De onrust in Hilversum is terug, de kijker levert in

De spelregels in het publieke bestel veranderen opnieuw. Tegelijkertijd krijgen de omroepen nog minder geld uit Den Haag. Wat merkt de kijker daarvan?

Het grootste gevaar voor Hilversum is tussentijdse bemoeienis van de politiek, zei een organisatieadviseur met veel ervaring bij de publieke omroep deze zomer. Laat ze daar maar even, bedoelde hij. Laat ze reorganiseren en fuseren en ga niet tijdens de spelregels veranderen. Dat is juist wat op dit moment gebeurt. De onrust in Hilversum is terug en dat is slecht nieuws voor de kijker.

In het regeerakkoord schrijven VVD en PvdA dat de omroepen nog eens 100 miljoen euro minder krijgen. De mediabegroting is vanaf 2016 in totaal 300 miljoen euro lager, een derde van het huidige budget.

De brief die staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) gisteren aan de Tweede Kamer stuurde, heeft de gemoederen in Hilversum niet bedaard. Hebben ze net hun ledenwerfcampagnes opgetuigd, hoeven die niet meer. Dekker wil ledenaantallen minder belangrijk maken voor de verdeling van zendtijd en geld. Het vorige kabinet hechtte daar juist meer belang aan. Omroepen krijgen van Dekker een veel lager vast budget en kunnen meer ‘verdienen’ met creatieve, kwalitatieve en publieke programmavoorstellen.

Hilversum reageerde gisteren met gemengde gevoelens. Enerzijds is men blij dat Dekker kiest voor een brede omroep voor iedereen, niet voor een beperkte met „moeilijke programma’s voor een kleine doelgroep”. Anderzijds vragen de omroepdirecteuren zich af hoe ze dat moeten doen met minder geld. Zeker als het kabinet tegenvallende STER-inkomsten niet langer compenseert.

„Ik ben tevreden over zijn visie op wat de publieke omroep moet zijn”, zegt Henk Hagoort, bestuursvoorzitter van koepelorganisatie Nederlandse Publieke Omroep (NPO). „Maar ik heb blijvend buikpijn van het feit dat het budget niet strookt met die ambitie.” De fout zit eerder dan deze mediabrief, zegt Lennart van der Meulen, directeur van de VPRO en voorzitter van het college van omroepdirecteuren. „Het is ontijdig en onterecht dat het kabinet nu ingrijpt. De nadruk op de kwaliteit van de programmering is goed, maar ik vrees dat er niet meer genoeg geld zal zijn voor onderscheidende, en dus dure, programma’s.”

En dat is wat de kijkers vooral zullen merken van de nieuwe hervorming van Hilversum. Ook al belooft Dekker dat „kwetsbare programma’s” zoveel mogelijk worden ontzien. Hij bedoelt vermoedelijk drama, documentaires en educatie.

Boston Consulting Group (BCG), die vorig jaar onderzoek deed naar efficiency bij de omroep, stelde dat de bezuinigingen van Rutte-I kunnen worden opgevangen door kosten te delen en te fuseren. En dat is wat kijkers natuurlijk ook willen: hun belastinggeld moet doelmatiger worden benut. Nog méér bezuinigen gaat de kijker volgens BCG direct zien. Hilversum staat voor harde keuzes: wel of geen sport, wel of geen amusement. Omroep MAX heeft die keuze al gemaakt. Jan Slagter gaat geen amusement meer maken. Dekker gisteren: „Ik kan me iets voorstellen bij de keuze van MAX. Maar er is wel degelijk plek voor amusement bij de publieke omroep.”

De kijker wil tot slot ook dat hij zich thuis voelt bij de publieke omroep. Alle doelgroepen moeten worden bediend. Dat lukt nu al niet: jongeren en allochtonen kijken in verhouding weinig naar de publieke zenders. De bezuinigingen maken dat probleem alleen maar groter, stelt Bert Janssens (HUMAN). „Nu het kabinet de kleine omroepen voor moslims, hindoes, boeddhisten en HUMAN als enige seculiere omroep schrapt, is de publieke omroep veel minder representatief dan vroeger.”