Voor het eerst in de tombe

Hoe voelde het toen Howard Carter negentig jaar geleden het graf van Toetanchamon ontdekte? Dat is nu te ervaren op een tentoonstelling vol reproducties.

Replica van het dodenmasker van Toetanchamon. Foto Semmel Concerts

Negentig jaar geleden vroeg de Britse Lord Carnarvon aan zijn archeoloog Howard Carter: „Zie je al iets?” „Ja”, antwoordde Carter, „wonderbaarlijke dingen.” Hij keek voor het eerst in meer dan drieduizend jaar in het graf van de Egyptische farao Toetanchamon.

Tentoonstellingen met voorwerpen uit de tombe van deze farao trokken wereldwijd altijd veel bezoekers. De tentoonstelling The Treasures of Tutankhamun, die in de jaren zeventig door de Verenigde Staten, Europa en Japan toerde, was een van de eerste blockbusters. Net zo druk is het nu op een show met replica’s van de vondsten uit het graf, die sinds 2009 over de wereld reist. Zou authenticiteit zijn beste tijd gehad hebben?

In Nederland zijn de echte schatten van de farao nooit op bezoek geweest. De replica’s zijn er nu wel. In de nieuwe tentoonstellingsruimte Amsterdam Expo, waar eerder juist ‘echte’ lichamen te zien waren op de tentoonstelling Body Worlds, is nu de expositie Toetanchamon, zijn graf en zijn schatten te zien. Meer dan duizend voorwerpen worden tentoongesteld, van grote schrijnen tot kleine schaaltjes, van strijdwagens tot parfumflesjes. Ook het beroemde gouden masker is aanwezig. Net als alle andere voorwerpen is het nagemaakt in Egypte en dus nu niet meer van goud maar van beschilderde epoxyhars. Maar ook dat glanst. Misschien zijn mensen zo gewend geraakt aan het zien van de wereld in reproductie, op foto’s en films, dat de overgang van kopieën niet in twee maar in drie dimensies er ook nog wel bij kan. Of zou dat alleen voor zulke uitzonderlijke objecten als het graf van Toetanchamon gelden?

De beroemdste farao

Toetanchamon was in de oudheid een van de minst bekende heersers van Egypte. Na zijn dood raakte hij al snel in de vergetelheid. Dat hij nu de beroemdste is, heeft hij te danken aan Howard Carter. Deze Engelsman vond in november 1922 zijn graf terug, een van de weinige graven uit het Dal der Koningen dat niet door rovers was geplunderd. Het zijn waarschijnlijk niet eens de mummie, die nog steeds in de oude tombe ligt, en de grafgiften die hem omringden die Toetanchamon zo beroemd maakten. De roem van Toetanchamon is ook de roem van Carter, het is vooral het verhaal van de ontdekking van het graf dat tot de verbeelding is blijven spreken.

Carter heeft zijn opgravingen uitgebreid beschreven. Over zijn eerste glimp van het graf schreef hij in 1923: „Eerst kon ik niets zien, de hete lucht die uit de kamer ontsnapte deed de kaars flikkeren, maar toen mijn ogen gewend waren aan het licht, doemden er langzaam details op uit de mist, vreemde dieren, beelden, en goud, overal de glans van goud. Ik was stil van verbazing, en toen Lord Carnarvon de spanning niet meer kon verdragen en zenuwachtig vroeg of ik iets kon zien, was alles wat ik kon zeggen: ja, wonderbaarlijke dingen.”

Het is de ervaring van Carter en diens financier Carnarvon die de tentoonstelling op de Zuidas tracht te recreëren. Dat kan vrij makkelijk, want van de ontdekking zijn niet alleen woorden, maar ook beelden overgeleverd. Fotograaf Harry Burton legde de hele expeditie vast in schitterende zwart-witfoto’s. Het zijn vooral deze foto’s die op de expositie van twee naar drie dimensies gaan. Op de tentoonstelling zijn de voorwerpen op de manier waarop ze werden aangetroffen in scène gezet. In een zacht halfduister kan elke bezoeker zich even Howard Carter of diens beroemdste nazaat Indiana Jones wanen en ‘voor het eerst’ de tombe betreden.

