‘Flierefluiter Papageno’ zing ik graag

Bariton Thomas Oliemans zingt vanaf vandaag de rol van vogelvanger Papageno in Die Zauberflöte bij De Nederlandse Opera.

De vorige keer waren er nog levende duiven bij. Bariton Thomas Oliemans (1977) – nu als vogelvanger Papageno uitgedost in een kanariegele bodywarmer besmeurd met vogelpoep – lacht bij de herinnering. „Dat was een productie van Mozarts Zauberflöte om niet snel te vergeten”, zegt hij. „Rond Kerst mocht iedereen tien dagen naar huis, behalve ik. De duiven moesten in de opera om mij heen cirkelen, en dus moesten ze zich aan mij hechten – anders zouden ze misschien de zaal invliegen. Om dat te voorkomen moest ik ze dagelijks zelf voeren. Weg Kerstvakantie.”

Kerst met Mozart is klassiek, maar de nieuwe productie die regisseur Simon McBurney in Amsterdam heeft gemaakt van Die Zauberflöte staat in maximaal contrast tot de naturalistische gezelligheid van levende duifjes. „McBurney heeft al het pittoreske bewust weggesloopt”, beaamt Oliemans. „Maar zijn concept is in zijn duisternis zonder meer overtuigend en veel minder plat dan doorgaans. Papageno is een ongecompliceerd personage dat op alles open en direct reageert, ook muzikaal. ‘Der Vogelfänger bin ich ja, stets lustig heissa hopsassa!’ Maar dat leidt er ook toe dat de rol in veel producties eendimensionaal wordt ingevuld. Flapschoenen, grappen, grollen, dat werk. McBurney graaft onder die oppervlakte. Wie is die zonderlinge figuur? Een vogelvanger – hoezo? Hij heeft geen vader en moeder, maar waar komt hij dan wel vandaan?”

Voor Oliemans, eerder te horen in nieuwe Nederlandse opera’s als Adam in Ballingschap (Rob Zuidam) en Legende (Peter-Jan Wagemans), is Papageno zijn eerste belangrijke rol in een grote publiekstrekker bij De Nederlandse Opera. Het is ook zijn tweede Nederlandse seizoenshoogtepunt na een levendig geacteerde Gunther in Wagners Götterdämmerung bij de Reisopera, afgelopen september. Gunther was Oliemans’ eerste uitstapje naar een zwaarder roltype, dit voorjaar gaat hij verder op die ingeslagen weg met Kothner in Wagners Die Meistersinger von Nürnberg, ook bij De Nederlandse Opera.

Met zijn gezin – zijn vrouw is dirigent, ze hebben twee zoontjes – woont Oliemans tijdelijk in Amsterdam, de stad waar hij ook studeerde en opzien baarde in vele kleinere rollen, fraaie liedrecitals en passie-uitvoeringen. „De overweging hier nu weer te komen wonen was praktisch”, zegt hij. „Als mijn vrouw ergens chef-dirigent wordt, vestigen we ons dáár. Maar dat ervaar ik niet als een offer. Het geeft juist vrijheid samen de lasten van een gezin te delen. Zij kan zich beperken tot de aanbiedingen die echt interessant voor haar zijn, en ik ook. Je kunt scherper kiezen, beter sturen. Veel baritons kijken neer op de rollen van Gunther omdat hij geen grote aria’s zingt en op Papageno omdat hij zo’n flierefluiter is. Maar ik vind het allebei geweldige rollen. Probeer maar eens een Papageno te zingen bij wie de balans tussen komedie en goed spreekzingen klopt. En Gunther – dat vond ik theatraal een prachtrol.”

Youp van ’t Hek

Acteren deed hij altijd al graag. En als viool- en pianospelende scholier in Bilthoven zong hij musicalsongs of hits van Youp van ’t Hek, tot een oplettende geschiedenisleraar hem doorverwees naar zijn vrouw, een klassiek zangpedagoge, en Oliemans op de vooropleiding van het Utrechts Conservatorium belandde.

„Ik benader muziek nog steeds vanuit, ja, gewoon vanuit de muziek”, zegt hij. „Mijn zanglerares werd daar gek van. Dan kwam ik aan met liederen die ik heel graag wilde zingen, zonder er acht op te slaan of ik er wel aan toe was. Nog steeds is ‘comfort’ geen selectiecriterium. Als ik Franse liederen zing, probeer ik me stilistisch goed voor te bereiden, voor Schubert geldt hetzelfde. Maar ik heb geen voorkeur, geen specialisme. Ik combineer Ravel en Fauré ook graag met liederen van Jacques Brel. Waarom niet? Uiteindelijk is elk lied gewoon een pianopartij met zanglijn erboven.”

