Russisch beroepsleger laat sovjetgarnizoen verpauperen

Ruim 7.000 legerplaatsen verdwijnen door de modernisering van de Russische krijgsmacht. Maar burgers verdwijnen niet. Wie denkt aan hen?

De kleuterschool in de garnizoensstad Step (Steppe) in Siberië was net in de verf gezet en van kunststof ramen voorzien, of het garnizoen werd opgeheven. De luchtmachtbasis ging dicht in het kader van de hervorming van de krijgsmacht die president Poetin nu al een decennium probeert te realiseren.

De piloten moesten dus vertrekken. Met hun gezinnen. Honderden burgers, die hadden gezorgd voor de kinderen, het ziekenhuis en de winkels bleven achter: zonder werk en zonder ‘hun’ militairen.

Al snel verdwenen de kunststoframen uit de school, vervolgens de houten vloeren, toen de bakstenen.

Nu, twee jaar later, rest er van de kleuterschool alleen een berg puin met kleurplaten, leesboekjes en tekeningen voor moederdag. Ook het ziekenhuis is veranderd in een bouwval, net als het Huis van de Officieren.

Desondanks weigeren 46 burgergezinnen uit de ze militaire ruïnestad te vertrekken, ook al vriest het buiten nu twintig graden en is de verwarmingsketel op stookolie wegens ontploffingsgevaar uitgeschakeld. Want waar moeten ze heen?

In het zuidoosten van Siberië – Step ligt in de steppe – kent men alle sociale problemen die ook elders in Rusland zijn ontstaan door de demilitarisering van een groot aantal regio’s in de afgelopen jaren en het onvermogen om de gevolgen ervan op te vangen. Met name ex-minister Anatoli Serdjoekov van Defensie wordt verantwoordelijk gehouden voor het verdwijnen van veel geld dat was bedoeld om de ruim 7.000 garnizoensteden uit de Sovjettijd te ontmantelen en in leefbare staat over te dragen aan de naburige gemeenten.

Terwijl de bewoners van Step vorige maand zaten te klappertanden, werd bekend dat er hele dure sieraden en schilderijen waren gevonden in het Moskouse appartement van een medewerkster van een bedrijf dat de defensiestadjes moest privatiseren. Die medewerkster is volgens geruchten de minnares van Serdjoekov. De minister werd ontslagen. Hij en zijn minnares krijgen nu de schuld van alles wat er mis is gegaan.

In het garnizoenstadje Bezretsje (Rivierloos) iets ten zuiden van Step beschikt de school nog over ramen en verwarming. „Uit een speciaal potje hebben we wat laptops, nieuwe computers en twee beamers gekregen”, vertelt de 33-jarige schooldirectrice Joelia Kozjoechovskaja, tevens lerares wis- en natuurkunde. Maar in Bezretsje is wel het stromend water afgesloten. Geld voor herstel van de waterleiding is er niet. De jaarbegroting is 400 euro, bij prijzen die de Nederlandse nauwelijks ontlopen.

In de hoogtijdagen van de Sovjet-Unie, toen er na de breuk tussen Mao en Moskou van 1962 langs de grens met China in zuidoost-Siberië talloze gespecialiseerde strijdkrachten werden gelegerd, zaten er in de school in Bezretsje zevenhonderd kinderen. Nu zijn dat er 59, in de leeftijd van 6 tot 15 jaar. „We hebben het hier zelf een beetje opgeknapt”, zegt de directrice, die plantjes ophing in haar wiskundelokaal. Hart voor de zaak is er in overvloed: tien van de elf overgebleven leerkrachten hebben hier zelf als kind op school gezeten. Maar als Joelia Kozjoechovskaja thuis komt, moet ze eerst water en stookhout van buiten halen voor een warm bad voor haar dochter. „En als ik op vakantie naar de Zwarte Zee wil moet ik vijftien jaar sparen.”

De directrice giechelt om de vreemde situatie. Het verschil tussen heden en verleden is dan ook groot. In de Sovjettijd probeerden mensen van buiten de ‘gesloten’ maar ook geprivilegieerde stad Step binnen te komen. De straaljagerpiloten behoorden tot de elitetroepen. Ze hadden eigen winkels waar ze ananassen en perziken verkochten. Gewone burgers konden dat soort luxe niet krijgen. Nu staan de half ingegraven vliegtuigbunkers leeg. De provincie Zabajkalje (‘Achter de Bajkal’) is groter dan Duitsland en telt ruim een miljoen inwoners, maar heeft ook geen eigen energiecentrale. Voor de bewoners van Step laat het gouvernement nu twee noodketels draaien, die de temperatuur in de appartementen tot twaalf graden verwarmen bij een buitentemperatuur van -20. Maar dat is tijdelijk. Gouverneur Ravil Geniatoelin is bereid om slechts één voormalige garnizoenstad draaiende te houden en heeft gekozen voor de stad Jasnaja (‘Helder’), waar vroeger de militairen van de lokale raketbasis voor strategische kernwapens woonden.

De bewoners van Step moeten nu dus naar Jasnaja verhuizen. „Maar in Jasnaja zijn de militairen ook vertrokken, daar is ook geen werk”, vertelt de leider van de protesterende bewoners, Aleksej Garifoelin (40). Hij staat in het levensmiddelenwinkeltje van Steppe, waar een elektrisch kacheltje voor warmte moet zorgen. „Als we daar nu heen verhuizen, overkomt ons daar straks precies hetzelfde.” In veel andere gedemilitariseerde regio’s spelen vergelijkbare problemen. Zo werkt ook in de oude garnizoensteden Tsjechov-4, Tsjechov-7 en Tsjechov-8 de verwarming niet meer. Veel overgeplaatste en afgezwaaide militairen moeten lang wachten op nieuwe huisvesting.

Maar de burgerbewoners die achterblijven zijn het kwetsbaarst, omdat Defensie niet voor hen verantwoordelijk is. Desondanks is de hoop in Step en Jasnaja nu gevestigd op de nieuwe minister van Defensie: Sergej Sjojgoe. Anders dan zijn voorganger is hij wel militair geweest en heeft hij als voormalig minister voor rampenbestrijding een goede reputatie. De gouverneur van de provincie wijst ook naar Sjojgoe.

In Steppe halen de bewoners intussen de laatste resten verkoopbare schroot uit de oude straaljager achter het ziekenhuis. Ooit het symbool van de pilotenstad, ligt het Soechoj-jachtvliegtuig nu met zijn buik in de sneeuw en zijn oksel tegen een dennenboom. De motor is er al uit.