Liefde en cricket in Kabul

Timeri N. Murari: De Taliban Cricketclub. Vert. Inge de Heer. Cargo, 352 blz. € 19,90

Afghaanse bouquetreeks, bestaat zoiets? Jazeker, er zijn bij zo’n verhaal alleen wat meer complicaties, zeker wanneer het zich moet afspelen in het jaar 2000 wanneer de Taliban officieel aan de macht is. En dat is het geval in De Taliban Cricketclub.

Zo’n bouquet-romance is lastig wanneer alle Talibanmannen barbaren met een baard zijn, terwijl alle andere mannen (vriendelijk en mooi), ook een baard hebben. Aangezien vrouwen worden gekeurd door hun boerka heen kan het zo maar gebeuren dat een Talibanminister verliefd op je wordt. Dat zijn van die momenten dat er een ‘roetlaag van wanhoop neerstrijkt op je ziel’, aldus Rukhsana, het hoofdpersonage, wanneer dat haar overkomt.

Maar Rukhsana is al beloofd aan een laffe Afghaan die met zijn ouders naar Amerika is gevlucht, terwijl ze eigenlijk verliefd is op een knappe Indiër uit New Delhi, die niet alleen rijk en baardloos is, maar ook nog eens geweldig cricket speelt. Hoe zal dat aflopen?

Murari, zelf Indiër en schrijvend voor The Guardian en The Sunday Times, koos een historisch gegeven voor zijn roman. Het Talibanregime wilde toegelaten worden tot de Internationale Cricketbond (en werd ook toegelaten in 2001) en besloot die sport te stimuleren. ‘Waarom cricket?’ vraagt een personage zich af.

Het antwoord wordt gegeven door een regeringswoordvoerder: ‘We hebben alle sporten bestudeerd, en cricket is in ieder geval zedig wat kleding betreft. Het uniform bedekt de speler van de hals tot de voeten, en ook het hoofd is bedekt.’ Uiteraard wordt het plan gezien als dé mogelijkheid te vluchten. Zo ook Rukhsana met haar familie. Onder het motto ‘cricket is vrijheid en democratie’ trainen ze zich suf.

Op de dag van de wedstrijd loopt alles anders dan gepland, maar voordat het zover is, leert de lezer het een en ander over de regels van cricket. Je kan deze roman dus lezen als fijn sportboek, met hier en daar een geestige opmerking: ‘Er is op het speelveld geen plaats voor enige gewelddadige handeling. Cricket zal hier nooit populair worden.’

Alleen moet je dan erg selectief lezen. Het boek gaat vooral over grote tragedies: het onrecht dat vrouwen wordt aangedaan, een moeder met kanker, het tragische ongeval van een vader en grootouders die op een landmijn rijden. En Kabul dat met een ‘rotte adem die naar explosieven, rook en wanhoop’ stinkt.

Een vertrouwd beeld van Afghanistan dus. Kabul-kitsch die niet wezenlijk afwijkt van de bestsellers die we al kennen over Afghanistan. Misschien is dat ook de reden dat het boek de uitgeversverwachtingen niet waarmaakt.

Maar nog niet alles is verloren: Hosseini’s De vliegeraar van Kabul, werd pas een bestseller toen het opnieuw werd uitgegeven als De vliegeraar. Dus doop De Taliban Cricketclub snel om in De cricketers.

    • Toef Jaeger