Vroeger skater, nu jihadstrijder

De FBI zette Hammami op de lijst met meest gezochte terroristen. Hoe werd deze jongen uit het saaie stadje Daphne een leider van terreurgroep Al-Shabaab in Somalië?

This still image provided by IntelCenter, an organization which monitors Islamist websites, from a video entitled "At Your Service Osama" released by the Mujahedeen Youth Movement (MYM), also known as al-Shabaab, on September 20, 2009 shows Abu Mansoor al-Amriki (R), an MYM field commander born just outside Mobile, Alabama, whose real name is Omar Hammami, teaching mujahedeen small unit tactics. The video shows extensive footage of a large training camp in Somalia called the "Commander Abu Suleim Training Camp". The footage is in many ways identifical, in terms of training drills and tactics being taught, to the types of footage seen coming out of Afghanistan from al-Qaeda training camps in the period before September 11, 2001. AFP PHOTO/IntelCenter/HO ++RESTRICTED TO EDITORIAL USE, NO SALES, OBSCURING OR CROPPING OUT INTELCENTER LOGO NOT PERMITTED++ AFP

De jeugd van Omar Hammami is net zo saai Amerikaans als zijn geboorteplaats Daphne, een slaapstadje in de staat Alabama. Als kind blonk hij uit in voetbal, bezocht hij op aandringen van zijn evangelische moeder Jezus-kampen, en verdiepte hij zich in skaten en rapmuziek. „Omar is altijd een jongen geweest met gewone ambities. Niets bijzonders”, zegt zijn vader, Shafik Hammami, die nog altijd in een buitenwijk van Daphne woont.

Hammami wil weinig kwijt over zijn zoon. Hij wordt emotioneel, zegt hij, als hij over hem praat.

Hij ziet de 28-jarige Omar al jaren niet meer. Die heet duizenden kilometers verderop, in Somalië, Abu Mansoor al-Amriki (‘de Amerikaan’). Daar is hij, volgens de CIA en de FBI, een leider van de islamitische terreurbeweging al-Shabaab. Hij vecht tegen de Somalische regering voor de stichting van een islamitisch kalifaat. Sinds 2010 wordt hij in de VS van terrorisme verdacht. Een paar weken geleden plaatste de FBI Abu Mansoor op de lijst van meest gezochte terroristen, een positie die hij onder meer deelt met al-Qaeda-leider Ayman al-Zawahiri.

Abu Mansoor is hierdoor de bekendste nog levende Amerikaanse jihadstrijder geworden. Dat maakt hem mogelijk een doelwit van Amerikaanse aanvallen met onbemande vliegtuigen. Vorig jaar nog maakten Amerikaanse raketten een einde aan het leven van de Amerikaanse Al-Qaeda-ideoloog Anwar Awlaki in Jemen. Er ontstond een heftig debat: mag president Obama zomaar de dood van Amerikaanse burgers goedkeuren zonder proces vooraf?

Dit debat is opnieuw actueel geworden, want maar weinig experts twijfelen eraan dat Obama een aanval op Abu Mansoor zou goedkeuren. Volgens de FBI is hij niet alleen een belangrijke militieleider, maar heeft hij als propagandaleider strijders geworven, onder wie tientallen in Amerika geboren Somaliërs.

De vader van Abu Mansoor, Shafik Hammami, is een rustige man, die niets begrijpt van de radicalisering van zijn zoon. De Syriër van geboorte belandde in de jaren zeventig in de VS, en koos er bewust voor in het prettig saaie stadje Daphne te gaan wonen. Shafik, een moslim, trouwde een lokale vrouw die hun twee kinderen christelijk opvoedde.

Omar Hammami had een onopvallende kindertijd. Hij ging in vakanties met zijn opa op herten jagen, en omschrijft zichzelf in zijn autobiografie (die hij in mei op internet verspreidde) als „temperamentvol”. Hij had het vaak aan de stok met leraren, maar was populair onder klasgenoten.

Op de middelbare school kreeg Omar Hammami voor het eerst interesse in de islam. Hij ging met zijn vader mee naar de moskee, en moest van hem boeken lezen over zijn geloof. Op een dag, schrijft Omar, besloot hij voor het slapen gaan niet langer tot Jezus te bidden, maar tot Allah. Op bezoek bij zijn familie in Syrië besloot hij: zo wil ik ook leven. Hij begon in twee werelden te leven. Zijn geloof, en „de drugs, de meisjes, de vrienden en de televisie”.

Hoewel hij toestemming kreeg om er te bidden, voelde Omar Hammami zich steeds minder thuis op school. Hij probeerde medeleerlingen te bekeren tot de islam. Op 11 september 2001 voelde hij zich verscheurd, schrijft hij, tussen afkeer van zowel terrorisme als Amerika, „de ongelovigen en hun onderdrukking van moslims”.

In zijn tweede jaar aan de Universiteit van Alabama stopte hij met studeren. Hij viel de gematigde overtuiging van zijn vader aan en weigerde als medewerker van Wal-Mart alcohol aan te raken. In 2002, toen hij weigerde te poseren voor een familiefoto, zette Shafik Hammami zijn zoon het huis uit.

Hammami reisde naar Toronto, waar hij begon te geloven in gewapende strijd. Hij trouwde een Somalische vrouw en besloot te gaan wonen in een islamitisch land. Het werd Egypte, maar Hammami vond het te seculier. Samen met een Amerikaanse vriend reisde hij naar Somalië. Hij voelde zich aangetrokken door de strijd van Al-Shabaab. Die beweging controleerde op dat moment het grootste deel van het land.

Hammami ontpopte zich tot een belangrijke propagandaleider van de beweging. Hij plaatst onder meer videoclips op YouTube, waarin hij rapt over de jihad. „Bom na bom, ontploffing na ontploffing, brengen we het glorieuze verleden terug”, is een tekst uit 2009. Smeekbedes van zijn ouders om terug te komen naar Amerika, wees hij af.

Onduidelijk is of Hammami nog altijd een leidinggevende rol heeft bij Al-Shabaab. Hij plaatste een paar maanden geleden een filmpje op YouTube, waarin hij zegt dat zijn leven in gevaar is, omdat er twisten in Al-Shabaab zijn uitgebroken. De beweging heeft veel terrein verloren en is de controle over de belangrijke steden in Somalië kwijtgeraakt.

Abu Mansoor heeft nog altijd heimwee naar Alabama, schrijft hij in zijn autobiografie. „Helaas ben ik altijd dezelfde jongen gebleven. Een wandelende tegenstelling, samengesteld uit totaal verschillende werelden, die echt gepassioneerd is over de dingen waarin hij gelooft en [..] intussen om alles moet lachen.”

    • Guus Valk