Als liedzanger bracht Oliemans drie goed ontvangen cd’s uit. Hij verheugt zich op de zomer, wanneer hij in het Amsterdamse Concertgebouw in één week de drie liedcycli van Schubert zal zingen. „Daar ben ik nogal trots op, want veel zalen spelen de laatste tijd steeds meer op safe en boeken alleen nog de allerberoemdste zangers. Muzikaal vind ik het ook geweldig die drie cycli nu eens live bijeen te kunnen nemen. Het verandert je perspectief. Die Schöne Müllerin zag ik als een tikje naïef, terwijl Schubert in dezelfde periode ook liederen componeerde die harmonisch veel geraffineerder zijn. De keuze voor eenvoud is dus bewust.”

Zijn eigen bladmuziek met Müllerin-liederen staat nog vol met de aantekeningen die hij als student maakte tijdens masterclasses bij de legendarische bariton Dietrich Fischer-Dieskau (1925-2012). „Hij benaderde Schubert architecturaal. De aantekeningen bestaan bijvoorbeeld uit cijfers, waarmee de opbouw van een lied in volume maat voor maat analytisch is onderbouwd. Het kan verleidelijk zijn puur vanuit je gevoel te zingen, maar wat muzikaal ‘voelt’, hoeft niet ook zo te klinken. Ik zie veel in Fischer-Dieskaus werkwijze: eerst studeren en analyseren en van daaruit je creativiteit de ruimte geven. Het clichébeeld van Fischer- Dieskau als ‘intellectueel’ zanger is ook enigszins overtrokken, denk ik. Zijn cd-boxen met alle Schubert-liederen waren óók een encyclopedisch project. Hij heeft eens verteld dat ze maandagochtend tien liederen klaarlegden die dan dinsdag opgenomen moesten zijn. Dat laat weinig ruimte voor diepgravende analyse.”

Voorbeelden

Oliemans is scheutig met het noemen van voorbeelden. Walter Berry, om de balans tussen het lichtere en zwaardere werk. Wolfgang Brendel, om de lyrische kant van diens stem. „Zoals hij Eistensten zingt in Strauss’ Fledermaus! God, wat lekker. Maar als ik één voorbeeld mag noemen in lied is het natuurlijk toch Fischer-Dieskau. Men zegt vaak dat hij te veel heeft opgenomen, maar je moet iemands kwaliteit alleen afmeten aan zijn grootste prestaties. Van zijn laatste concerten zag ik pas filmpjes op YouTube. De stem is er al niet meer helemaal, maar hij staat er, hij zingt en hij overtuigt. Zeer ontroerend. En zijn vroege platen uit de jaren vijftig, die vind ik nog steeds onovertroffen van sfeer.”

Maar nostalgisch? Oliemans lacht. „En verlangen naar tweehonderd oude Duitse dametjes die zich opstellen in een rij voor een handtekening, zoals bij Fischer-Dieskau? Nee, in geen opzicht. Ik leef nu, en daar ben ik blij om. Mijn oud-leraar Robert Holl woont en werkt teruggetrokken en ongestoord in een Oostenrijks stadje, omringd door natuur en rijen eerste drukken van boeken uit de tijd van Schubert. Dat is prachtig, maar persoonlijk ambieer ik het niet.”

Natuurlijk: lied- en operazanger is geen beroep waar je na een gesprekje met de schooldecaan toe besluit, benadrukt hij. „Ook voor mij is zingen echt een levensvervulling: het gaat over leven en door wat je zingt, bekijk je je leven anders. Maar daar kun je op verschillende manieren mee omgaan. Toen ik jonger was, dacht ik ‘carrièrebewust’: als ik nu dit project doe, komt er misschien dit uit en dan heb ik straks….. Nou: dan heb je uiteindelijk dus niets. Je leven glijdt al plannend als los zand door je vingers. Ik wil vooral nu genieten van alles wat ik doe.”

Oliemans blijft daarom bij zijn impresario Eitan Sorek, die een klein kantoor heeft in Den Haag. „Met hem kan ik nadenken over wat goed is voor mij, voor ons. Het gaat over het leven van Thomas en niet over ‘het carrièrepad van de heer Oliemans van lyrische naar heldische bariton’. Natuurlijk kan een groot internationaal impresariaat deuren voor je openen. Maar ik weet niet of dat altijd goed is. Uiteindelijk is het beter rustig te rijpen door de rollen die je zingt, en die met beleid aan te nemen. Soms is dat lastig, vooral als je erover aarzelt of je al net wel of juist nog net niet aan een mooie rol toe bent. Die Gunther, dat zat er twee jaar geleden echt nog niet in. En ach… uiteindelijk is voor lage mannenstemmen gewoon puur fysiek gesproken toch alles voor je veertigste nog maar de aanloop.”

‘Die Zauberflöte’. 6 t/m 30 dec bij De Nederlandse Opera. Inl: dno.nl

    • Mischa Spel