Kadobescheidenheid

Een groot voordeel van Sinterklaas, zo vertelde iemand mij, is dat je ongegeneerd de loftrompet kunt steken over kado’s die je zelf gegeven hebt. „Oh Sinterklaas! Een champignonborsteltje! Wat goed dat u dat aan oma heeft gegeven! Want ik gebruik het zelf élke dag. Fantastisch. De Goedheiligman zit er ten enenmale pats-boem bovenop.” Wat een

Een groot voordeel van Sinterklaas, zo vertelde iemand mij, is dat je ongegeneerd de loftrompet kunt steken over kado’s die je zelf gegeven hebt. „Oh Sinterklaas! Een champignonborsteltje! Wat goed dat u dat aan oma heeft gegeven! Want ik gebruik het zelf élke dag. Fantastisch. De Goedheiligman zit er ten enenmale pats-boem bovenop.”

Wat een geweldig kado. Wow. Echt te gek. Hoe kom ik erop

Als je iemand op een andere dag een kadootje geeft, is het not done om erbij te zeggen: „Wat een geweldig kado. Wow. Echt te gek. Hoe kom ik erop.” Nee, bij het normale kado-geven geldt: hoe bescheidener, hoe beter. De ontvanger zegt: „O, wat leuk, een kookboek!”

„Ja, ik dacht, volgens mij hou je wel van koken, dus…”

„Ja! Geweldig! Ik ben er heel erg blij mee!”

„Oh, oké. Nou, ehm. Fijn.”

Het is ook heel bescheiden en welopgevoed om de bon bij je te hebben. Of anders te zeggen: „Ik heb helaas de bon niet meer…” Waarop de ontvanger nogmaals moet zeggen dat, nee, echt, heel erg blij mee.

Bij kleuters die kado’s geven zie je nog wat er echt aan de hand is, psychologisch dan. Ze willen op een partijtje regelmatig het pakje niet uit handen geven. Ze vinden het zelf te mooi. Volwassenen hebben om zulk soort impulsen heen leren lullen.

Een kado ontvangen is ook niet altijd makkelijk. Wie te vroeg „O, wat mooi!” roept, kan daarna niet meer eerlijk zijn en zeggen: „Maar ik heb het al.” Ook extreem lelijke dingen moeten ontvangen worden – dat zijn altijd weer oefeningen in subtiliteit. Ik heb weleens iets heel lelijks gekregen, dat diegene zelf geknutseld bleek te hebben. Maar dat zei ze er niet bij. Ze zei: „Dit is van een jonge ontwerpster.” Gelukkig reageerde ik heel positief en bewonderend, want toen ik het ontwerpbureautje later googlede bleek ze er zelf achter te zitten.

Er is daarom wel wat voor te zeggen om kado’s niet uit te pakken waar de gever bij is. Hoewel.

Ik kende iemand die, als zijn kado onuitgepakt op een kadotafel belandde, het aan het einde van het feest weer meenam. Dat is officieel natuurlijk stelen, maar aangezien de ontvanger nog niet wist welk boek het was en het waarschijnlijk ook niet zou missen, is het eigenlijk the victimless crime. Hetzelfde boek is zo drie feestjes langs geweest, tot eindelijk op het juiste moment werd uitgepakt.

    • Paulien Cornelisse