Sinterklaas in Ghana

Toen vriend Jan en ik ons realiseerden dat we dit jaar tijdens Sinterklaas samen in Ghana zouden zitten, was het snel duidelijk: wij gingen onze slipper zetten.

Een Nederlands feest naar het buitenland transporteren heeft altijd iets onwerkelijks. Ik ben ooit op Koninginnedag bij de Nederlandse ambassade in Tanzania geweest, waar de prachtige tropische tuin was versierd met grote kartonnen molens en waar ik onder de palmbomen weliswaar ingevlogen haring en bitterballen at, maar niemand in een oranje leeuwenpak probeerde zijn afgedragen sneakers te verkopen, of een bord om had gehangen met daarop de tekst ‘IK GEEF GRATIS TONGZOENEN WEG’. De kerstdagen doorbrengen op een plek waar helemaal geen Kerst gevierd wordt, is net zo vreemd – dat je in een chic restaurant in Bangkok een groene curry eet terwijl een Thaise keyboardspelende artiest op het podium speciaal voor de toeristen een gevoelige, fonetische versie van Silent Night inzet.

En ook Sinterklaas in Ghana is onwerkelijk. Toen ik in het vliegtuig aan een stewardess uitlegde wat ons plan was, giechelde ze en zei toen: „Nou, Zwarte Pieten zijn er daar in ieder geval genoeg!”

Eenmaal aangekomen in Kumasi, de tweede stad van Ghana, vertrekken we naar het centrum om cadeautjes te kopen. Afzonderlijk van elkaar dwalen we langs de marktstalletjes, waar vrouwen op omgekeerde emmertjes ons enthousiast dichterbij wuiven. Als je een land zou moeten duiden via de vele stalletjes op een plein of naast een weg, zou ik nu zeggen: de Ghanezen zijn dol op nagels knippen (bij elk kraampje lagen bakken met de meest uitbundig versierde nagelknippers), ze schrijven graag (enveloppen, schriften, notitieboekjes en grote wenskaarten met teksten als: I miss you every second of the day, the vacuum you leave in my heart I can not fill, I am not glad, I think about you all the time zijn veel te verkrijgen) en ze houden van woeste, religieuze zelfhulpboeken met titels als Satan Get Lost!, 50 Mistakes You Have To Avoid In Your Marriage (een soort christelijke Ghanese variant op 50 Tinten Grijs) en How to cure sexual immorality.

We kopen twee wortels voor het paard en als we bij het huis waar we logeren de buurman tegenkomen, proberen we te vertellen wat we precies gaan vieren vanavond („and he rides on a horse over the roofs and he takes all the bad children with him in a bag”), waarop de buurman vooral heel beleefd blijft knikken. In de huiskamer vertellen we aan elkaar waar we vroeger onze schoen neerzetten: Jan bij de centrale verwarming, ik bij het kattenluikje. We besluiten dat het airconditioningapparaat in de kamer de juiste plek is voor een Ghanese Sinterklaas, en terwijl het buiten aardedonker is op wat straatverlichting na, terwijl we de geluiden horen van auto’s, straatkatten en vrolijke Ghanese muziek, terwijl we allebei een beetje stinken van een melange van zweet, deet en straat, zingen we alle sinterklaasliedjes die we nog kennen.

De volgende dag heb ik een spelletje, een stempel van het woord DIKBIL (speciaal voor mij gemaakt), chocolaatjes en een boek in mijn slipper: Satan Get Lost!

    • Renske de Greeff