Dat Carter echt bestaan heeft en Indiana Jones verzonnen is, doet voor dat gevoel niet ter zake. Het museum is een soort filmset geworden. Het idee dat je iets ziet wat drieduizend jaar geleden gezien is, dat niet te bevatten gevoel van contact door de eeuwen heen, ontbreekt hier. Geen historische sensatie, die je in een museum, hoe stoffig ook, of misschien juist, ten deel kan vallen, geen direct contact met het verleden. De voorwerpen zijn nieuw en lijken nieuw, geen patina, alleen glans.

Het replicaproject werd bedacht door de inventieve Duitse ondernemer Paul Heinen, die in Duitsland groot werd met megabioscopen, en daarna het initiatief nam tot uiteenlopende projecten als een regenwoud bij Berlijn en een kerkdienst voor motorrijders bij Hamburg. Volgens Heinen heeft de replicatentoonstelling de toekomst, omdat musea steeds minder geneigd zijn hun kostbare schatten over de wereld te laten reizen. Het wordt te duur, het is te risicovol. Het grote gouden masker mag al niet meer het land uit. Toch reist er momenteel ook nog een expositie met echte artefacten van het beroemde graf rond de wereld. De tentoonstelling Tutankhamun: The Golden King and the Great Pharaohs maakt nu furore in Seattle.

Deel van de buit

De meeste voorwerpen uit het graf van Toetanchamon worden bewaard in het Egyptisch Museum in Kairo. De vondsten zijn niet over de hele wereld verspreid geraakt. De opgraving van Toetanchamon was de eerste waarbij dat niet gebeurde, tot woede van Carter en spijt van het Metropolitan Museum in New York, dat Carter kosteloos medewerkers had gestuurd in anticipatie op een deel van de buit. „Niemand zal ooit meer de hele grafinventaris van Toetanchamon op één locatie kunnen zien”, beweert Heinen in de catalogus van Toetanchamon, zijn graf en zijn schatten. In theorie zou dat in het museum in Kairo moeten kunnen, maar misschien hebben ze daar niet de ruimte om alles te laten zien, zoals op de replica-expositie gebeurt. Sommige voorwerpen worden hier ook meerdere keren getoond, als een boek dat op drie bladzijden tegelijk open is. Dat kan alleen met replica’s.

Overigens blijkt het replica-idee niet zo nieuw als het lijkt. In 1924 werd de hele tombe al eens nagebouwd voor de British Empire Exhibition in Londen en sinds 1986 is er een replica van het graf te zien in Dorchester. Ook Egypte heeft nu niet alleen het origineel, maar ook een replica. Een Spaans bedrijf, Factum Arte, maakte na het scannen van de originele tombe met laserstralen een kopie van het origineel, dat nog steeds te bezoeken is in het Dal der Koningen. De mummie van Koning Toet is in de tombe gebleven. Maar vooral de wandschilderingen in de tombe hebben te lijden onder de toeristen en bezoek is in de toekomst waarschijnlijk niet meer mogelijk. Dan wordt mogelijk de Spaanse replica, nu in Kairo bewaard, in Luxor neergezet. Als dat gebeurt, is er ook ter plekke geen historische sensatie meer mogelijk. De wandschilderingen blijven bestaan. Ze zullen niet vergaan. Maar bekeken worden ze ook niet meer.

Toetanchamon – zijn graf en zijn schatten. T/m 5 mei in Amsterdam EXPO, Gustav Mahlerlaan 24, Amsterdam. Dag. 9-19u, op feestdagen tot 17u. Inl: amsterdamexpo.nl