Het begon ermee dat ze het gas aan liet

Ouderen met ‘lichte’ beperkingen moeten voortaan thuis wonen. Ook mevrouw De Ruijter zou niet meer in een verzorgingshuis komen.

Nora de Ruijter (89) woont in een verzorgingshuis omdat het thuis niet meer ging. Foto Roger Cremers

Nora de Ruijter was uit bed gevallen. Ze kroop op haar knieën om het bed heen naar de telefoon en belde iemand. Wie dat was, weet ze niet meer. Ze werd wakker in het ziekenhuis. Ze kon niet meer naar huis, zeiden ze. Had ze best gewild hoor, ze woonde prima in een flat boven het winkelcentrum in Diemen. Maar het kon niet. Nu zit ze hier in verpleeghuis De Venser in Amsterdam-Zuidoost. Ook goed.

Gisteren sprak de Tweede Kamer over de zorgbegroting 2013 en de AWBZ (Algemene wet bijzondere ziektekosten). Nora de Ruijter (89) heeft zzp-3. Zzp is AWBZ-jargon voor zorgzwaartepakket. Het definieert hoeveel zorg iemand nodig heeft in de ouderenzorg, de gehandicaptenzorg en de psychiatrie. Al die zorg wordt, nu nog, betaald uit de AWBZ, een volksverzekering. Iedereen in De Venser heeft een zzp, van 1 tot en met 10. Op 10 volgt de dood.

Over een jaar wordt niemand met zzp-3 meer opgenomen in een verpleeghuis, een gehandicapteninstelling of een psychiatrische inrichting. Vanaf 1 januari aanstaande vallen zzp-1 en 2 al af. Dat zijn bij elkaar 81.000 mensen. Zij moeten voortaan thuis wonen en krijgen dan geld van het rijk (AWBZ) én de gemeente (WMO) voor hulp aan huis. Een beetje wrang klinkt dan ook de huidige definitie van zzp-3: „Dit is bestemd voor u als u wegens een somatische (lichamelijke) aandoening niet zelfstandig kan wonen.”

De huiskamer op een verdieping in De Venser kijkt uit over de portiekwoningen van de Venserpolder. De ene bewoner kijkt voetbal op de televisie, de ander staart voor zich uit. Een man slaapt aan tafel, hoofd op zijn handen. Het ruikt er naar gekookte groenten. De Ruijter vindt de verzorgers in De Venser zo lief – het is helemaal niet erg dat men haar hier heeft opgenomen, zegt ze.

Ze denkt even na over de vraag. „Nee, ik kan niet thuis wonen. Dat zeggen ze tenminste en dat geloof ik wel. Ik vergeet veel. En ik doe alles langzaam.” Ze loopt met een rollator en hád thuis al een keer per week thuiszorg voor de schoonmaak.

Ze had nog veel meer hulp, vertelt haar dochter Paula Wilcox (65), en die gaf zij. Ze woont op een half uur rijden van haar moeder en werkt in het onderwijs. „Ik heb vijf jaar lang eigenlijk twee huishoudens gerund. Het was niet meer op te brengen. Het begon ermee dat mijn moeder het gas aan liet staan en haar eten verbrandde. Wij maakten ons zorgen. Ik ben voor haar gaan koken en ging drie keer per week naar haar toe. Ik liet gelabelde porties eten in de vriezer. Dan belde ik rond etenstijd: mam, nu moet je dit uit de vriezer halen en eten. Anders vergat ze het! Ze had ook vaak bedorven eten in de ijskast, maar dat rook ze niet meer.”

Dochter Wilcox vindt het onbegrijpelijk dat mensen met zzp-3 in de toekomst niet meer in een tehuis kunnen wonen. „Mijn moeder betaalt zo’n 300 euro per maand eigen bijdrage. Er blijft elke maand 300 euro van haar AOW over voor kleding en de telefoon en zo. Ik zou best een financiële bijdrage willen leveren voor haar verblijf, als dat nodig is om haar in een tehuis te laten wonen. Maar wat als je dat geld niet hebt? In een beschaafd land moeten oude mensen toch goede zorg krijgen?”

De Ruijter is een sterke vrouw. In haar eentje voedde ze drie kinderen op en ze werkte altijd in het onderwijs. Haar man zat bij de marine en overleed op zijn 35ste aan tyfus in Sri Lanka. „Dat was heel verdrietig. Hij heeft zijn derde kind nooit gekend, ze zat nog in mijn buik.”

Nu bepaalt het Rijk hoeveel thuiszorg iemand als mevrouw De Ruijter nodig heeft. In de toekomst zal de gemeente dat doen. „Glad ijs”, noemde Kamerlid Renske Leijten (SP) dat gisteren. „Hoe kun je huishoudelijke verzorging beloven als je het over de schutting gooit?”, zei ze tegen staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA, Zorg). CDA-Kamerlid Mona Keijzer: „De behoefte aan het halen van boodschappen wordt gelijkgetrokken met met langdurige zorg die mensen nodig hebben om überhaupt hun bed uit te kunnen komen.”

Het nieuwe kabinet gelooft dat gemeenten beter en goedkoper hulp aan huis kunnen organiseren dan het rijk. Leijten verweet Van Rijn dat zijn beleid louter is ingegeven door financiële motieven. „U handelt niet vanuit passie voor de zorg, maar vanuit financiële kaders.”

Van Rijn weersprak dat. „De passie voor zorg is niets waard als het op lange termijn niet financieel houdbaar is. Als je daar geen aandacht aan schenkt, heb je wel een mooi verhaal, maar geen eerlijk verhaal.”

De gemeente zal straks moeten beoordelen of iemand recht heeft op opvang. Van Rijn: „Die zal ook moeten kijken naar het sociale netwerk van de patiënt, het inkomen, de zelfredzaamheid. Kunnen kinderen niet bijspringen? Dat is de essentie van maatwerk.”