon na de zelfverbranding van een straatverkoper, gaan duizenden jonge mensen de straat op om werk te eisen. Er zijn in Sidi Bouzid, Kassrine en Siliana stakingen, er wordt gevochten. Alsof er niets is veranderd. Is er een tweede revolutie in de maak?

Zeker niet, er is een wezenlijk verschil met destijds, bezweert de Tunesische minister Abderrazak Kilani in een vraaggesprek. „De eerste revolutie brak uit tegen tirannie, tegen onderdrukking. We hebben nu een gekozen regering, die zich tegen onderdrukking keert en die probeert oplossingen te vinden voor alle sociale problemen.”

Maar er is wel een probleem, erkent hij. „De mensen, speciaal de jeugd, denken dat de regering het wonderbaarlijke vermogen heeft om in één nacht een oplossing voor alles te vinden. Maar dit kost tijd. Want we kunnen ons niet zo maar even ontdoen van de erfenis van het vorige regime dat ongeveer vijftig jaar duurde, van corruptie, onderdrukking en regionale discriminatie.”

We moeten de mensen ervan overtuigen dat de regering meer tijd nodig heeft om oplossingen te vinden, zegt Kilani. „De regering probeert de verarmde gebieden te helpen, speciaal in het gebied van Kassrine, Sidi Bouzid en Siliana. Maar ons vermogen is beperkt. Het vorige regime heeft ons een grote schuld nagelaten. We hebben tijd nodig om het land weer overeind te zetten.”

Heeft u tijd? Het vakverbond UGTT, met een half miljoen leden, heeft voor volgende week een algemene staking aangekondigd. Er zijn her en der al wilde stakingen. Er wordt geweld gepleegd door fundamentalisten, het aftreden van lokale machthebbers wordt geëist.

„Ik denk niet dat de stakingen of het geweld van extremisten de gekozen en wettige regering ten val kunnen kunnen brengen. Maar we hebben de medewerking van alle maatschappelijke organisaties nodig om de tweede fase van de transitie – na de verkiezing van een grondwetgevende vergadering en een president en de vorming van een regering – tot een succes te maken.

„Sommige partijen plaatsen hun eigen gewin boven de revolutie; ik zou kunnen zeggen dat ze een eigen contrarevolutie willen lanceren tegen de democratie.”

Bedoelt u nu het vakverbond, de UGTT?

„Niet de UGTT als organisatie als zodanig, of het leiderschap ervan. Maar er is een groep die onderdeel is van de UGTT, extreem links, die oproept tot escalatie. Extreem links stelde niets voor bij de verkiezingen, ze hebben geen toekomst. Maar ze zetten alles op alles om de revolutie te doen mislukken.

„De UGTT is een diepgewortelde organisatie. Ze heeft een rol te spelen om de regering te helpen oplossingen te vinden. Maar die rol is niet hogere lonen eisen of meer privileges vragen voor haar leiders. De revolutie werd ontketend door de werklozen en de armen en daarom moeten de inspanningen van de regering op die groep zijn gericht.”

President Moncef Marzouki zei vorige week dat het land bij een tweesprong is aangekomen: één weg leidt naar de ondergang, de ander naar de redding. Dat is nogal alarmerend.

„Ik ben het eens dat de toestand moeilijk is. Maar het is niet zo dat de verworvenheden van de revolutie op het punt staan teniet te worden gedaan. Natuurlijk, het land wordt geconfronteerd met een aantal grote problemen. Maar in vergelijking met andere landen van de Arabische Lente valt het nog mee. Onze economische cijfers zijn verbeterd, van 2 procent krimp naar 3,5 procent groei. Het toerisme had met 5 miljoen bezoekers een goed jaar. Als de situatie zo treurig was, kwamen er niet zoveel toeristen. Ik ben niet zo pessimistisch als de president.”