Kritiekloze technofans

‘Dat moet je als muziek in de oren klinken, Ernst-Jan”, zei de dagvoorzitter om de vijf minuten. Ik stond op het podium. Een debat over ‘het nieuwe werken’. Mijn ‘tegenstander’ was een hoogleraar. Elke keer als ze iets betoogde over technologie – „werknemers voelen zich door smartphones verplicht altijd bereikbaar te zijn en raken daar gestrest door” – stemde het publiek tegen die stelling. Via Twitter, driftig tikkend op hun smartphones – waar ze helemáál niet gestrest van raakten. „Dat moet je als muziek in de oren klinken”, zei de dagvoorzitter dan.

NEE, dat doet het niet, meneer. Je kunt wél gek worden van zo’n telefoon. Ik ken vrienden die in bed nog ‘een keer hun mailen checken’ en opbranden door hun verslaving aan nieuwe berichtjes. Dus schaarde ik me even aan de kant van de hoogleraar, tot ontzetting van de dagvoorzitter. Mijn approval rate op Twitter kelderde. Het publiek overlegde ongerust. Ik moest aan sciencefictionschrijver Cory Doctorow denken. „Een ware technofiel omarmt niet elke technologie meteen, want dat vereist geen kritische houding of keuze. Dat is alsof je zegt: ik ben een topkok, ik vind alles lekker.”

Toch kom ik veel van die zogenaamde topkoks tegen. Mensen die op manische wijze ‘gadgets’ omarmen en geen kritiek dulden op deze technologische wonderen. Uit angst, lijkt het wel, omdat ze niet de indruk willen wekken dat ze in een digitale kloof vallen.

Maar wat als we afspreken dat iedereen kritisch na mag denken over techniek? Dat het misschien handig is als we het conferentiepubliek juist aanmoedigen om niet te twitteren, zodat het zich volledig kan concentreren op wat er wordt gezegd? Zoals afgelopen zondag in de Amsterdamse Stadsschouwburg, bij een conferentie van het Nexus Instituut. Op het podium zat een topchef, driesterrenmateriaal: Evgeny Morozov. Wit-Russische wetenschapper van Stanford. Beroemd om zijn kritische stukken over de Arabische Lente en Silicon Valley. „We moeten niet voor alles een technologische oplossing willen bedenken”, zei hij. Neem een alcoholslot. Ideaal, zou je zeggen. Geen dronken bestuurders meer. „Maar het gevolg van zo’n slot is dat niet-beschonken rijden geen morele afweging meer is.” We worden dan niet meer gedwongen na te denken over wat goed of fout is.

„Regels moeten overtreden kunnen worden, zo blijft een samenleving kritisch nadenken over zichzelf. Stel dat de VS in de jaren vijftig slimme bussen had gehad, die automatisch witte en zwarte mensen naar hun plek stuurden”, opperde Morozov, „dan had Rosa Parks nooit op de verkeerde plek kunnen zitten”.

Zulke slimme technologiekritiek, dát klinkt me als muziek in de oren.