Lege kapoentjeschoentjes

Met een zee van honderden lege kinderschoentjes vroeg de SP gisteren aandacht voor kinderarmoede. Een deel van het Plein voor de Tweede Kamer was bezaaid met roze slippers, brandweerlaarsjes, voetbalschoentjes. Afgelopen week zijn de schoenen door het hele land ingezameld, en SP’ers Sadet Karabulut en Emile Roemer bieden minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) een petitie aan. Samen vormen de schoenen de cijfers 370.000, het aantal Nederlandse kinderen dat onder de armoedegrens leeft. Aan een paar babyslofjes hangt een getypt kaartje: „Soms kan ik niet slapen omdat ik nog honger heb…”

De schoen is een kameleontisch wezen. Nu eens is hij een grove belediging – we herinneren ons de schoen (‘maat 44’) die Bush in Irak naar z’n kop kreeg – dan weer, met peen en tekening gevuld, de blije onschuld bij de haard. Maar zo verloren en leeg lijken die schoentjes haast een rouwmonument te vormen voor vertrokken dragertjes en draagstertjes, van wie je de vlechten en voetballen al voor je ziet.

„Het heeft iets macabers”, zegt een mevrouw die toekijkt. En ze heeft gelijk. Ook ik denk eerder aan de schoenen in de barakken van Auschwitz, of aan de schoenen die aan de kade van de Donau in Boedapest getuigen van een executie, dan aan kapoentjeschoentjes.

En dat is ook de bedoeling. Wie heeft dat tekstkaartje aan die babyschoen vastgemaakt? Vast niet de eigenaar. Vast niet zijn ouders. De schoenen zijn juist ingezameld bij goedgeefse weldoorvoede gezinnen, en straks gaan ze naar Afrika. De bron van het hongercitaat is onbekend. Toch is het plaatje geretweet als een tierelier. „Heartbreaking!”, roept iemand uit. De beeldvormers kunnen tevreden zijn.

Een muziekgroepje zet ‘Zie de maan schijnt door de bomen’ in, in een melancholieke versie met klarinet. „Als je dit dan straks op tv ziet”, zegt een Volkskrant-collega met wie ik aan de praat raak, „dan lijkt het alsof het een enórme manifestatie was. Terwijl, je ziet het, ’t is maar een klein dingetje...”

Dan komt Sadet Karabulut op hem af. „Er is nieuws hè”, verklaart ze voldaan. „Asscher ontkent niet dat er armoede onder kinderen in Nederland is, terwijl Rutte I dat nog wel deed. Dat is nieuws!” Beeldvormen, daar komt het op neer. Inderdaad heeft minister Lodewijk Asscher zojuist iets gezegd als dat hij „het probleem kent”. Hij zal zich ervoor inzetten. Hij besluit met een voorbereid woordgrapje: „Ik zal in elk geval het vuur uit mijn schoenen lopen.” Op twitter schrijft Karabulut meteen: „Rutte 2 erkent armoede in NL itt tot Rutte1.”

Tsja. Strikt genomen klopt dat wel; het kabinet spreekt met een mond. Maar zo gebracht is het alsof de regering een officiële verklaring heeft laten uitgaan.

Politiek is de feiten een opkontje geven.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.

    • Christiaan Weijts