Ghana stijgt trots boven W-Afrika uit

Ghana is de nieuwe parel van West-Afrika. Armen zijn gefrustreerd dat de nieuwe winkelcentra voor hen te duur zijn. Vandaag kiest Ghana een president.

A poster of the opposition New Patriotic Party (NPP) presidential candidate Nana Addo Danquah Akufo Addo is pictured on a street in Accra December 2, 2012. Ghana will hold its presidential election on Friday. REUTERS/Luc Gnago (GHANA - Tags: POLITICS ELECTIONS) REUTERS

Het is een ochtendritueel waaraan hij zo gewend is geraakt dat hij niet eens meer droomt van een porseleinen pot. Nog voor het licht wordt, om een uur of vijf, sloft Mohammed, manusje-van-alles bij een Ghanees ambtenarengezin, naar de vloedlijn op een paar honderd meter afstand van zijn hut. Hij zakt op zijn hurken, doet zijn behoefte en haalt een emmer water om zich te wassen. „Voor een toilet heb ik geen geld, en trouwens ook geen aansluiting.” Zo gaat dat in de sloppenwijken van Accra, de dichtbevolkte hoofdstad van Ghana. Poepen doe je op het strand.

Rond dezelfde tijd, misschien net iets later, opent spierbundel David elke dag de sportzaal waar een clientèle van welgestelde Ghanezen het vet van de buik komt trainen. Op de parkeerplaats staan Porsches, Audi’s, Range Rovers. Binnen gaat de airconditioner op ijskoud.

Dit is het nieuwe Ghana, een land dat de schaarste van de jaren tachtig de rug heeft toegekeerd en buitenlandse bedrijven een corruptievrij investeringsklimaat belooft. Dit is het Ghana dat pronkt met dure winkelcentra en gemeubileerde appartementen van vierduizend dollar per maand in de woningmarkt zet. Zwembad inbegrepen.

Nadat Ghana in 2007 een onverwacht grote voorraad olie voor de kust had aangeboord, noteerde het vorig jaar de snelste economische groei op het Afrikaanse continent. De toenemende welvaart, en de olie, zijn vandaag inzet van presidentsverkiezingen waar de bevolking al maanden naartoe leeft.

Televisie- en radiozenders deden enthousiast verslag van de verkiezingscampagnes. Vier kandidaten traden twee keer op in een live uitgezonden, van Amerika afgekeken debat. Academici, kerkleiders, denktanks: iedereen wilde zich laten gelden met adviezen en prognoses. De laatste toespraken van de twee belangrijkste partijleiders, eergisteren, trokken duizenden aanhangers.

Al sinds 1992 lukt het Ghana om eerlijke en geweldloze verkiezingen te organiseren waarvan de uitslag door alle kandidaten wordt aanvaard. Veel Ghanezen zijn daar zo trots op dat het soms lijkt alsof de gang naar de stembus een doel op zich is. Het is de beste pr die een Afrikaans land zich maar wensen kan. Nationalistisch Ghana voelt zich dan ook ver verheven boven de crisislanden in de regio. Het wordt in die uitzonderingspositie gesterkt door miljarden dollars hulpgeld en staatsbezoeken van leiders als president Barack Obama en China’s Hu Jintao. Democratie wordt gul beloond.

De politiek wordt gedomineerd door twee partijen die ieder een grote regionale en etnische aanhang hebben. De regerende New Democratic Congress won vier jaar geleden met een nipte meerderheid en bewees zijn sociaal-democratische credentials door het opgeblazen ambtenarenapparaat een forse salarisverhoging te geven. De plotselinge dood van president John Atta Mills, in juli, ontketende een golf van rouw die de partij veel sympathie opleverde.

Mills’ opvolger, de 54-jarige John Mahama, moet de NDC een tweede termijn bezorgen. Zijn uitdager is Nana Akufo-Addo van de New Patriotic Party, een voormalige minister wiens vader op het biljet van tien cedi’s, de lokale munt, staat afgebeeld omdat hij tot de grondleggers van Ghana behoort. Hoewel de meeste kiezers heilig geloven in de superioriteit van hun favoriete kandidaat, bestaat er weinig verschil tussen beide partijen. „Het zal niet enorm veel uitmaken wie wint,” zegt analist Kissy Agyeman-Togobo.

Opmerkelijk is eerder wat niet wordt genoemd. Achter het uithangbord van economische groei schuilen statistieken die een ander beeld laten zien. Een spectaculair gebrek aan sanitaire voorzieningen, bijvoorbeeld. Bijna een vijfde van de bevolking van 24 miljoen moet een emmer of de buitenlucht als toilet gebruiken. De waterleidingen in Accra zijn zo verroest dat rijkere inwoners schoon water laten aanleveren door privébedrijven. Het stadsriool loopt rechtstreeks uit in zee. Intussen zitten boeren in het veel armere noorden ’s avonds bij het licht van een petroleumlampje. Op de smalle vervallen wegen in het binnenland rijden zich wekelijks tientallen mensen te pletter. Een frontale botsing met minder dan twintig doden haalt hier niet eens de voorpagina meer.

Vorig jaar bereikte Ghana de status van lower-middle-income-country, een term die het Internationale Monetaire Fonds op inkomen baseert. Dat veroorzaakte verwarring, vertelt Ebo Duncan van Ghana’s dienst voor de statistiek. „Veel mensen dachten: ha, dan behoor ik nu tot de middenklasse. Maar dat zagen ze niet terug in hun portemonnee. Het leven is de afgelopen jaren juist duurder geworden. Er wordt wel eindeloos gepraat over olie, maar dat heeft niet de verwachte ontwikkeling opgeleverd.”

De frustratie over de regeringspropaganda is reëel, beaamt Kissy Agyeman-Togobo. „De gemiddelde Ghanees kan het zich niet veroorloven om naar het winkelcentrum te gaan. Die vraagt zich af wanneer hij iets gaat merken van de zogenaamde economische groei.”

    • Pauline Bax