Karpers liggen graag magnetisch

Een Tsjechische karperteil met de richting van de vissen (noorden boven). foto PlosOne

De karpers die op Tsjechsiche kerstmarkten worden verkocht liggen als kompasnaalden in hun kuip: met hun neus naar het noorden of naar het zuiden. Karpers kunnen dus de richting van het aardmagnetisch veld waarnemen, concluderen Tsjechische en Duitse biologen vandaag in het wetenschapstijdschrift PLOS ONE.

In Centraal- en Oost-Europa wordt op kerstavond traditioneel karper opgediend. In de week voor kerst worden in Tsjechië jaarlijks miljoenen karpers verkocht (kapr, in het Tsjechisch). Marktkooplui houden meestal levende karpers, in ronde, plastic kuipen.

Een ideale proefopstelling dus, vonden de biologen, om de voorkeursoriëntatie van karper te onderzoeker. Acht onderzoekers liepen vorig jaar Boheemse straten af om kerstkarpers in hun kuipen te fotograferen. In totaal schoten ze 817 foto’s van 81 karperkuipen.

Als er water de kuip werd rondgepompt, dan lagen de karpers het liefst voor de waterinlaat. Maar stond het water stil, dan schikten de karpers zich vooral in noord-zuidelijke richting.

Dit is niet de eerste keer dat de Duits-Tsjechische onderzoeksgroep op magnetische gevoeligheid in de dierenwereld stuit. In 2008 publiceerden dezelfde biologen al een onderzoek waaruit bleek dat koeienkuddes het liefst in noord-zuidelijke richting grazen. Duizenden satellietfoto’s uit Google Earth wezen dat uit.

Naast betweterige reacties (‘ze staan gewoon met hun kop in de wind’), kwam er ook wetenschappelijke kritiek op deze studie: een andere Tsjechisch onderzoeksgroep stelde dat de gebruikte satellietfoto’s onduidelijk waren en verweet de biologen dat zij weliswaar onbewust, maar toch duidelijk vooringenomen te werk waren gegaan.

De biologen revancheerden zich in december van vorig jaar. Met dezelfde data als hun critici lieten zij zien dat koeienkuddes zich wel degelijk volgens het aardmagnetisch veld oriënteren.

Maar waarom zouden dieren überhaupt een voorkeur voor het magnetische noorden of zuiden hebben? De biologen schrijven dat zo misschien snel scholen en kuddes kunnen worden gevormd, waarin meeste neuzen dezelfde kant op wijzen.