Vuurwerkramp: verdenking juist

De rijksrecherche heeft geen onjuistheden aangetroffen in het bewijs tegen de voormalige vuurwerkrampverdachte André de Vries. Dat heeft het Openbaar Ministerie meegedeeld.

De Vries (45) is door de rechtbank in Almelo tot 15 jaar cel veroordeeld voor brandstichting die in 2000 tot de vuurwerkramp in Enschede leidde. Bij deze ramp vielen 23 doden en bijna duizend gewonden. Een hele woonwijk werd verwoest. In 2003 is hij in hoger beroep vrijgesproken, maar volgens zijn advocaat Geert-Jan Knoops zien sommigen hem nog steeds als dader: „Hij is de afgelopen tien jaar achtervolgd door dit trauma. Hij kan er niet van loskomen.”

De Vries heeft ook enkele jaren ten onrechte vastgezeten. Vorig jaar rezen twijfels over de wijze waarop de verdenking tegen hem was ontstaan. Het College van procureurs-generaal gaf daarom de rijksrecherche opdracht om aanvullend onderzoek te doen. Uit dat onderzoek blijken nu geen onregelmatigheden. „Als hij terecht als verdachte blijkt te zijn aangemerkt, dan zal hij zich daarbij op dit moment neerleggen”, zegt Knoops. De Vries wil graag een gesprek met het Openbaar Ministerie.

De voormalige vuurwerkverdachte verblijft sinds twee jaar in een opvanghuis van Humanitas Onder Dak in Hengelo. Aanvankelijk was hij uitgeweken naar Duitsland. Volgens Knoops wordt hij goed begeleid.

Eind vorig jaar waren zeven onderzoeken gedaan naar de vuurwerkramp. Het onderzoek naar „de laatste open eindjes’’ door de rijksrecherche is het achtste. Een oorzaak voor de ramp is nooit achterhaald.