Erik van Lieshout: mooi man!

Erik van Lieshout. T/m 12 jan. Annet Gelink Gallery. Inl: annetgelink.com *****

Hij gaat altijd de confrontatie aan met mensen die in de onderbuik van de samenleving rondklotsen: Wilders-stemmers, doorgesnoven gabbers, WAO’ers die op scootmobiels de buldog uitlaten. Steeds begeeft beeldend kunstenaar Erik van Lieshout (Deurne, 1968) zich op plekken waar anderen zich uit de voeten hebben gemaakt. Hij gaat er recht op af, zijn energie is tomeloos, zijn daadkracht bewonderenswaardig. Van Lieshout is en blijft een van de beste kunstenaars van Nederland.

Dat blijkt weer in de film Janus (2012), die Van Lieshout bij zijn nieuwe galeriehouder Annet Gelink toont. Zijn oude galeriehoudster in Antwerpen, Stella Lohaus, is er vorig jaar mee gestopt, en daarom nu een groots entree in Amsterdam. Groots, niet alleen omdat de complete galerieruimte is omgebouwd tot een iglo-achtige stellage van in Mondriaankleuren geschilderd hout. Maar ook omdat in Janus alles terugkomt waar Van Lieshout voor staat: engagement niet uit principe, maar omdat hij niet anders kan.

In schokkerige, vanuit de hand geschoten en af en toe hilarische beelden krijgt de kijker het verhaal van Janus opgedist, de Rotterdammer die zijn huisje en tuintje tot de laatste centimeter vulde met asbakken, jukeboxen, Pluto-klokken en veel meer. Janus ging het Maasstadziekenhuis in om iets onbenulligs en kwam er nooit meer uit. ‘Gestikt in een stukkie banaan’, zegt de ene buurtbewoner. Geveld door de ziekenhuisbacterie, menen anderen.

We dwarrelen mee met Van Lieshout, die de complete inventaris van Janus’ huis heeft opgekocht om er een museum mee te vullen. We ontmoeten driftig rokende, door het leven getekende en door elkaar geteisterde bewoners van een volkswijk in Rotterdam-Zuid. In gesprekken met acteur Marien Jongewaard, die soms in wat overdreven stuiperige monologen Van Lieshout nadoet, komt de miserabele status van de hedendaagse kunstenaar aan de orde (‘Eigenlijk is de kunstenaar ook een soort ziekenhuisbacterie’), wordt Van Lieshout als staatskunstenaar bekritiseerd en worden levensvragen geen clichés maar diepgevoelde sentimenten. Van Lieshout is altijd op zoek naar dialoog, wie hij ook voor zich heeft. Of hij nu een modernistisch gebouw in Mondriaankleuren op straat ziet, of geconfronteerd wordt met een werkje van een thuisschilder, hij zal uit de grond van zijn hart zeggen: ‘Godverdomme mooi man!’ En wij zeggen het hem na.

    • Lucette ter Borg