Hoofddoek en spijkerbroek

Jonge moslima’s combineren een hoofddoek met hakken en een spijkerbroek. „Islamitische kleding bestaat niet, moslims passen hun kleding aan de lokale context aan.”

Sheila Kamerman & Andreas Kouwenhoven

Bob van der Vlist, NRC Handelsblad, NRC Next, Hippe Moslims,

Esra Teker (18) draagt een zilverkleurig topje, een blauw colbertje boven een strakke spijkerbroek en hooggehakte suède schoenen. En een hoofddoek. Ze gaat nooit zomaar de straat op. Elke dag wikt en weegt ze. Staat het leuk? Past het perfect?

Moslima’s zijn hip. Kijk maar rond in een willekeurige winkelstraat van een stad. Meestal zwieren ze samen met vriendinnen van H&M naar Zara, van Wonder Woman naar de Bijenkorf, van Van Haren naar de Dolcis, van C&A naar Bershka.

De kledingvoorschriften in de Koran zijn redelijk eenduidig: het lichaam moet bedekt zijn, met uitzondering van de handen en het gezicht. De kleding mag niet doorzichtig zijn en niet strak om het lichaam zitten. Vrouwen mogen geen mannenkleding dragen – andersom trouwens ook niet. De kleding mag niet verleidelijk zijn. Vrouwen mogen zich binnen die regels wel mooi kleden en er mooi uitzien.

Spreek met moslima’s en iedereen kent die regels. Maar iedereen interpreteert ze ook anders. Hakken zijn prima, zegt Esra Teker. Maar een kort rokje met panty, dat kan niet. Ze draagt wel korte rokjes, maar dan met een broek eronder. Dat kan weer wel. Make-up kan prima, maar niet te opzichtig.

Mohammed Cheppih, islamdeskundige en imam, krijgt veel vragen van jongeren over kleding. Wat kan wel? Wat kan niet? Hij zegt dan het volgende: „De richtlijnen die de islam geeft over kleding, zijn de meest ideale manier van kleden. Maar religie is persoonlijk. Uiteindelijk moet je het zelf invullen.” Om daar aan toe te voegen: „Islamitische kleding bestaat niet, moslims passen hun kleding aan de lokale context aan.”

Heel opvallende kleding, of een strakke spijkerbroek, vindt hij persoonlijk niet in de geest van de islam. Cheppih: „Het idee van het bedekken van het lichaam is om de aandacht op jou als mens te vestigen en niet op de buitenkant. Maar iemand met een hoofddoek is niet vromer dan iemand zonder hoofddoek.”

Andere imams zijn strikter. Zij spreken ouders in de moskee aan op de kleding van hun dochters. Of de dochters zelf.

Zeneb (17) besloot twee maanden geleden om een hoofddoek te gaan dragen. Door die beslissing, vertelt ze, moest ze haar kleding aanpassen. „Een spijkerbroek en een T-shirt erop, dat kan niet meer.” Een tuniekje dat tot over de billen valt, kan wel. Haar vriendin Soraya, die een bruine hoofddoek en een shirt met driekwart mouwen draagt, zegt: „Blote armen kunnen niet, maar driekwart mouwen, dat kan nét.”

De hoofddoek belemmert vrouwen en meisjes niet om stijlvolle kleren aan te trekken, zegt Ahmed Ait Moha, onderzoeker bij Motivaction. Hij deed onderzoek naar de denkbeelden over kleding en make-up en sprak met 1.500 respondenten. Uit zijn onderzoek blijkt dat tweederde van de Nederlandse moslima’s vindt dat hoge hakken best te combineren zijn met het dragen van een hoofddoek. Eenvijfde vindt van niet, de rest heeft geen mening. Voor het dragen van skinny jeans en uitbundige make-up geldt bijna hetzelfde: 70 procent van de islamitische vrouwen vindt dat het moet kunnen.

„Het wordt getolereerd onder Nederlandse moslims”, zegt Ait Moha. „Als het niet geaccepteerd zou zijn, zouden die vrouwen het nooit doen. Want dat zou statusverlagend uitwerken voor het gezin.”

