Turkse macht is de wraak van Troje

Of op die plek het ‘echte’ Troje lag is niet eens zeker, maar de antieke stad aan de Dardanellen is een krachtig modern symbool geworden.

Turkse postzegel uit 1956, uit een serie over Troje: toen een nationalistisch symbool, maar ooit een Griekse legende over de belegering en de verwoesting van een stad in Klein-Azië, ergens rond 1200 jaar voor Christus. Foto Allard Pierson Museum

Amsterdam. - „Troje is van ons, van Turkije”, zegt Güngör Azim Tuna in zijn werkkamer. Hij is gouverneur van de provincie Çanakkale. Ongeveer 30 kilometer zuidelijker ligt de antieke stad die al eeuwen in verband wordt gebracht met de door Homerus beschreven strijd tussen Grieken en Trojanen. In het moderne Turkije heeft de plek ook nationalistische betekenis gekregen.

Staand op de resten van de mythische stad wordt duidelijk waarom. Aan de overkant van de Dardanellen is Gallipoli zichtbaar, het schiereiland waar de Osmaanse Turken tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1915 na zware strijd een invasiemacht van Britten, Australiërs, Nieuw-Zeelanders en Fransen overwonnen. „Volgens de overlevering zou de bevelhebber van de lokale Turkse troepen, Mustafa Kemal, later bekend als Atatürk en grondlegger van de moderne Turkse staat, hebben gezegd dat de Turkse overwinning de wraak van Troje was”, zegt Gunay Uslu, cultuurwetenschapster aan de Universiteit van Amsterdam. „Nog steeds combineren Turkse reisorganisaties Troje met een bezoek aan de Slag om Gallipoli.”

Uslu is een van de samenstellers van de vandaag officieel te openengeopende tentoonstelling over Troje in het Amsterdamse Allard Pierson Museum. Het museum belicht hoe in de loop der eeuwen allerlei culturen zich Troje hebben toegeëigend. Dat begon al in de oudheid, met de Perzische koning Xerxes. Die zou op weg naar zijn beroemde invasie van Griekenland in 480 voor Chr. eerst duizenden runderen hebben geofferd in Troje. Ook de Romeinse keizer Augustus kwam er in 20 voor Chr op bezoek, omdat de Trojaanse held Aeneas de voorvader van alle Romeinen zou zijn geweest. En de Osmaanse sultan Mehmet II de Grote zag zijn inname van Constantinopel als onderdeel van de strijd tussen Oost en West. Hij noemde de inname, net als later Atatürk, de wraak van Troje.

De identificatie van deze plek aan de Dardanellen met het Troje uit Homerus is nooit zeker geweest, maar zoals de archeoloog Manfred Korfmann het zei: dit Troje is een grote en machtige Anatolische stad geweest en er zijn grote overeenkomsten zijn met het Troje uit de Griekse legende.

Uslu is bezig met een proefschrift over hoe de Osmaanse Turken tegen Troje en Homerus hebben aangekeken. Het Osmaanse (of Ottomaanse) rijk was het Turkse sultanaat dat heerste over het oosten van het Middellandse Zeegebied van de de veertiende tot de twintigste eeuw.

Uslu: “In westerse bronnen wordt vaak gezegd dat de Osmanen een soort barbaren waren die geen interesse voor het klassieke erfgoed hadden.” Maar zij ontdekte in Turkije Osmaanse documenten uit het einde van de negentiende eeuw die een ander beeld geven. “Ze hadden wel degelijk belangstelling voor onderzoek naar het verleden.”

Die belangstelling kwam op toen in de negentiende eeuw het Osmaanse rijk verbrokkelde en provincies als Griekenland onafhankelijk werden. Uslu: “De Turken lieten zich inspireren door de Grieken en Bulgaren die erfgoed gebruikten om hun wens naar onafhankelijkheid kracht bij te zetten. Op hun beurt probeerden de Osmanen het erfgoed te gebruiken om het rijk zoveel mogelijk bijeen te houden en de grenzen te markeren. Wat binnen die grenzen lag was van hen. Anders dan Atatürk en het moderne Turkije gebruikten ze het erfgoed niet voor de constructie van een natie, maar ten dienste van de geografische eenheid van de staat.”

Vandaar dat de gouverneur van de Dardanellen eind negentiende eeuw de opdracht kreeg de grond te kopen waar de Duitser Heinrich Schliemann Troje verwachtte te vinden. Uslu: “Alle vondsten moest hij delen met de regering. Schliemann moest ook de stadsmuren behouden en voor publiek toegankelijk maken.”

Groot was de Osmaanse verontwaardiging toen duidelijk werd dat Schliemann goud het land uit had gesmokkeld en wilde verkopen als de Schat van Priamus, de legendarische koning van Troje. “Door een economisch failliet van het rijk waren ze gedwongen te schikken. Mede met dat geld is het Archeologisch Museum in Istanbul gebouwd.”

Na de stichting van de Turkse republiek in 1923 ontstond het idee dat Turkije de bakermat was van alle Anatolische beschavingen. Troje werd een rechtvaardiging voor de nieuwe Turkse natiestaat: de Trojanen werden nu beschouwd als proto-Turken, Troje kreeg een Turkse naam (Turova) en Homerus, geboren in Klein-Azië, ging Omer heten. De leider van nieuwe opgravingen, Rüstem Aslan van de Universiteit van Çanakkale, heeft zich nu ook verdiept in Osmaanse documenten. Aslan gebruikt ze vooral om nog eens duidelijk maken wat voor een boef Schliemann eigenlijk was: een schatgraver, geen wetenschapper. De Turkse overheid probeert nu in Berlijn en Moskou, waar de ‘Schat van Priamus’ na de Tweede Wereldoorlog is beland, om alle vondsten uit Troje terug te krijgen.

Troje. Stad, Homerus en Turkije, 7 december 2012 t/m 5 mei 2013; Allard Pierson Museum Amsterdam, www.allardpiersonmuseum.nl

    • Theo Toebosch