Consumentenbond overweegt claim tegen Philips wegens prijsafspraken

Philips kan mogelijk een schadeclaim tegemoet zien van de Consumentenbond. Het bedrijf maakte zich schuldig aan verboden prijsafspraken met andere elektronicabedrijven. Foto ANP / Koen Suyk Philips kan mogelijk een schadeclaim tegemoet zien van de Consumentenbond. Het bedrijf maakte zich schuldig aan verboden prijsafspraken met andere elektronicabedrijven. Foto ANP / Koen Suyk

De Consumentenbond overweegt een schadeclaim tegen Philips en zes andere elektronicaconcerns die gisteren een boete kregen voor verboden prijsafspraken over tv- en computeronderdelen. Dat zegt de bond vandaag in het Financieele Dagblad. Door die afspraken hebben consumenten waarschijnlijk jarenlang teveel betaald voor hun tv of pc.

De bond denkt dat een schadeclaim mogelijk is omdat veel mensen waarschijnlijk hun bonnetjes hebben bewaard van televisieaankopen. Een woordvoerder van de bond zegt tegen de krant:

“Een tv is toch iets anders dan garnalen of bier. Mensen weten echt nog wel of ze een tv hebben gekocht een paar jaar geleden.”

Een probleem is wel dat de Consumentenbond niet namens diens leden schade kan verhalen. Een zogeheten ‘class action’ zoals in de VS mogelijk is, kan in Nederland nog niet. Daarvoor moet de regelgeving worden aangepast. Hierdoor kan de bond alleen de eerste stap nemen namens de consumenten en ‘een verklaring van recht halen’ waarin staat dat de kartelvormers onrechtmatig hebben gehandeld. De consumenten moeten de rest van de procedure dan zelf afhandelen. Ook kan de bond een schikking proberen te treffen namens de hele groep.

De Kamer riep het kabinet vorig jaar al op de collectieve schadeverhaling mogelijk te maken in Nederland, maar door de val van dat kabinet heeft dit voorstel vertraging opgelopen.

Probleem is dat het indirecte schade is

Een ander probleem is dat het kartel geen directe schade heeft toegebracht aan consumenten. De beboette fabrikanten leverden hun beeldbuizen immers aan tv-fabrikanten. Consumenten zijn dus alleen indirect getroffen, omdat de uiteindelijke producenten de kunstmatige prijsverhoging vermoedelijk hebben doorberekend.

De Europese Commissie gaf gisteren een boete van 1,47 miljard euro aan zeven bedrijven wegens verboden prijsafspraken tussen 1996 en 2006. Philips kreeg de grootste boete à 313 miljoen euro, gevolgd door LG Electronics dat 296 miljoen euro moet betalen. De bedrijven maakten afspraken over onderdelen van beeldbuizen voor televisies en/of computers. Ook verdeelden ze markten en klanten onder elkaar en beperkten ze hun productie.

Philips heeft de prijsafspraken niet ontkend, maar gaat wel bezwaar maken tegen de boete omdat het bedrijf die “buitenproportioneel en onrechtvaardig” vindt. Het feit dat het bedrijf de zaken niet ontkend, maakt een eventuele procedure wel weer makkelijker, zeggen juristen.