Door rouwboeketten redt hij het nét

De Londense bloemist in East End merkt nog niets van het economische herstel dat politici claimen. Wat is zijn bedrijfsstrategie? „Overleven.”

Bloemist Dave Newman: „Volgens mijn boekhouder moet ik een uitkering aanvragen, zo weinig heb ik verdiend.” Foto Alex MacNaughton

„Het is maar goed dat mensen doodgaan.” Bloemist Dave Newman zegt het zonder enige ironie. Want omdat het menselijk overlijden een constante is, heeft hij zijn zaak nog. „Je stuurt je moeder niet naar haar graf zonder bloemen”, zegt hij.

Sheila’s Florist is een echte East End-zaak, waar de eigenaar het hart op de tong draagt. Ingeklemd tussen tientallen Caraïbische kappers, Poolse supermarktjes, mobiele telefoonwinkels, en kebab- en burgertenten, zitten de Newmans al 54 jaar op de High Road van Leytonstone, op loopafstand van het Olympisch Park in Londen. Voor al uw bloemen, bruidsboeketten, rouwwerk en bedrijfsplanten. De kleine winkel staat er mee vol.

Van ‘groene loten’, de onder politici zo geliefde term voor lichte economische groei, merkt hij weinig. De „economie herstelt”, zei minister van Financiën George Osborne woensdag: „De weg is nog moeizaam, maar we zijn op de goede weg.” Het begrotingstekort daalt, de werkgelegenheid groeit en besteedbare inkomens herstellen zich.

Maar dat zijn de cijfers. Dave Newman merkt er niets van. De laatste jaren, vertelt de 34-jarige bloemist, is zijn bedrijfstactiek op te sommen in één woord: overleven. Bloemen zijn nu eenmaal een luxe voor veel mensen. Een uur lang neemt hij tijd om te praten – er komt geen klant binnen. „Het ligt er aan hoe goed je in je slappe was zit.” Gelukkig dus dat „mannen nu eenmaal mannen zijn en soms wat moeten goedmaken”.

En dat mensen doodgaan. Newman laat een boek zien met de kransen die de familie kan maken. Het is het soort rouwwerk dat hoort bij een typische Oost-Londense begrafenis: bloemen in de vorm van grote harten, diamanten, letters: ‘Respect’, ‘Love’, ‘Dad’ spellen ze. „Het gaat om de show”, zegt hij. Daar horen bij zo’n begrafenis vaak ook een zwarte koets met zwarte paarden bij. Hij wijst op wat hij „een kussentje voor de laatste rustplaats” noemt: „Dat maken we vanaf 50 pond.” En trots: „We zijn goedkoper dan de rest. En beter.”

Zijn grootvader had een vooruitziend blik. Die begon in de jaren vijftig met de rouwkransen omdat het toen in de East End stikte van de bloemisten en hij zich wilde onderscheiden. Nog altijd werkt de 83-jarige mee, vanuit zijn huis aan de overkant van de straat bouwt hij kruisen en kransen, en houdt hij er streng toezicht op dat Newman de winkel niet eerder sluit. Vader John is achter in de winkel bezig, en komt net als zus Dan af en toe nieuwsgierig meeluisteren. Een vriend doet ondertussen de boeken. Ze doen het deels gratis: „Anders waren we allang failliet geweest.”

Zo ook oom Bill. Hij heeft eerder in de week geholpen met nieuwe elektrische bedrading. Dat kon prima, de 62-jarige lasser heeft nauwelijks werk. De bouw is het grote zorgenkind van de Britse economie, opbrengsten daalden met 2,5 procent en voor de vijfde maand achtereen daalde het aantal nieuwe opdrachten. Het is een teken dat er nauwelijks wordt geïnvesteerd in nieuwe (infrastructurele) projecten.

„Mijn boekhouder zei dat ik een uitkering moest gaan aanvragen, zo weinig heb ik dit jaar verdiend”, zegt hij. Misschien waren er in oktober „een half dozijn klusjes”. „Zelfs als ik 20 procent meer vraag, hou ik nauwelijks wat over door het duurdere materiaal en de gestegen dieselkosten.” Hij zwijgt. Zegt: „Het is hier ook te vol geworden”. Hij doelt op de Oost-Europese bouwvakkers, waarmee hij moet concurreren. „Voel mijn spierballen maar. Ik kan nog net zoveel als een jonge man.”

Is er een lichtpuntje? Nou, zegt bloemist Dave na lang nadenken. „Als de winter koud wordt, hoeft de koeling niet aan.” Daar bewaart hij de rozen en de rouwkransen. Het zou hem elektriciteit schelen. Maar het mooiste is wel dat de vriend die de boeken zit te doen hem zojuist op een belastingvoordeel heeft gewezen. Hij kan geld claimen voor de opvoeding van zijn driejarige dochtertje. Omdat hij zo weinig verdient.