Onderzoeksraad buigt zich over bijna-botsing Boeing en Airbus bij Schiphol

De Onderzoeksraad gaat het handelen van de luchtverkeersleiding en de piloten tegen het licht houden. Foto ANP / Robin Utrecht

De Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoekt een bijna-botsing tussen twee grote passagiersvliegtuigen boven Schiphol. Het incident tussen een Airbus A330 en een Boeing 737 zou ternauwernood voorkomen zijn op dinsdag 13 november.

Volgens de Onderzoeksraad ontving het destijds direct een melding van de Luchtverkeersleiding Nederland en startte een onderzoek naar het handelen van verkeersleiders en de piloten. De Boeing en de Airbus draaiden tegelijkertijd richting de Zwanenburgbaan (18C) en de Polderbaan(18R) in gebruik als landingsbanen waarbij parallelle naderingen werden uitgevoerd.

In eerste instantie zouden beide vliegtuigen op dezelfde hoogte van 625 meter hebben gevlogen. Op 25 kilometer van Schiphol, bij Uitgeest, vlogen ze op 950 meter van elkaar, wijst data van het Bewoners Aanspreekpunt Schiphol uit.

Met een snelheid van zo’n 400 km/u zouden de passagiersvliegtuigen mogelijk seconden verwijderd zijn geweest van een catastrofale luchtbotsing. Onduidelijk is waarom de piloten mogelijk niet door boordapparatuur zijn gealarmeerd. De Boeing en de Airbus kunnen samen 540 passagiers vervoeren.

Het bericht over de bijna-botsing kwam gisteren naar buiten via het Noordhollands Dagblad waarin de gemeente Uitgeest verbolgen reageerde. De luchtverkeersleiding noemde het gisteren “onverantwoord” om te spreken van een bijna-botsing.

    • Jules Seegers