Het aantal moslims in Nederland die de Koran en de soenna (de overlevering van de uitspraken en handelingen van Mohammed) letterlijk nemen en zo veel mogelijk volgens die regels leven, wordt geschat op 8 procent van de ongeveer 825.000 moslims in Nederland. Dat blijkt uit recent onderzoek. Het gaat dan om echt orthodoxe moslims. Ait Moha trekt de lijn iets ruimer: volgens hem is ongeveer eenvijfde van de Nederlandse moslims echt streng in de leer. De rest is rekkelijker.

Neda (20) vindt dat islamitische vrouwen zich modieus mogen kleden. „In de islam gaat het erom dat je je schoonheid niet gebruikt om mannen te verleiden. Oudere generaties dragen nog lange jurken. Maar we leven nu in 2012. Wij zijn hier geboren en getogen, we passen ons aan.”

Een boerka bijvoorbeeld vindt Neda overbodig. Ze denkt dat alleen vrouwen die er toch al niet uitzien die dragen. „Volgens mij hoeft het ook niet, want vrouwen van imams dragen hem ook niet. Een boerka moet je dragen als je eruit ziet als Doutzen Kroes. Als alle mannen zich naar je omdraaien als je langsloopt.”

Zolang je jezelf kan zijn, is het goed, zegt ze. Ze vindt dat vrouwen zichzelf niet hoeven weg te cijferen. „Veel mensen denken dat vrouwen met een hoofddoek er helemaal nooit leuk uitzien. Dat klopt niet. Je schoonheid is bedoeld voor je man. Thuis doe je hem af, dan zie je er wel leuk uit. Dat snappen mensen niet.”

Merve Hasdemir (16) zit op het gymnasium in het Zuid-Hollandse Gorkum en draagt graag blazers, hoge laarzen en ook hakken. Strakke broeken draagt ze met een jurkje eroverheen. „Anders wordt het te uitdagend”, vindt ze. „Dan zie je de vormen van je lichaam. Ik wil me op straat niet op die manier laten zien. Je hoort je lichaam niet te tonen aan wildvreemde mannen.” Ze wil er leuk uitzien, niet té leuk. „Als je op straat loopt en je hoort iemand fluiten, dan denk je: misschien had ik me beter moeten bedekken.”

Haar ouders bemoeien zich niet met haar kleding, zegt Merve. Met vriendinnen spreekt ze er vaak over, tijdens het shoppen. Dan ziet Merve weleens „een heel leuk strak jurkje” hangen. Toen ze 14 was, droeg ze dat wel. Nu denkt ze: het past niet bij mijn hoofddoek. „Ik zoek nu andere jurkjes uit, die boller en wijder zijn.”

Historicus Aniek Smit deed onderzoek naar de motieven achter kleedgedrag van migranten van vooral de eerste en de tweede generatie. Zij beschrijft hoe de mannen die in de jaren zestig en zeventig naar Nederland kwamen, er al heel snel heel Nederlands uitzagen. Traditionele Marokkaanse kleding zoals een djellaba, schrijft Smit, „kan worden afgeworpen om succesvol mee te draaien in de nieuwe samenleving”. Op latere leeftijd pakken ze de etnische kledingstijl soms weer op, terwijl hun kinderen zich volgens de laatste mode kleden (behalve misschien op feesten en in de moskee).

Het viel haar op dat de jonge generatie moslima’s een eigen mode creëert: vaak wel met een knipoog naar etnische kleding. Die is zo populair dat reguliere winkelketens als H&M en Zara de kleding inmiddels ook bieden, zoals de wijdvallende tuniekjes die over een broek werden gedragen. Die mode biedt de mogelijkheid zowel bedekt als modieus gekleed te gaan. „De jongste generatie lijkt zich met deze bewuste keuze voor modieuze kleding die volgens hen binnen de islam past te onderscheiden van de generatie van hun ouders. Die ouders ontbrak het volgens hen aan deze kennis.”

    • Sheila Kamerman
    • Andreas Kouwenhoven