Vooral duur feestje voor de regio

Eindhoven, Maastricht en Leeuwarden gaan door als kandidaat Culturele hoofdstad. Ze gaan ook door met geld uitgeven om de titel te krijgen.

De overheid bezuinigt op nagenoeg al haar uitgaven. Een opvallende uitzondering vormen de drie steden Eindhoven, Maastricht en Leeuwarden, die eind vorige week te horen kregen dat ze kans maken op de titel ‘Culturele hoofdstad van Europa’ in 2018. Zij willen graag overheidsgeld uitgeven om in september 2013 uitverkozen te worden door een dertienkoppige jury.

Neem Eindhoven, de stad die het meeste belooft uit te geven tijdens het Europese feest: 141,5 miljoen euro. Samen met vier Brabantse broedersteden heeft de stad 50 miljoen euro over voor het feest. De provincie levert nog hetzelfde bedrag, het rijk 20, de EU 1,5 en het bedrijfsleven de overige 20 miljoen.

Spilzucht? De gemeenteraad vond van niet, net zo min als de jury. Die liet Eindhoven doorgaan naar de tweede ronde, net als Maastricht en Leeuwarden. Die stad wil 56,5 miljoen uitgeven aan het feest. Maastricht 80 miljoen, waarvan driekwart uit de overheidskas.

Alle drie presenteren de steden zich als motor van een regio. De miljoeneninvestering in cultuur, zo beweren ze, zal het allerbreedste in ze naar boven halen. Cultuur in de breedste zin van het woord. Leeuwarden noemt als voornaamste doelstelling van de miljoenenuitgave: ‘Mienskip’, Fries voor ‘gemeenschapszin’. Huub Smeets, zakelijk leider van de kandidatuur van Maastricht, spreekt over de „structurele ontwikkeling van stad en regio”.

In de gesprekken die de jury met de steden voerde, zo beweert Smeets, ging het expliciet over de vraag wat het culturele feest kan betekenen voor de bredere ontwikkeling van de regio. „Kennelijk ook voor hen van groot belang”. Dat vermoeden werd bevestigd met de eerste beslissing van de jury. De kandidaten uit de Randstad, Den Haag en Utrecht, mochten niet door naar de tweede ronde. Het ontlokte de Haagse wethouder voor cultuur de opmerking dat het kennelijk te goed met haar stad gaat. Conclusie: het gaat om een duur feest voor armetierige regio’s. Met andere woorden: industriepolitiek is uit, toerismepolitiek in.

En wat doen de drie steden die wel in de race blijven? Ze hebben al een bidbook, een catalogus plannen die ze door de eerste ronde leidde. Daar valt niet meer aan te werken. Ze wachten voorlopig op het juryrapport; daarin staat vermeld wat er nog aan schortte bij de verschillende steden. Daaruit kunnen ze afleiden wat ze nog moeten doen om elkaar te verslaan.

Leeuwarden heeft al een nieuwe projectdirecteur aangenomen, Oeds Westerhof, in het dagelijks leven directeur van het Nijmeegse Lux. De organisatie meldt dat hij als taak heeft „het huidige bidbook uit te bouwen en te verdiepen naar een bidbook met Europese uitstraling en impact”. Z. Huub Smeets, Maastricht, spreekt over „het concretiseren van het programma”.

Maar is juist dat werk niet weggegooid als hun steden in september niet als winnaar uit de bus komen? Nee hoor, zeggen alle drie de steden. De dynamiek die de kandidatuur teweeg bracht, is al prachtig. Spin off is het sleutelwoord. Direct na het nieuws dat Den Haag was afgevallen, meldde de zakelijk leidster van de organisatie dat sommige plannen toch doorgaan. Zoals het platform voor de ontmoeting van kunst- en bedrijfsleven. En de plannen voor cultuureducatie.

Ook de steden die nog in de race zijn, hebben plannen die bij verlies toch door zullen gaan. Zoals de politiek-bestuurlijke samenwerking tussen de steden in ‘euregio’ Limburg of het zogenoemde CR.OO.P-initiatief in Leeuwarden, ter professionalisering van de Friese kunstscene.

En het bedrag dat dan is besteed aan organisatie en marketing? De steden zijn eerlijk over de getallen: 6 miljoen euro in Maastricht, 10 miljoen in Eindhoven en 1,7 in Leeuwarden.

Dat is veel voor de culturele instellingen in deze drie steden. Die hebben veelal te maken met stevige kortingen op de overheidssubsidie. Toch protesteren ze niet openlijk. Een woordvoerder van Het Van Abbe Museum verwoordt hun gevoel bondig: „Op culturele instellingen wordt toch wel gekort”. Dat geldt niet voor de poging culturele hoofdstad te worden. „En stel dat Eindhoven het wel wordt?”