Superhit met hoekige vijfkwartsmaat

Sinds de doorbraak van de Beatles haalt jazz de hitparades niet meer. Eén uitzondering: Dave Brubecks Take Five.

Als er een top-10 zou bestaan van de onwaarschijnlijkste hits aller tijden, zou Take Five vast en zeker in de hoogste regionen staan. Zelden voldeed een nummer aan zo weinig voorwaarden om te scoren, met zijn hoekige vijfkwartsmaat die zich nauwelijks leende tot dansen, de onverwachte tournures, de afwezigheid van een meezingtekst en de studieuze uitstraling van de muzikanten. Maar zodra het voor het eerst te horen was, in 1959 op de langspeelplaat Time Out, bleek het onweerstaanbaar te zijn. In Nederland prijkte het in 1962 wekenlang in de hitparade van het tienerblad Muziek Express, een blad dat destijds vooral werd gedomineerd door idolen als Cliff Richard, Elvis Presley en Anneke Grönloh (Brandend zand). Het was het summum van cool, het gedistingeerde alternatief voor het populaire repertoire uit die dagen.

Of, zoals het communistische dagblad De Waarheid eind 1962 terugblikkend schreef: „In teenagers-radioprogramma’s werd welwillend ruimte gereserveerd voor dit (overigens zeer dartel) paradepaardje. Mensen die nog nooit de moed konden opbrengen naar goede jazzmuziek te luisteren en nog minder om het te waarderen, zongen en floten voor zover hun muzikale gevoel het toeliet, de ganse dag Dave Brubecks nieuwste schepping”.

Al een jaar later sneed de doorbraak van de Beatles voor alle jazzmuziek de weg af om ooit nog tot de hitlijsten door te dringen. Voortaan was hitpotentie uitsluitend weggelegd voor popmuziek. Op één uitzondering na, want Take Five maakte in december 1969 en januari 1970 nog een verbazingwekkende comeback in de intussen door radio Veronica gerunde Nederlandse Top-40, omringd door popgroepen als de Cats, Shocking Blue, Fleetwood Mac en de Golden Earring.

Ook in films en tv-series is het nummer veelvuldig gebruikt, van Ther Sopranos tot The Simpsons, van The West Wing tot Woody Allens Manhattan Murder Mystery. Maar als onopvallend vulmiddel om de stilte op een soundtrack te bestrijden, is het volstrekt ongeschikt. Het trekt in alle omstandigheden, in alle scènes onmiddellijk alle aandacht naar zich toe. Dat gold ruim een halve eeuw geleden al, en dat geldt nu nog steeds.