Pas maar op, Christian Botan, met je slimme succes

Manuela, een Roemeense kennis, heeft op een geërfd stukje land op veertig kilometer buiten Boekarest eigenhandig een mooie bungalow gebouwd. Voor de keuken is nog geen geld, maar dat komt wel. Het is binnen comfortabel warm, de kinderen hebben meer ruimte dan in de stad en het internet is razendsnel. De hoge schutting om het huis is ook bijna af. Dat onttrekt het lelijke bedrijfspand ernaast – „ik heb geen idee wiens geld ze daar wit wassen”, zegt Manuela – een beetje aan het zicht.

De openbare weg waaraan ze woont komt tweehonderd meter verder uit in een schitterend meer. Maar om er te komen moet ze kilometers omrijden. Een machtig man heeft zijn huis en aanlegsteiger pal op de weg gebouwd.

Dat via de overheid of rechtbank aanvechten heeft weinig zin, zegt Manuela berustend. Daar heb je het weer, denk ik: de eindeloze Roemeense strijd tussen rijke maffiosen en de machteloze kleine burger.

Maar Manuela, opgeleid als econoom, klinkt optimistisch. De markt zal zijn werk doen, denkt zij. De buurman aan de overkant is ook machtig en die schijnt zijn huis te willen verkopen. Dat is aanzienlijk meer waard als er toegang tot het water is. „Waarschijnlijk wendt hij zijn contacten bij de overheid aan en wordt de weg wat verlegd.”

Roemenen wier leven beter wordt, proberen zo min mogelijk met hun overheid en politiek te maken te hebben. Een markteconomie kan ook zonder een gezonde democratie, is hun conclusie, ruim twintig jaar na het einde van de communistische dictatuur.

Drommen mensen doen boodschappen in enorme gloednieuwe winkelcentra die ook dienen als pretpark. Kinderen zitten er in de achtbaan of schaatsen op kunstijs, terwijl hun ouders shoppen. Het is op zaterdag over hoofden lopen bij de Ikea net buiten Boekarest. De oude binnenstad is dankzij vasthoudende ondernemers van een troosteloze no go-zone veranderd in een autoloos uitgaansgebied dat ’s avonds bruist. Mobiele telefonie en internet zijn niet duur, dankzij gezonde concurrentie tussen de aanbieders, vaak multinationals.

Het is de andere kant van Roemenië – een optimisme dat het nieuws meestal niet haalt. Roemenen zelf klagen erover. Ze vinden dat in West-Europa een vertekend beeld bestaat. Buitenlanders denken dat alle Roemenen een lichtbruine huid hebben, heb ik al een paar keer gehoord. Dat komt doordat we alleen zigeuners zouden zien, die het nieuws halen als ze stelen of het land worden uitgezet. Of we berichten over politici, die dievenbende. Roemenen praten over politiek alsof het een besmettelijke ziekte is. Iets waarmee je voor je eigen bestwil beter niet in aanraking komt. Een etterende wond op een gezond lichaam.

Maar over het succes van Roemeense IT-talenten bij bedrijven als Microsoft en Google schrijft en leest niemand. In plaats daarvan halen de pinpas-skimmers en hackers uit Roemenië keer op keer het nieuws. Terwijl je die ook zou kunnen zien als een bijproduct van een overschot aan hoogopgeleide ICT-ers.

Maar hoe moet het met de premier, die zijn proefschrift heeft overgeschreven? Negeren? Net als de lange lijsten infrastructurele projecten die nooit of tegen veel te hoge kosten zijn afgemaakt? De pogingen om de rechtspraak te manipuleren? De dalende koopkracht en dus toenemende armoede?

Deze week heeft premier Victor Ponta een 25-jarige promovendus, Cristian Botan, toegevoegd aan zijn staf. Botan rust sinds maart op eigen kosten een website runt waarop advertenties voor banen bij de overheid worden verzameld.

De website is een succes. Ponta overlaadt Botan met complimenten. „Hij legt de vinger op de zere plek. De overheid moet transparanter. Ik wil jonge mensen zoals Botan bij hervormingen betrekken”, zegt de premier, die in de laatste week voor de parlementsverkiezingen van zondag intensief campagne voert.

Botan lijkt inderdaad een schoolvoorbeeld te zijn van een talentvolle ondernemende Roemeen. Maar het regent cynische reacties. Ponta wil even laten zien hoe hervormingsgezind hij is, daarna wordt Botan weer aan de kant gegooid, voorspellen commentatoren. Je een week voor de verkiezingen inlaten met politiek kan je doodsteek zijn. Pas maar op jongen.