Hoe 'club' verdween uit voetbalclub

Het is verleidelijk: een verband leggen tussen agressie op het voetbalveld en etnische afkomst. Maar het echte probleem is het sterk afgenomen clubgevoel: wie heeft er nog zin om een bardienst te draaien?

Japan's Sanfrecce Hiroshima (L) and New Zealand's Auckland City players hold a minute of silence to mourn Richard Nieuwenhuizen before their Club World Cup soccer match in Yokohama, south of Tokyo December 6, 2012. Three teenaged soccer players of the Nieuw-Sloten Amsterdam youth team will be charged with manslaughter, assault or public violence after the death of a linesman during a youth competition, a Dutch prosecutor said on Tuesday. Nieuwenhuizen, a 41-year-old linesman, died on December 3 after an incident following an Under-17 match in Almere on December 2. REUTERS/Toru Hanai (JAPAN - Tags: SPORT SOCCER) REUTERS

Verslaggevers

Je kunt, zoals Geert Wilders deze week na de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen deed, een verband leggen tussen etnische afkomst en agressie op het voetbalveld: de drie verdachten hebben immers een allochtone achtergrond. Maar eenvoudig is dat niet.

Er is weleens vastgesteld, dertien jaar terug, dat allochtone sportteams „buitensporig vaak” betrokken zijn bij incidenten. „Maar dat is al lang geleden en sindsdien is er veel veranderd”, zegt de auteur van dat onderzoek, Jan Janssens, lector sport, management en ondernemen aan de Hogeschool van Amsterdam en ervaren als trainer, coach, scheidsrechter en grensrechter in het jeugdvoetbal.

En dan nog. Stel dat Turkse, Marokkaanse en Curaçaose voetballers zich agressiever gedragen dan autochtone voetballers, mag je dat aan hun volksaard toeschrijven? „Laat elf afgestudeerde Marokkanen spelen tegen elf kaaskoppen met een gezamenlijk IQ van honderd en je weet waar de narigheid vandaan komt”, zegt de voorzitter van de jeugdcommissie van een club uit de Haagse regio. Goede omgangsvormen zijn vaak een kwestie van opvoeding en opleiding, wil hij maar zeggen.

Het is in het algemeen een hachelijke zaak om geweld toe te schrijven aan allochtone bevolkingsgroepen. „Wij registreren leden niet op afkomst. Dus daar kunnen we niets over zeggen”, laat de KNVB weten. „Agressie is niet specifiek etnisch”, zegt Otto Adang, lector openbare orde en gevaarbeheersing aan de Politieacademie in Apeldoorn. „U moet eens goed opletten wat er tijdens de jaarwisseling allemaal gebeurt. Daar zijn heel veel autochtone Nederlanders bij betrokken.”

Wat je wél kunt constateren, is dat allochtone voetballers en hun ouders zich in het algemeen minder betrokken voelen bij een Nederlandse voetbalvereniging dan de autochtone leden. Daardoor kan er schisma binnen een club ontstaan. „De typische derde helft waarbij spelers na de wedstrijd een pilsje drinken en een bitterbal eten is voor clubs belangrijk. Daar doen allochtonen nauwelijks aan mee”, zegt voorzitter Sjoerd Vegter van VVZ’49 uit Soest.

Er zijn meer verschillen tussen autochtonen en allochtonen. Gezamenlijk douchen is geen gemeengoed meer. En volkomen naakt al helemaal niet. Er is ook vaak onbegrip bij allochtone ouders. Ze betalen contributie, zetten hun zoon af bij het toegangshek en veronderstellen dat daar hun betrokkenheid eindigt. Moeten ze een bardienst draaien? Een team naar uitwedstrijden rijden? Is dat niet de verantwoordelijkheid van de club?

Maar ook de animo daarvoor onder autochtonen is tanende. Zoals veel Nederlanders steeds minder zijn gaan voelen bij alles wat met gemeenschapszin te maken heeft. De actiefste clubmensen zijn vaak al op leeftijd.

Ziedaar de verklaring voor het schrijnend gebrek aan vrijwilligers in het amateurvoetbal. Voetbalclub Advendo uit Breda heeft om die reden een ledenstop ingesteld. „We willen meer leden, maar we hebben niet voldoende trainers en begeleiders”, zegt voorzitter Ruud van Dijk. Vanaf komend jaar wil de club 30 euro extra contributie vragen. Dat bedrag kun je terugverdienen door klusjes voor de club te doen: rijden naar uitwedstrijden, fluiten, schoonmaken.

