Subtiel tekenwerk met krijt en inkt

Denys Calvaert: ‘Madonna en Kind met de heilige Katharina’.

Disegno & couleur Italiaanse en Franse tekeningen van de 16de tot de 18de eeuw. Bonnefantenmuseum. T/m 17/02. Cat.: € 32,95. Inl.: 043-3290190 of www.bonnefanten.nl.

De tweetalige titel Disegno & couleur geeft de tekeningenexpositie in het Bonnefantenmuseum een wat misplaatst kunsttheoretisch gewicht. Het gaat hier maar zeer zijdelings om de aloude controverse die in de kunstliteratuur bestond tussen de aanhangers van tekening en contour als basis van de schilderkunst, en die van schilderachtigheid en lichteffecten. Centraal staan niet die theoretische concepten, maar een aantrekkelijke groep van 75 gedeeltelijk nooit eerder getoonde Italiaanse en Franse tekeningen uit de renaissance en barok.

Tot ze een eeuw geleden werden geschonken aan het Brusselse Museum voor Schone Kunsten, maakten ze deel uit van de privécollectie die bijeen was gebracht door de jurist Jean Grez (1837 Breda - Brussel 1910) en twee van diens voorzaten.

Zo’n driekwart van de bladen is van de hand van Italiaanse kunstenaars, de rest van Fransen. Grez en zijn familie waren op het eerste gezicht niet al te kieskeurig in hun voorkeuren voor genres, periodes en geografische herkomst.

Hele grote namen zijn dun gezaaid, maar van bijvoorbeeld Federico Zuccari is er een handvol bijzonder fraaie tekeningen in zwart en rood krijt. Een ervan toont de ten hemel stijgende Maagd Maria in een ingewikkeld perspectief, omringd door een werveling van musicerende engelen – een kopie naar een gedeelte van het koepelfresco dat Antonio Correggio omstreeks 1520 maakte in de kathedraal van Parma. En de Fransman Antoine Watteau is vertegenwoordigd met een blad met drie studies van vrouwen met een hoedje (ca. 1715). In rood krijt, subtiel met wit gehoogd om lichteffecten te suggereren, heeft de kunstenaar de elegante figuren met hun knisperende jurken neergezet.

Wie zoekt naar verbindende factoren, ziet al snel de noordelijke herkomst van de verzamelaar weerspiegeld in zijn collectie. Zo bezat Jean Grez werken van kunstenaars die in de loop van de zestiende eeuw de Nederlanden voor Italië hadden verruild: Jan van der Straet en Pieter de Witte uit Brugge maakten in Florence furore als Giovanni Stradano en Pietro Candido.

Denys Calvaert uit Antwerpen kwam in Bologna terecht, waar hij werken maakte zoals een Maria met Kind en de heilige Catharina, met bruine inkt getekend en daarna met het penseel bewerkt om sterke lichtdonker effecten te bereiken.

Voor Federico Zuccari had Grez mogelijk ook een zwak omdat die kunstenaar in Venetië een aantal gedetailleerde kopieën maakte naar miniaturen in het zogenaamde Grimani Breviarium dat omstreeks 1520 in Vlaanderen tot stand was gekomen.

Andersom had de verzamelaar kennelijk belangstelling voor buitenlandse kunstenaars met oog voor werk van hun noordelijke collega’s. Van Gherardo Cibo uit Genua wordt bijvoorbeeld een idyllisch rivierlandschap met hoge bomen en een herder met een kudde schapen getoond, die duidelijk is geïnspireerd op de landschappen van in Rome werkende Vlamingen als Paul Bril. Er waren zelfs Italianen die zelf naar het noorden trokken.

De Toscaanse tekenaar Remigio Cantagallina, bijvoorbeeld, verbleef omstreeks 1610 een jaar of twee in de Nederlanden waar hij onder meer tekeningen maakte bij de geneeskrachtige bronnen in Spa. En zoals blijkt uit een groot blad aan het begin van de expositie, stond Cantagallina in 1612 zelfs ooit op het Maastrichtse Vrijthof waar hij de Sint-Servaaskerk portretteerde.

    • Bram de Klerck