Istanbul verandert te snel om bij te benen

Seculier zijn in Turkije betekent heel iets anders dan hier, merkt Monique Samuel, op bezoek in Istanbul.

Splinternieuwe auto’s scheren over brede nette straten, of staan ronkend stil in urenlange files. Blinkende, maar ook onbetaalbare torenflats rijzen uit de grond. De gebedsoproep lost op in de kakofonie van een stad die nooit slaapt.

Met een klein groepje zelfstandige journalisten bezoek ik verschillende Turkse media in Istanbul.

Niets is wat het lijkt, blijkt al snel. De urenlange gesprekken schetsen een complex beeld van verlichting en islamisering, leger en civil society, herwonnen nationalisme en een nieuw streven naar eenheid in verscheidenheid.

Turkse journalisten zijn niet neutraal. Aanhangers van de politieke partij AKP en de befaamde Güllen-beweging schetsen thrillerachtige scenario’s over de zogenaamde ‘deep state’, een geheim netwerk van leger en seculieren die de feitelijke voorlopers waren van het Syrische Baath-regime.

Anderzijds schetsen seculieren een haast demonisch beeld van de AKP en van premier Erdogan, die uit zou zijn op absolute macht en volledige islamisering.

Westerse experts hebben Turkije lang bejubeld om z’n democratie en secularisme, angstvallig bewaakt door leger en een rechts-liberale Kemalistische elite. Maar wie hier iemand spreekt merkt al gauw dat het Turkse secularisme, ook wel ‘extreem secularisme’ genoemd, niets te maken heeft met het westerse laissez-faire, laissez-passer.

„Secularisme in Turkije betekent: de ander opleggen hoe hij moet geloven en vooral wat hij niet mag geloven”, stelt de feministische Ayça Örer van de linkse krant Radikal, dochter van een hyperseculiere moeder die in 1987 het voortouw nam in de ‘paarse naald’-beweging die seksuele intimidatie in het openbaar vervoer aan de kaak stelde, maar zich zelf vijf keer per dag tot Allah richt.

De strijd tussen moslims en seculieren is bovengronds gekomen en wordt nu uitgevochten in het publieke domein. Decennialang mocht de gesluierde vrouw niet werken of naar school en werd zij geweerd uit restaurants en bioscopen.

Het is daarom dat de AKP-partij van de controversiële premier Erdogan op zoveel publieke steun kan rekenen. „Hij heeft ons een stem gegeven”, zegt een jonge gehoofddoekte Turkse vrouw bij wie we ’s avonds op een ruimhartige maaltijd worden getrakteerd. Ze studeerde economie en spreekt goed Engels, trouwde en deed een hoofddoek om. „Nu kan ik op de meeste plekken niet werken. Onze premier doet zijn best, maar er is veel weerstand.”

Hoe hoog de emoties kunnen oplopen merk ik in gesprek met Ferhat Boratav, editor in chief van CNN Türk.

„Wij hebben geen gehoofddoekte vrouwen op de werkvloer, ik ben er niet op tegen, maar de hr-manager vindt wel een manier om hen te weren uit het selectieproces.”

Op de vraag waarom hij geen gehoofddoekte presentatrice naar voren schuift, reageert hij geschrokken.

„Ben je gek! Dan zappen al mijn kijkers weg en zal mijn vrouw van me scheiden!”

Niet alleen gaf Erdogan een stem aan de lang onderdrukte conservatievere krachten in de samenleving. Hij geeft een stem aan iedereen die anders is, zo stelt Ivo Molinas, eindredacteur van laatste Joods-Turkse krant Salom.

„Maar de veranderingen gaan sneller dan de mentaliteit van de mensen.”

Die klampen zich vast aan een premier die over twee jaar president wil worden met verstrekkende macht. Er is weinig wat hem nog tegenhoudt nu het volk aan zijn kant staat, de oude elite afbrokkelt en het leger terug naar de barakken is verdreven.

Monique Samuel (23) is politicoloog en schrijver.