Verminderde betrokkenheid bij clubs is gevaarlijk. Die desinteresse kan leiden tot agressie op het veld, zegt directeur Edu Jansing van Meer dan Voetbal, opgericht door de KNVB, de eredivisie en de eerste divisie. De stichting werd in het leven geroepen „om de verbindende kracht van het voetbal in te zetten voor een sterkere samenleving”.

Jansing: „Agressie komt overal voor. Bij de rellen in Haren heb ik weinig Marokkanen gezien. Maar wat je regelmatig ziet, is dat de straatcultuur van bijvoorbeeld Marokkaanse jongeren doordringt tot het voetbalveld. Een kaartje leggen met een balletje gehakt en een biertje is er voor hen niet bij. Ze komen recht uit de achterstandswijk, waar ze zonder toekomst en zonder autoriteit van hun ouders op straat leven en daar gewend zijn conflicten uit te vechten. Zulke jongens willen voetballen en scoren. Als ze dan worden gecorrigeerd door een scheidsrechter, kunnen ze daar niet tegen. Dan gaan ze vechten. Als ze niet worden gecorrigeerd, ontsporen ze.”

Overigens biedt grotere betrokkenheid bij een club geen garanties: de vader van één van de jongens die wordt vastgehouden voor de dood van grensrechter Nieuwenhuizen is al twaalf jaar „zeer betrokken” bij de club, als trainer en scheids- en grensrechter, zo meldde het EO-programma De Vijfde Dag gisteravond.

Officieel heeft de nationale voetbalbond geen allochtonenbeleid. „De KNVB maakt geen uitzonderingen op het gebied van afkomst, geloofsovertuiging, seksuele geaardheid of andere zaken. Voetbal is van iedereen”, zo heet het. Maar de dood van een grensrechter in Almere heeft in korte tijd veel losgemaakt. Clubs zinnen op manieren om leden te disciplineren en om de clubliefde te vergroten. Zodat straatjochies en hun ouders weten bij welke club ze spelen, welke normen en waarden die club wenst uit te dragen, welke straffen op misdragingen staan, en zich wel twee keer bedenken voordat ze een scheidsrechter aanvallen.

Sommige clubs proberen autochtoon en allochtoon zoveel mogelijk te mengen. Voorzitter Vegter van VVZ’49: „Wij hebben in het verleden ook een ongeschreven regel gehad dat er niet meer dan drie Turken of Marokkanen in een team zaten. Wij vinden diversiteit in onze vereniging heel belangrijk.” Bij Alphense Boys werd in het verleden een Turks team ontmanteld om te voorkomen dat er ‘een club in een club’ zou ontstaan.

Volgens Vegter is het zaak dat het onderlinge begrip tussen autochtonen en allochtonen wordt vergroot. Zo zou het in zijn ogen goed zijn als er meer Turkse, Marokkaanse en Curaçaose scheidsrechters en clubbestuurders worden opgeleid. „Marokkaanse jongeren hebben vaak meer respect voor hun eigen ‘buurtvaders’. Dat zal bij scheidsrechters ook zo kunnen zijn. Misschien zou de KNVB daar meer rekening mee kunnen houden. Maar het is ook goed om autochtone scheidsrechters te wijzen op cultuurverschillen. Op een voetbalveld worden die namelijk weleens uitvergroot.”

Spelers uit het betaald voetbal vormen voor de verschillende bevolkingsgroepen een belangrijke voorbeeldfunctie. Volgens Jansing kunnen profs een belangrijke rol vervullen voor het amateurvoetbal. „Laat de voorzitter van een amateurclub maar vragen of een trainer of speler van een grote club eens langs wil komen. Dat helpt”, zegt Jansing. Feyenoord heeft daar in navolging van andere clubs plannen voor.

Misschien is het nog wel belangrijker dat topvoetballers en bestuurders van profclubs zich netter gaan gedragen, want naar hen wordt gekeken, zij zijn de idolen van de jeugd, zij worden nagevolgd. De profs komen dit weekeinde in tegenstelling tot de amateurs wel in actie. Alle ogen zullen extra op hen zijn gericht. Jansing: „Elk weekeind opnieuw zie je spelers die zich als kleuters gedragen, maar door hun club niet worden aangepakt. De top zou in de spiegel moeten kijken. Fatsoen en integriteit tonen, daar gaat een voorbeeld van uit.”

    • Arjen Schreuder
    • Koen Greven