NOS op drift (2)

Toen hier vorige week geconstateerd werd dat de NOS op drift is, moest de verklaring van Diederik Stapel nog uitgezonden worden. Vijftig tinten schaamrood kunnen er ook nog wel bij, zal uitgever Mai Spijkers gedacht hebben toen hij Stapel een contract aanbood. Er moest natuurlijk wel een slim marketingplan komen. Verschijning tegen de feestdagen, uiteraard. Jammer maar begrijpelijk genoeg voelde de auteur weinig voor interviews. Maar één verklaring wilde hij wel afleggen. Met zijn talloze bulletins, diverse digitale themakanalen en een reusachtige, druk bezochte website heeft de NOS van alle Nederlandse nieuwsorganisaties verreweg het grootste bereik, dus dat was de logische keuze. Spijkers en Stapel gingen achter de laptop zitten. Zou er bij de NOS iemand geweest zijn die na lezing van hun tekst zei: ‘Wacht even, wij hebben hier te maken met een doortrapte oplichter en die geven wij, een week voor Sinterklaas, het mooist denkbare podium voor het lanceren van een boek? Dat moeten wij niet doen!’

Zelf zat ik vooral te wachten op de woorden ‘en de royalty’s van dit boek gaan allemaal naar Warchild’ – of een soortgelijk liefdadig doel. Dat zou nog iets van een alibi zijn geweest, ook voor de NOS. Je moet in het hedendaagse Nederland voorzichtig zijn, maar ik neem toch aan dat Diederik Stapel bij zijn ontslag geen gouden handdruk heeft meegekregen, dus misschien is het spaargeld op. Hij zal ook wel een hypotheek hebben.

De ‘Diederik Stapel Elke Auteurs Natte Droom Boeklancering’ vormt opnieuw een voorbeeld van de beroepsethische erosie waar de NOS last van heeft. Natuurlijk ben je als journalist geïnteresseerd in de eerste publieke verklaring van de grootste wetenschappelijke fraudeur die Nederland gekend heeft. Natuurlijk kaap je die graag weg bij de concurrentie. Natuurlijk pak je de daar vervolgens extra groot mee uit. En natuurlijk klinkt er dan links of rechts geween en geknars der tanden. Dat zijn de sentimenten van de journalistiek, die zijn legitiem en functioneel. Je zet alles op alles om die scoop binnen te halen. Maar niet ten koste van alles. Iemand bij de NOS had tegen Stapel moeten zeggen: ‘Als u zoiets wilt, koopt u maar STER-tijd. Die zinsneden over dat aankomende boek moeten eruit’.

‘Dan gaan wij naar de concurrent’, hadden Stapel en Spijkers dan kunnen zeggen. Dat zou RTL geweest zijn. Een minder aantrekkelijke partij, met alle respect, waarvan het bovendien nog maar de vraag is of zij wél die concessie hadden gedaan. Als ik bij een commerciële omroep het nieuws leidde, zou ik voor niets banger zijn dan de schijn dat mijn zendtijd te koop is. Goede kans dus dat RTL Nieuws dezelfde bezwaren zou hebben aangetekend. Het doet er niet toe. Kun je een dergelijke concessie ethisch verantwoorden, daar gaat het om. Als je alleen principes hebt als het gratis is, zijn het geen principes.

Er was ook een creatieve oplossing mogelijk geweest. Stapel legt een verklaring af, zonder verwijzing naar zijn boek, en de uitgever adverteert met de aankondiging. Tv-zender, tijdstip, webadres. Het heeft bij de NOS op dat moment dus ontbroken aan journalistiek geweten of aan creativiteit, of beide.

Op mijn vorige column over de NOS kreeg ik via Twitter vrijwel uitsluitend bijval. Een enkeling zag het als gemopper van een purist met een luchtigheidsallergie. Maar complexe, droge stof toegankelijk en onderhoudend maken, beschouw ik als de hoogste opdracht voor elke journalist. Helaas denken veel journalisten, vooral in Nederland, dat het werk dan makkelijker wordt, terwijl het omgekeerde het geval is. Behalve van research en analyse dien je dan namelijk ook werk te maken van vormgeving en presentatie. Maar een ‘losse toon’ wordt al gauw verward met vermenging van feit en opinie, en opleuken met verleuken.

Jan Kuitenbrouwer is journalist, schrijver en directeur van de Taalkliniek.

    • Jan Kuitenbrouwer